Zoek hier in de Nederlandse Reclame Code (NRC)
Maak hieronder uw keuze voor meer informatie
Algemeen
1. Onder reclame wordt verstaan: iedere openbare en/of systematische directe dan wel indirecte aanprijzing van goederen, diensten en/of denkbeelden door een adverteerder of geheel of deels ten behoeve van deze, al dan niet met behulp van derden. Onder reclame wordt mede verstaan het vragen van diensten.
Adverteerder is een organisatie of een persoon niet zijnde een consument.
Toelichting bij artikel 1
Vormen van reclame zijn onder meer: telewinkelen, telemarketing, sponsoring, productplaatsing, verpakking, etiketten, direct marketing en buzz marketing.
Van belang is dat een (georganiseerd) mechanisme kan worden beschreven door middel waarvan de directe of indirecte aanprijzing van goederen, diensten en/of denkbeelden plaatsvindt c.q. heeft plaatsgevonden.
Het vereiste van systematische aanprijzing dient om te vermijden dat alle zogenaamde 1-op-1-uitingen zoals bijvoorbeeld individuele verkoopgesprekken onder de definitie van reclame vallen. Een 1-op-1- uiting kan als reclame worden aangemerkt, als vast staat dat er sprake is geweest van een standaard, niet uitsluitend op de individuele ontvanger toegespitste inhoud.
Aankondigingen, die geen enkel aanprijzend element bevatten, zijn geen reclame in de zin van dit artikel. Te denken valt aan zuiver feitelijke mededelingen, bijvoorbeeld over openingstijden en louter feitelijke informatie omtrent (gewijzigd) beleid van overheden of bedrijven.
Ook mededelingen over een goed/dienst/denkbeeld, waarbij op geen enkele wijze sprake is van uitlokking of beïnvloeding door een adverteerder, zijn geen reclame in de zin van dit artikel. Indien er wel van een door een adverteerder gestimuleerde mededeling sprake is, kan er dus sprake van reclame zijn*.
*= Of dergelijke mededelingen aan de adverteerder kunnen worden toegerekend, wordt vastgesteld door de Reclame Code Commissie en/of het College van Beroep, zal onderwerp kunnen zijn van een bijzondere reclamecode en zal o.a. afhangen van de vraag of de adverteerder feitelijk invloed kan uitoefenen op de mededeling(en) en zo nee, of de adverteerder zich (van te voren) voldoende heeft ingespannen of inspant om ervoor te zorgen dat de mededeling aan de NRC voldoet of gaat voldoen.
Voor de beoordeling van het element aanprijzing speelt de totale uiting een rol. Het gaat niet alleen om de tekst, maar ook om grootte, opmaak, kleurgebruik en dergelijke. Ook de enkele vermelding van de naam van een adverteerder kan reeds reclame zijn (bijvoorbeeld sponsorborden).
In de definitie is niet opgenomen dat de aanprijzing tegen betaling plaatsvindt c.q. heeft plaatsgevonden. Meestal zal dat wel het geval zijn, maar voor het publiek maakt het geen verschil of een reclame-uiting tegen betaling dan wel gratis is geplaatst .
Overgangsregeling
De definitie van reclame is gewijzigd met ingang van 1 januari 2011. Met ingang van deze datum geldt de volgende overgangsregeling:
- Klachten die worden ingediend op/na 1 januari 2011 en die betrekking op reclame-uitingen die zijn gepubliceerd in 2010 en die niet meer worden gepubliceerd in 2011, vallen onder de oude definitie.
- Klachten die worden ingediend op/na 1 januari 2011 en die betrekking hebben op reclame-uitingen die zijn gepubliceerd in 2010 en die ook nog in 2011 worden gepubliceerd, vallen onder de nieuwe definitie.
2. Reclame dient in overeenstemming te zijn met de wet, de waarheid, de goede smaak en het fatsoen.
Toelichting bij artikel 2
Onder dit artikel vallen o.a. de bepalingen uit de Richtlijn Audiovisuele Mediadiensten dat reclame niet de menselijke waardigheid mag aantasten en dat reclame geen vorm van discriminatie op grond van geslacht, ras of etnische afstamming, nationaliteit, godsdienst of levensbeschouwing, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid mag bevatten of bevorderen.
3. Reclame mag niet strijdig zijn met het algemeen belang, de openbare orde of de goede zeden.
4. Reclame mag niet nodeloos kwetsend zijn, noch een bedreiging inhouden voor de geestelijke en/of lichamelijke volksgezondheid.
5. Reclame behoort naar vorm en inhoud zodanig te zijn dat het vertrouwen in reclame niet wordt geschaad.
6. Zonder te rechtvaardigen redenen mag reclame niet appelleren aan gevoelens van angst of bijgelovigheid.
7. Reclame mag niet oneerlijk zijn. Reclame is oneerlijk wanneer zij in strijd is met de vereisten van professionele toewijding en het economische gedrag van de gemiddelde consument die zij bereikt of op wie zij gericht is met betrekking tot het product wezenlijk verstoort of kan verstoren. Misleidende reclame en agressieve reclame zijn in ieder geval oneerlijk.
Toelichting bij artikel 7
Indien reclame op een bepaalde groep consumenten gericht is, zal de reclame het economisch gedrag van het gemiddeld lid van die groep moeten verstoren alvorens sprake kan zijn van oneerlijkheid. Reclame die op voor de adverteerder redelijkerwijs voorzienbare wijze het economische gedrag van slechts een duidelijk herkenbare groep consumenten wezenlijk verstoort of kan verstoren, namelijk van consumenten die wegens een mentale of lichamelijke handicap, hun leeftijd of goedgelovigheid bijzonder vatbaar zijn voor die reclame en of voor de onderliggende producten, wordt beoordeeld vanuit het gezichtspunt van het gemiddelde lid van die groep. Dit laat onverlet de gangbare, legitieme reclamepraktijk waarbij overdreven uitspraken worden gedaan of uitspraken die niet letterlijk dienen te worden genomen.
Het economische gedrag van consumenten wezenlijk verstoren betekent reclame gebruiken om het vermogen van de consument om een geïnformeerd besluit te nemen merkbaar te beperken, waardoor de consument tot een transactie besluit waartoe hij anders niet had besloten.
Onder ‘professionele toewijding’ wordt verstaan het normale niveau van vakkundigheid en zorgvuldigheid dat redelijkerwijs van een handelaar ten aanzien van consumenten verwacht mag worden overeenkomstig eerlijke marktpraktijken en/of de standaard van goede trouw in de sector van de handelaar.
Besluit over een transactie betekent een door een consument genomen besluit over de vraag of, en, zo ja, hoe en op welke voorwaarden hij een product koopt, geheel of gedeeltelijk betaalt, behoudt of van de hand doet, of een contractueel recht uitoefent in verband met het product, ongeacht of de consument wel of niet tot handelen overgaat.
8. Misleidende reclame.
8.1 Bij de beoordeling of reclame misleidend is moet mede worden gelet op al haar kenmerken en omstandigheden, de feitelijke context, de beperkingen van het communicatiemedium en het publiek waarvoor zij is bestemd.
8.2 Misleidend is elke reclame die gepaard gaat met onjuiste informatie of voor de gemiddelde consument onduidelijk of dubbelzinnig is ten aanzien van bijvoorbeeld een of meer van de onder a t/m g genoemde elementen, en de gemiddelde consument ertoe brengt of kan brengen een besluit over een transactie te nemen dat hij anders niet had genomen:
8.3 Als misleidend wordt eveneens beschouwd reclame die het volgende behelst en de gemiddelde consument ertoe brengt of kan brengen een besluit over een transactie te nemen dat hij anders niet had genomen:
| a | marketing van een product op zodanige wijze dat verwarring wordt geschapen met producten, handelsmerken, handelsnamen en andere onderscheidende kenmerken van een concurrent; |
| b | niet-nakoming door de adverteerder van een gedragscode waaraan hij zich heeft gebonden, voor zover het gaat om een verplichting die verifieerbaar is en de adverteerder aangeeft dat hij aan de gedragscode gebonden is. |
| c | een omissie, een verborgen houden, of een op onduidelijke, onbegrijpelijke, dubbelzinnige wijze dan wel te laat verstrekken van essentiële informatie die de gemiddelde consument nodig heeft om een geïnformeerd besluit over een transactie te nemen. |
Toelichting bij artikel 8.3
Indien het voor de reclame gebruikte medium beperkingen qua ruimte of tijd meebrengt, wordt bij de beoordeling of er informatie werd weggelaten met deze beperkingen rekening gehouden, alsook met maatregelen die de adverteerder genomen heeft om de informatie langs andere wegen ter beschikking van de consument te stellen. Essentiële informatie bestaat onder meer uit alle informatie die de adverteerder op grond van de wet in reclame moet verstrekken.
8.4 In het geval van een uitnodiging tot aankoop in reclame moet de volgende essentiële informatie verstrekt worden:
| a | de voornaamste kenmerken van het product, in de mate waarin zulks gezien het medium en het product passend is; |
| b | het geografische adres en de identiteit van de adverteerder, in het bijzonder zijn handelsnaam, en, in voorkomend geval, het geografische adres en de identiteit van de adverteerder namens wie hij optreedt; |
| c | de prijs, inclusief belastingen, of, als het om een soort product gaat waarvan de prijs redelijkerwijs niet vooraf kan worden berekend, de manier waarop de prijs wordt berekend, en, in voorkomend geval, alle extra vracht-, leverings- of portokosten of, indien deze kosten redelijkerwijs niet vooraf kunnen worden berekend, het feit dat er eventueel deze extra kosten moeten worden betaald; |
| d | de wijze van betaling, levering, uitvoering en het beleid inzake klachtenbehandeling, indien deze afwijken van de vereisten van professionele toewijding; |
| e | voor producten en transacties met recht op herroeping of annulering, het bestaan van dit recht. |
Toelichting bij artikel 8.4
Onder uitnodiging tot aankoop wordt verstaan een commerciële boodschap die de kenmerken en de prijs van het product op een aan het gebruikte medium aangepaste wijze vermeldt en de consument aldus in staat stelt een aankoop te doen. Als de reclame een antwoord- of bestelmechanisme bevat, is altijd sprake van een uitnodiging tot aankoop. Indien een dergelijk mechanisme ontbreekt, hangt het van de omstandigheden van het geval af of sprake is van een uitnodiging tot aankoop. Doorslaggevend is of de consument op grond van de informatie een besluit over een transactie kan nemen. Als in de reclame een product met een (vanaf)prijs wordt genoemd, beschikt de consument doorgaans over voldoende informatie om tot een transactie te besluiten.
8.5 Onder alle omstandigheden misleidend zijn de wijzen van reclame maken als opgenomen in bijlage 1 bij de Nederlandse Reclame Code.
Toelichting bij artikel 8.5
De in bijlage 1 genoemde wijzen van reclame maken zijn onder alle omstandigheden misleidend. Het is dus niet nodig om te bekijken of ze misleidend zijn voor de gemiddelde consument noch of het economisch gedrag van die consument wezenlijk is verstoord of kan worden verstoord.
9. In reclame gebruikte getuigschriften, attesten of verklaringen van deskundigen dienen op waarheid te berusten en in overeenstemming te zijn met recent aanvaarde wetenschappelijke inzichten.
10. In reclame, bestemd voor het grote publiek, behoren wetenschappelijke termen, statistieken en aanhalingen met grote omzichtigheid te worden gebruikt, teneinde begripsverwarring te voorkomen. Indien van statistieken met beperkte geldigheid gebruik wordt gemaakt, moet die beperking duidelijk blijken. Het bezigen van vaktermen, beschrijvingen, afbeeldingen of beelden, die er kennelijk op gericht zijn om op quasiwetenschappelijke of misleidende wijze het bestaan van niet aanwezige hoedanigheden van producten te suggereren, behoort achterwege te blijven.
11. Herkenbaarheid reclame
11.1 Reclame dient duidelijk als zodanig herkenbaar te zijn, door opmaak, presentatie, inhoud of anderszins, mede gelet op het publiek waarvoor zij is bestemd.
11.2 Reclame in audiovisuele media dient door optische en/of akoestische middelen duidelijk gescheiden te zijn van de rest van het programma-aanbod. Het gebruik van subliminale technieken is verboden. Ook is het gebruik van elementen uit een programma in reclame verboden indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat daardoor kijkers of luisteraars worden misleid of in verwarring gebracht. Het in reclame optreden van personen die krachtens hun deelname aan programma’s geacht kunnen worden gezag respectievelijk vertrouwen te hebben bij bepaalde publieksgroepen is verboden.
Toelichting bij artikel 11
Met audiovisuele media wordt met name gedoeld op uitzendingen op radio en televisie. Onder subliminale technieken wordt verstaan: technieken, waarmee door ingevoegde beelden en/of geluiden van zeer korte duur getracht wordt kijkers of luisteraars - wellicht zonder dat zij zich daarvan bewust (kunnen) zijn - te beïnvloeden.
12. Indien in reclame over ”garantie” wordt gesproken, behoort de omvang, de inhoud en de tijdsduur van die garantie duidelijk te zijn, het desbetreffende medium in aanmerking genomen.
13. Onder vergelijkende reclame wordt verstaan elke vorm van reclame waarbij een concurrent dan wel door een concurrent aangeboden goederen of diensten uitdrukkelijk of impliciet worden genoemd. Vergelijkende reclame is, wat de vergelijking betreft, geoorloofd op voorwaarde dat deze:
| a | niet misleidend is in de zin van de Nederlandse Reclame Code; |
| b | goederen of diensten vergelijkt die in dezelfde behoeften voorzien of voor hetzelfde doel zijn bestemd; |
| c | op objectieve wijze een of meer wezenlijke, relevante, controleerbare en representatieve kenmerken van deze goederen of diensten, zoals de prijs vergelijkt; |
| d | er niet toe leidt dat op de markt de adverteerder wordt verward met een concurrent, of de merken, handelsnamen, andere onderscheidende kenmerken, goederen of diensten van de adverteerder met die van een concurrent; |
| e | niet de goede naam schaadt van of zich niet kleinerend uitlaat over de merken, handelsnamen, andere onderscheidende kenmerken, goederen of diensten, activiteiten of omstandigheden van een concurrent; |
| f | voor producten met een benaming van oorsprong in elk geval betrekking heeft op producten met dezelfde benaming; |
| g | geen oneerlijk voordeel oplevert ten gevolge van de bekendheid van een merk, handelsnaam of andere onderscheidende kenmerken van een concurrent dan wel van de oorsprongsbenamingen van concurrerende producten; en |
| h | niet goederen of diensten voorstelt als een imitatie of namaak van goederen of diensten met een beschermd merk of beschermde handelsnaam. |
Elke vergelijking die verwijst naar een speciale aanbieding, moet duidelijk en ondubbelzinnig het einde en, zo de speciale aanbieding nog niet loopt, het begin aangeven van de periode gedurende welke de speciale prijs of andere specifieke voorwaarden gelden dan wel vermelden dat de speciale aanbieding loopt zo lang de voorraad strekt of de diensten kunnen worden verleend.
14. Agressieve reclame
14.1 Agressieve reclame is verboden. Reclame is agressief als die, mede gelet op al haar kenmerken en omstandigheden, de feitelijke context, de beperkingen van het communicatiemedium en het publiek waarvoor zij is bestemd, door intimidatie, dwang, inclusief het gebruik van lichamelijk geweld, of ongepaste beïnvloeding, de keuzevrijheid of de vrijheid van handelen van de gemiddelde consument met betrekking tot het product aanzienlijk beperkt of kan beperken, waardoor hij ertoe wordt gebracht of kan worden gebracht over een transactie een besluit te nemen dat hij anders niet had genomen.
14.2 Onder alle omstandigheden agressief zijn de wijzen van reclame maken als opgenomen in bijlage 2 bij de Nederlandse Reclame Code.
Toelichting bij artikel 14
Onder ongepaste beïnvloeding wordt verstaan het uitbuiten van een machtspositie ten aanzien van de consument om, ook zonder gebruik van of dreiging met fysiek geweld, pressie uit te oefenen op een wijze die het vermogen van de consument om een geïnformeerd besluit te nemen, aanzienlijk beperkt. De in bijlage 2 genoemde wijzen van reclame maken zijn onder alle omstandigheden agressief. Het is dus niet nodig om te bekijken of ze agressief zijn ten opzichte van de gemiddelde consument of het economisch gedrag van die consument wezenlijk is verstoord of kan worden verstoord.
15. De adverteerder dient op verzoek van de Reclame Code Commissie
c.q. het College van Beroep de juistheid of de eerlijkheid van de reclame aannemelijk te maken, indien deze gemotiveerd wordt aangevochten.
16. De Nederlandse Reclame Code dient niet alleen te worden toegepast naar de letter, maar ook naar de geest.
17. Bij Bijzondere Reclamecodes is het Algemene gedeelte van de Nederlandse Reclame Code onverminderd van kracht.
18. Zowel bedrijven als consumenten hebben het recht om over schending van de Nederlandse Reclame Code een klacht in te dienen bij de Reclame Code Commissie. Dit betekent dat waar in dit gedeelte van de Algemene Code gesproken wordt van consumenten daaronder mede wordt begrepen de zakelijke ontvanger. Consumenten noch bedrijven kunnen een klacht indienen over artikel 19 NRC.
NB: Dit algemeen gedeelte van de Nederlandse Reclame Code is in werking getreden op 1 februari 2008 en zal worden toegepast op reclame-uitingen die zijn of worden geopenbaard na 12 december 2007. De citeertitel is : NRC
NB: Achter bijlage 2 is een Transponeringstabel opgenomen waarin de artikelen uit de Nederlandse Reclame Code zijn opgenomen van voor (oud) en na (nieuw) 1 februari 2008 alsmede de corresponderende artikelen uit de Richtlijn Oneerlijke Handelspraktijken (OHP)
NB: De definitie van een reclame-uiting is gewijzigd met ingang van 1 januari 2011. Met ingang van deze datum geldt de volgende overgansregeling:
- Klachten die zijn ingediend vóór 1 januari 2011 en die betrekking op reclame-uitingen die alleen in 2010 zijn gepubliceerd, vallen onder de oude definitie.
- Klachten die zijn ingediend vóór 1 januari 2011 en die betrekking op reclame-uitingen die zijn gepubliceerd in 2010 en die ook nog in 2011 worden gepubliceerd, vallen onder de nieuwe definitie.
- Klachten die worden ingediend op/na 1 januari 2011 en die betrekking op reclame-uitingen die zijn gepubliceerd in 2010 en die niet meer worden gepubliceerd in 2011, vallen onder de oude definitie.
- Klachten die worden ingediend op/na 1 januari 2011 en die betrekking op reclame-uitingen die zijn gepubliceerd in 2010 en die ook nog in 2011 worden gepubliceerd, vallen onder de nieuwe definitie.
19. Een organisatie of instelling die reclame maakt, dient op verzoek van de voorzitter van de Reclame Code Commissie een geldig bewijs van betaling van een door de Stichting Reclame Code per jaar vastgestelde financiële bijdrage over te leggen.
Toelichting op artikel 19
De financiële bijdrage is gebaseerd op een percentage van de bruto mediabestedingen van de adverteerder. Jaarlijks stelt het bestuur van de Stichting Reclame Code (SRC) het voor dat jaar geldende percentage vast. In uitzondering op het voorgaande is de jaarlijkse bijdrage per concern gemaximeerd op € 30.000,-. Voorts is een adverteerder die niet tot een concern behoort en wiens bruto mediabestedingen in een jaar minder bedragen dan € 1 miljoen, voor het betreffende jaar geen bijdrage verschuldigd. Dit artikel is in werking getreden op 15 januari 2010 en geldt voor bijdrageverzoeken na deze datum.
Voor 2010 is een percentage van 0,025% vastgesteld (= € 250 per € 1 miljoen mediabesteding) en de gevraagde bijdrage is gebaseerd op de bruto mediabestedingen van het voorafgaande jaar zoals aangeleverd door Nielsen. SRC handhaaft zelf de betaalverplichting. Zie www.reclamecode.nl voor meer informatie.
Bijlage 1
Onder alle omstandigheden misleidende reclame:
| 1. | Beweren een gedragscode te hebben ondertekend wanneer dit niet het geval is. |
| 2. | Een vertrouwens-, kwaliteits- of ander soortgelijk label aanbrengen zonder daarvoor de vereiste toestemming te hebben gekregen. |
Toelichting op 1 en 2
Dit betekent bijvoorbeeld dat uitsluitend een logo van een ondernemingsorganisatie mag worden gevoerd wanneer een adverteerder daartoe gerechtigd is en in een reclame niet de indruk mag worden gewekt dat een adverteerder lid is van een ondernemingsorganisatie of is aangesloten bij een geschillencommissie wanneer dat niet het geval is.
Bijlage 2
Onder alle omstandigheden agressieve reclame:
| 1. | Hardnekkig en ongewenst aandringen per telefoon, fax, e-mail of andere afstandsmedia. | ||||
| 2. | De bedrieglijke indruk wekken dat de consument al een prijs heeft gewonnen of zal winnen dan wel door een bepaalde handeling te verrichten een prijs zal winnen of een ander soortgelijk voordeel zal behalen, als er in feite:
|
||||
| 3. | Handelen in strijd met artikel 2 aanhef en sub a en b van de Kinder- en Jeugd-reclamecode (zoals opgenomen in de Nederlandse Reclame Code). |
TRANSPONERINGSTABEL OHP
|
NRC per 1 februari 2008 |
NRC (oud) |
OHP |
Opmerkingen |
|
Art 1 |
Art 1 |
||
|
Art 2 |
Art 2 |
||
|
Art 3 |
Art 3 |
||
|
Art 4 |
Art 4 |
||
|
Art 5 |
Art 5. |
||
|
Art 6 |
Art 6 |
||
|
Art 7 |
Art 7 Vervallen |
Artikel 5 lid 1, 2a en 2b en 4 |
Toelichting op artikel 7 NRC nieuw = artikel 2 lid e, h, k en artikel 5 lid 3 OHP |
|
Art 8.1 |
Artikel 7 lid 1 |
||
|
Art 8.2 |
Artikel 6 lid 1 sub a t/m g Artikel 7 lid 2 |
||
|
Art 8.3 |
Artikel 6 lid 2 sub a en b |
Toelichting op art 8 lid 3 NRC nieuw = artikel 7 lid 3 OHP |
|
|
Art 8.42 |
Artikel 7 lid 4 |
Toelichting op art 8.4 NRC nieuw = artikel 2.i OHP |
|
|
Art 8.5 |
Artikel 5 lid 5 |
||
|
Art 9 |
Art 8 |
||
|
Art 10 |
Art 9 |
||
|
Art 11 |
Art 10 |
Begrip etherreclame is aangepast. Bepalingen televisie gelden nu voor audiovisuele media (radio en TV). Artikel verduidelijkt door lid 1 en 2 te maken |
|
|
Art 12 |
Art 11 |
||
|
Art 13 |
Art 14 |
||
|
Art 14.1 |
Artikel 8 |
||
|
Art 14.2 |
|||
|
Art 15 |
Art 15 |
||
|
Art 16 |
Art 17 |
||
|
Art 17 |
Art 18 |
||
|
Art 18 |
Aangepast |
Opgenomen om expliciet aan te geven dat deze regels zowel BtoB als BtoC gelden. |
|
|
Bijlage 1 |
Bijlage 1 OHP |
||
|
1 t/m 7 |
1 t/m 7 |
||
|
8 t/m 22 |
9 t/m 23 |
||
|
Bijlage 2 |
Bijlage 1 OHP |
||
|
1 |
26 |
||
|
2 |
31 |
||
|
Art 2 aanhef, lid a en b KJC |
28 |
KJC= Kinder- en Jeugdreclamecode (=bijzondere reclamecode NRC) |
|
|
Art 12, 13 en 16 vervallen |
N.B. artikel 13 en 16 zijn “lege”artikelen Artikel 12 is opgenomen in OHP artikelen. |
TRANSPONERINGSTABEL RICHTLIJN AUDIOVISUELE MEDIADIENSTEN
|
Richtlijn Audiovisuele Mediadiensten |
Nederlandse Reclame Code |
|
Artikel 3 sexies lid 1 a |
Artikel 11.2 |
|
Artikel 3 sexies lid 1 b |
Artikel 11.2 |
|
Artikel 3 sexies lid 1 c sub i) en ii) |
Artikel 2 + nieuwe toelichting |
|
Artikel 3 sexies lid 1 c sub iii) |
Artikel 4 en artikel 6 |
|
Artikel 3 sexies lid 1 c sub iv) |
Milieu Reclamecode |
|
Artikel 3 sexies lid 1 e |
Reclamecode voor Alcoholhoudende Dranken |
|
Artikel 3 sexies lid 1 f |
Bijzondere Reclame Code a. |
|
Artikel 3 sexies lid 1 g |
Kinder- en Jeugdreclamecode |
|
Artikel 3 sexies lid 2 |
Reclamecode voor Voedingsmiddelen |
De toelichting bij artikel 2 is toegevoegd op 17 augustus 2009.
volgende »
