Nieuwsbrief januari 2009

Voorwoord

Geachte heer, mevrouw,

De ICC Code (de Code van de internationale Kamer van Koophandel) is een leidraad voor regels waaraan verantwoorde reclame dient te voldoen. Wereldwijd hebben bijna alle zelfreguleringorganisaties deze regels opgenomen in hun codes. Dit geldt ook voor de Stichting Reclame Code. Regelmatig komen vertegenwoordigers uit alle landen bijeen om te bespreken of de guidelines die de ICC opstelt nog voldoen aan de hedendaagse behoeften. Zo kwam recent de ICC bijeen om te bespreken of de huidige financiële mondiale crisis van invloed is op de zelfregulering, hoe zelfregulering ervoor kan zorgen dat reclame via interactieve media ook op een verantwoorde wijze verspreid wordt en of de huidige regels ten aanzien van de zogenaamde “green claims” nog voldoen.

Conclusie van deze bijeenkomst was onder meer dat wetgeving met gedetailleerde regels geen oplossing is. De markt wordt afgeremd wanneer er te veel regelgeving komt. Zelfregulering (binnen een raamwerk van wetgeving) moet laten zien dat het effectief is en het vertrouwen verdient van zowel overheid als consumenten. Een goed werkend zelfreguleringsysteem laat zien dat het reclamemakend bedrijfsleven haar verantwoordelijkheid neemt. Transparantie, effectiviteit en deskundigheid wordt door het bedrijfsleven ingebracht waardoor gewaarborgd kan worden dat reclame op een verantwoorde wijze geschiedt. De Stichting Reclame Code zal ook in 2009 haar bijdrage leveren om verantwoorde reclame te bevorderen. Zowel in het belang van de consument als het adverterend bedrijfsleven.

Prisca Ancion-Kors, Directeur SRC

Ontwikkelingen zelfregulering

Jessica Bookelmann, Marketing & Communicatie Coördinator SRC

Terugblikkend op 2008 kan er vastgesteld worden dat er een aantal grote ontwikkelingen op het gebied van zelfregulering bij reclame heeft plaats gevonden. De Nederlandse Reclame Code werd aangepast. De nieuwe regelgeving omtrent oneerlijke handelspraktijken - met als doel de consument beter te beschermen tegen misleiding en ondernemers tegen oneerlijke concurrentie - werd opgenomen. Verder werd ook de Reclamecode voor Alcoholhoudende dranken aangescherpt.
Wat betreft nieuwe regels wordt verwacht dat de SMS Code begin 2009 in werking zal treden. Ook aanpassingen in de Reclamecode voor Reisaanbiedingen staat op de agenda.

In het nieuws

Prisca Ancion gastredacteur MarkEur magazine december 2008
Voor de december editie van het magazine MarkEur heeft Prisca Ancion de rol van gasthoofdredacteur vervuld. In de special “Foute” Marketing bespreekt ze onderwerpen als streetmarketing, goede smaak & fatsoen, misleidende reclame en de toekomst van marketing. De artikelen zijn te downloaden van onze website

De RCC in actie

Met dank aan Bert Lagerweij, Secretaris Reclame Code Commissie

I. Affiliate problematiek
Door de Reclame Code Commissie is een aantal klachten behandeld met betrekking tot pop-ups en banners die zijn geplaatst op websites voor kinderen. Deze pop-ups en banners waren niet door de adverteerder zelf geplaatst, maar door een derde (affiliate). In de beslissingen van de RCC komt onder meer de vraag aan de orde of en in hoeverre een adverteerder verantwoordelijk is voor het gedrag van een affiliate. In de beslissingen met de nummers 08.0444 en 08.0445 heeft de RCC de adverteerder verantwoordelijk geacht voor handelen in strijd met de Nederlandse Reclame Code.

In de zaken met de nummers 08.0444 en 08.0445 hebben de adverteerders volgens de RCC gekozen voor een wijze van reclame maken waarbij de affiliate zonder enige vorm van preventief toezicht kan besluiten op welke website de banner wordt geplaatst. Hierdoor hebben de adverteerders welbewust het risico genomen dat wordt gehandeld in strijd met de Nederlandse Reclame Code. Van adverteerders mag onder deze omstandigheden worden verlangd dat zij zoveel mogelijk toezicht en invloed uitoefenen op de affiliate teneinde naleving van de relevante wet- en regelgeving (waaronder de NRC) af te dwingen.

De Reclame Code Commissie gaat vervolgens in op de vraag of adverteerders hieraan voldoende uitvoering hebben gegeven. In beide zaken hebben de adverteerders volgens de Commissie onvoldoende toezicht uitgeoefend. De adverteerders zijn daarom medeverantwoordelijk voor overtreding van de NRC door de affiliate. Tegen beide zaken is beroep ingesteld.

II. Monster
Het betreft een televisiecommercial die begint als een computergame waarin twee fantasiewezens elkaar bestrijden. Op een gegeven moment richt het ene wezen een wapen op het andere, dat daarop een microfoon pakt en een kinderliedje begint te zingen. Vervolgens wordt het zingende wezen beschoten door het andere wezen. Daardoor wordt het zingende wezen uit beeld gekatapulteerd. De commercial eindigt met beelden van een meisje dat met open mond naar de televisie kijkt. De commercial is om 19.00 uur uitgezonden. De Commissie stelt voorop dat zij zich bij de beoordeling van de vraag of een reclame-uiting in strijd is met de goede smaak en het fatsoen, dan wel of deze in strijd met de goede zeden is, terughoudend opstelt, dit wegens het subjectieve karakter van deze criteria.

De commercial is door zijn aard en opzet duidelijk bedoeld als een verwijzing naar een computergame. Dit betekent dat het geweld dat in de commercial is te zien niet realistisch is en bovendien fictief is. De Commissie is van oordeel dat ook jonge kinderen zullen beseffen dat hetgeen zij op het scherm zien niet echt gebeurt. De getoonde beelden zijn weliswaar gewelddadig, maar zullen gelet op het voorgaande door jonge kinderen niet als te schokkend worden beschouwd. Het feit dat een van de wezens op een gegeven moment begint te zingen is een onverwachte wending in de verhaallijn die door de meeste kijkers, ook door jonge kinderen, als humoristisch zal worden ervaren. Dit benadrukt het niet realistische karakter van de getoonde beelden en relativeert tevens het in de commercial getoonde geweld.

Op grond van het voorgaande is de RCC van oordeel dat het geweld in de commercial de grenzen van het toe-laatbare niet te buiten gaat. De Commissie heeft er overigens wel begrip voor dat de onderhavige reclame-uiting niet door iedereen wordt gewaardeerd.

III. Vergelijkende reclame met betrekking tot vlees
In een reclamefolder stelt een winkelketen dat haar vlees verser is dan bij de slager om de hoek. De RCC oordeelt dat sprake is van vergelijkende reclame. De uiting zet zich af tegen de slager “om de hoek”. “Om de hoek” betekent hier naar het oordeel van de Commissie: dichtbij. Dat is een zo ruime omschrijving, dat daaronder vrijwel iedere andere slager dan de winkelketen valt. Al deze andere slagers zijn te beschouwen als degenen ten aanzien van wie de vergelijking plaatsvindt.

Uitgaande van de vermoedelijke verwachting van een normaal geïnformeerde en redelijk omzichtige en oplettende gemiddelde consument, dient het woord “vers” volgens de RCC in dit geval zo te worden uitgelegd, dat is bedoeld de (korte) tijd die is gelegen tussen het moment van slachten en de verkoop van het vlees. De Commissie acht deze uitleg het meest in overeenstemming met de betekenis die de consument aan het woord vers in combinatie met vlees zal toekennen, en in ieder geval meer gangbaar dan de uitleg van adverteerder waarbij de frequentie van aanvoer en/of het zogenaamde kiemgetal, dat mede wordt bepaald door de wijze van verwerking, beslissend is voor de mate van versheid. Ook Van Dale’s woordenboek der Nederlandse taal omschrijft “vers” als “pas geslacht”. Adverteerder heeft de juistheid van de absolute claim “verser dan bij [-] is het vlees nergens” (in de hiervoor aanvaarde uitleg van: pas geslacht) niet aangetoond.

De vergelijking met de slager “om de hoek” gaat daarom mank; de claims zijn door hun onjuistheid misleidend. De Commissie is van oordeel dat de gemiddelde consument hierdoor ertoe gebracht kan worden een besluit over een transactie (te weten: aankoop van het aangeprezen vlees) te nemen, dat hij anders niet had genomen. De vergelijkende reclame voldoet derhalve niet aan de eis van artikel 13 aanhef en onder a NRC (nieuw) dat de reclame-uiting niet misleidend in de zin van de Nederlandse Reclame Code mag zijn, zodat de klacht gegrond is.

IV. Soep met cantharel of cantharellen
Een aantal fabrikanten brengt bospaddenstoelensoep op de markt waarbij op het etiket staat “met cantharellen”. Volgens klager blijkt de soep, nadat deze door een zeef is gehaald, minder dan één cantharel per verpakking te bevatten. Gelet hierop is het gebruik van de meervoudsvorm “met cantharellen” op de verpakking volgens klager in strijd met de werkelijkheid.

De Nederlandse Reclame Code stelt voorop dat uit de ingrediëntendeclaratie op de verpakking blijkt dat de bospaddenstoelensoep voor 0,6% uit het ingrediënt “cantharel” bestaat. Adverteerder heeft onweersproken gesteld dat dit overeenstemt met 3,5 gram van dit ingrediënt per verpakking. Het is de Commissie niet duidelijk geworden of dit gewicht correspondeert met één of meer cantharellen per verpakking. Vooralsnog ziet de Commissie geen aanleiding om aan te nemen dat dit gewicht noodzakelijkerwijs meebrengt dat in de onderhavige soep slechts één cantharel per verpakking is verwerkt. Ook indien dat wel zo zou zijn, kan de uiting niet misleidend worden geacht.

De redelijk geïnformeerde, omzichtige en oplettende consument - die geacht wordt de ingrediëntendeclaratie te lezen voordat hij tot de aankoop van een product besluit - zal naar het oordeel van de Commissie bij een product als bospaddenstoelensoep in het algemeen meer belang hechten aan de vraag hoe groot het procentuele aandeel van een bepaald ingrediënt is, dan aan de vraag hoeveel exemplaren van dat ingrediënt zijn gebruikt. In het onderhavige geval zal de consument daarom meer belang hechten aan het procentuele aandeel van het ingrediënt cantharel in de soep, dan aan de vraag hoeveel cantharellen (exemplaren) in de soep zitten. Hieruit volgt dat het gebruik op de verpakking van een enkel- of meervoudsvorm met betrekking tot het ingrediënt cantharel niet van wezenlijke invloed is op de beslissing van de consument om het product al dan niet te kopen. De klacht kan derhalve niet slagen.

V. Spoedzaak
In een aantal nieuwsbrieven geeft een bewonersinitiatiefgroep een toelichting op de voordelen die een glasvezelnetwerk volgens hem heeft ten opzichte van het bestaande kabelnetwerk van klager. Klager maakt bezwaar tegen de inhoud van de nieuwsbrieven. De Reclame Code Commissie oordeelt dat in deze nieuwsbrieven reclame wordt gemaakt voor een glasvezelnetwerk zoals dat eventueel door derden zal worden aangelegd en geëxploiteerd. Nu voorts vaststaat dat die aanprijzing in het openbaar plaatsvindt, is voldaan aan de vereisten die artikel 1 NRC (nieuw) stelt voor reclame en is de Commissie bevoegd om over de klacht te oordelen.

Nu in de nieuwsbrieven de diensten van klager worden vergeleken met de mogelijke diensten die na de aanleg van het glasvezelnetwerk beschikbaar zijn bij exploitatie van dat netwerk door een ander bedrijf, toetst de Com-missie de gewraakte uitingen aan artikel 13 NRC (nieuw). Deze bepaling bevat een vergelijkbare regeling als artikel 6:194a BW, zodat kan worden volstaan met te toetsen aan artikel 13 NRC (nieuw). Artikel 6:194 BW is niet van toepassing, nu het niet gaat om mededelingen ten behoeve van een beroep of bedrijf van de bewonersinitiatiefgroep zelf. Hoewel klager in nieuwsbrief 4 niet expliciet wordt ge-noemd als de beheerder van het kabelnetwerk waarmee de vergelijking plaatsvindt, is ook in zoverre sprake van vergelijkende reclame.

De commissie acht het aannemelijk dat de normaal geïnformeerde en redelijk omzichtige en oplettende gemiddelde consument (vgl. HvJ EG, 19 april 2007) klager zal identificeren als degene op wie de vergelijking in nieuwsbrief 4 betrekking heeft. Klager is op dit moment de enige exploitant van een kabelnetwerk in de desbetreffende plaats, zodat de vergelijking slechts op haar betrekking kan hebben. Vervolgens worden de klachten per nieuwsbrief beoordeeld en in de meeste gevallen gegrond geacht.

In beroep bij het College

Met dank aan Judith Borret-Bouritius, Secretaris College van Beroep

In december 2008 oordeelde het College van Beroep onder meer als volgt.

I. Reclame op www.hetnet.nl voor Instap Surfen misleidend
Het College bevestigde een beslissing van de Commissie waarbij reclame op www.hetnet.nl voor het product Instap Surfen misleidend werd bevonden. Het College is ervan uitgegaan dat in geding is de vraag of de vermelding van een prijs van € 9,95 per maand voor de eerste 12 maanden voor het product Instap Surfen al dan niet misleidend is.

Uit informatie van KPN blijkt dat voornoemde prijs alleen geldt voor het product Instap Surfen met een vaste telefoonaansluiting en niet voor Instap Surfen zonder vaste telefoonaansluiting. Deze belangrijke beperking blijkt naar het oordeel van het College voor de gemiddelde consument onvoldoende duidelijk uit de reclame-uiting. Nu deze reclame de consument ertoe kan brengen een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet had genomen, acht het College deze misleidend als bedoeld in artikel 8.3 sub c van de Nederlandse Reclame Code en daardoor oneerlijk en in strijd met artikel 7 NRC. Aan het oordeel van de Commissie doet niet af dat bij het bestellen van een product moet worden opgegeven of men een vaste telefoonaansluiting heeft en dat vervolgens wordt vermeld welke producten voor de betreffende consument beschikbaar zijn.

II. Reclame op www.boswandeling.nl niet in strijd met artikel 10 RvA (nieuw)
Het College bevestigde een afwijzing door de Commissie van de klacht dat een aantal pagina’s van de website www.boswandeling.nl in strijd zou zijn met artikel 10 RvA (nieuw). Artikel 10 RvA (nieuw) luidt: “Reclame voor alcoholhoudende drank mag zich niet specifiek richten tot minderjarigen. Meer in het bijzonder zijn de uitingen als omschreven in de toelichting bij artikel 10 niet toegestaan”. Volgens de toelichting op dit artikel is het onder meer verboden bij uitingen/acties gebruik te maken van premiums die specifiek gericht zijn op minderjarigen, zoals strandspeelgoed. Ook zijn uitingen die gebruik maken van jongerentaal niet toegestaan.

Niet kan worden geoordeeld dat de gewraakte reclame voor de alcoholhoudende drank “Flügel” zich specifiek tot minderjarigen, dat wil zeggen personen beneden de leeftijd van 18 jaar, richt. Het College acht het weliswaar aannemelijk dat zowel de vormgeving van de uiting, daaronder begrepen het logo van Boswandeling met een eend als de in de uiting aangeboden producten zoals een felgekleurd luchtbed en badlaken ook (een deel van de) minderjarigen zal aanspreken, maar dit enkele gegeven biedt onvoldoende steun voor het oordeel dat de gewraakte uiting dient te worden aangemerkt als een uiting die zich specifiek tot minderjarigen richt.

Naar het oordeel van het College zijn er onvoldoende concrete feiten of omstandigheden gebleken waaruit kan worden opgemaakt dat de uiting specifiek voor minderjarigen is bedoeld. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat aan de uiting een leeftijdsgrens is verbonden, in die zin dat men van de inhoud daarvan uitsluitend kennis kan nemen, indien men op de eerste pagina daarvan de optie “Ik ben OUDER dan 18” aanklikt, hetgeen erop duidt dat de uiting is gericht op personen van 18 jaar en ouder. Meer in het bijzonder is bij de uiting niet gebruik gemaakt van ‘strandspeelgoed’ als vermeld in de opsomming van reclame-uitingen die, ingevolge de toelichting bij artikel 10 RvA, in ieder geval verboden zijn, terwijl naar het oordeel van het College de zinsneden “geweldig leuke acties” en “toffe gadgets” niet onmiskenbaar als specifiek op jongeren gericht taalgebruik kunnen worden aangemerkt.

III. Reclame voor cadeau bij uitvaartverzekering misleidend.
Het College bevestigde een beslissing van de Commissie dat een uiting op de website gratisnintendo.nl misleidend is in de zin van artikel 8.3 sub c NRC. Naar het oordeel van het College wekt de tekst: “Je sluit al een goede uitvaartverzekering voor slechts enkele euro’s per maand. Bovendien krijg je er gratis één van onderstaande kado’s bij” in samenhang met de in de uiting afgebeelde cadeaus - waaronder de Nintendo Wii - en de vermelding bovenaan het invulformulier dat men graag een “fantastisch kado” wenst te ontvangen, onmiskenbaar de indruk dat men voor elk van de afgebeelde cadeaus in aanmerking komt, ongeacht de afgesloten verzekering.

De aldus gewekte indruk dat elke nieuwe verzekeringnemer te zijner keuze zonder meer recht heeft op een van de afgebeelde cadeaus wordt niet weggenomen door de enkele verwijzing in de uiting naar de actievoorwaarden. Daarbij komt dat de ten tijde van het indienen van de klacht geldende actievoorwaarden onvoldoende duidelijkheid geven over de vraag welke verzekering (daaronder begrepen het verzekerd bedrag) moet worden afgesloten om voor de respectievelijke afgebeelde cadeaus in aanmerking te komen.

Aldus wordt in de uiting niet op voldoende duidelijke wijze de essentiële informatie verstrekt die de gemiddelde consument nodig heeft om een geïnformeerd besluit over een transactie te nemen. Bovendien kan de reclame de gemiddelde consument ertoe brengen een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet had genomen. Dat (het bestaan van) de desbetreffende actievoorwaarden op verschillende momenten onder de aandacht van een potentiële klant (wordt) worden gebracht en dat niet direct een verzekeringsovereenkomst tot stand komt, leidt niet tot een ander oordeel.

Abonnementen database

Alle uitspraken van de Reclame Code Commissie en het College van Beroep vanaf 1 januari 2000 tot en met de meest recente zijn beschikbaar in een de uitsprakendatabase op onze website. De uitspraken kunnen van dienst zijn bij nieuw te ontwikkelen campagnes of kunnen gebruikt worden om een mogelijke zaak voor de rechter te onderbouwen. Hier vindt u uitleg over de diverse abonnementmogelijkheden, waaronder een abonnement op het SRC e-mail alert systeem, waardoor u direct weet welke uitspraken de RCC en/of het CvB hebben gedaan m.b.t. een specifiek onderwerp.

Monitoring & Compliance Service

Met dank aan Anne-Jel Hoelen, Monitoring Service Coördinator


Cijfers Compliance Service – Vierde kwartaal

Beslissingen door de (Voorzitter) Reclame Code Commissie

Totaal beslissingen 283
waarvan aanbevelingen 77

Soort beslissing

aantal

NIB (voorzittersafwijzing)

134

TB (tussenbeslissing)

2

Afwijzing

56

VAB (voorzittersaanbeveling)

5

Aanbeveling, onderhands

72

Aanbeveling, openbaar

-

Beroep ingesteld

14

Van de 77 aanbevelingen conformeerden 72 adverteerders zich aan de uitspraken (= 94 %). 5 van de aanbevelingen waren aanbevelingen van de Voorzitter van de Reclame Code Commissie.  4 adverteerders bleken niet bereid zich daaraan te conformeren. Bij 3 van deze adverteerders gaat het om acquisitiefraude.

Beslissingen door het College van Beroep  

Totaal beslissingen

23

waarvan aanbevelingen

15

 

 

Soort beslissing

aantal

Terugverwijzing RCC

1

TB (tussenbeslissing)

-

Afwijzing

7

Aanbeveling, onderhands

15

Van de 15 aanbevelingen conformeerden  12 adverteerders zich aan de uitspraken (= 80 %).

Monitoring Voeding en non-alcoholische dranken 2008 – Hoge mate van compliance

Op 16 oktober 2008 organiseerde European Advertising Standards Alliance, EASA, een afsluitende workshop over de Monitoring Voeding en non-alcoholische dranken 2008 (hierna: de monitoring). In het kader van deze monitoring beoordeelden 8 zelfregulerende instanties op het gebied van reclame advertenties voor voeding en non-alcoholische dranken die in 2007 op televisie, in print en op internet zijn verschenen.

De reclames werden getoetst aan de geconsolideerde ICC Code en de nationale zelfregulerende codes. In Nederland vallen daar onder meer de Reclamecode Voor Voedingsmiddelen en de Code voor Zoetwaren onder. In totaal werden 2957 uitingen beoordeeld. De Afdeling Monitoring & Compliance van de SRC nam 259 uitingen voor haar rekening.

Aan de workshop, die werd gehouden in Bratislava, namen voor de eerste keer ook vertegenwoordigers van de branche deel (adverteerders, ondernemingen en de media). Tijdens de workshop werden de resultaten van de monitoring bekeken en werden verschillende voorbeelden uit de monitoring besproken. Uit het rapport van de monitoring blijkt dat 94% van de beoordeelde reclames in overeenstemming was met de codes. Bij de bespreking viel op dat, indien sprake was van overtreding van de code(s), het in de meeste gevallen ging om het niet voldoen aan een technisch vereiste. Uit de door de SRC beoordeelde reclame bleek dat adverteerders die op, kort gezegd, Nederlandse televisiezenders reclame maken voor zoetwaren, er vooral op moeten letten dat zij bij reclames artikel 6 Code Voor Zoetwaren in acht nemen. Zoetwaren in de zin van de genoemde code zijn:

Alle niet tot de normale maaltijdstructuur behorende voedings- en genotmiddelen, welke wegens hun door enkelvoudige voedingskoolhydraten (te weten saccharose, invertsuiker, glucose en fructose) bepaalde zoete smaak in het bijzonder tussen de maaltijden plegen te worden geconsumeerd. De code geldt niet voor ijs, frisdranken, broodbeleg en bij de normale maaltijdstructuur behorende suikerhoudende producten.

Volgens artikel 6 Code voor Zoetwaren dient bij televisiereclame voor zoetwaren een vastgestelde, gestileerde afbeelding van een tandenborstel te worden getoond. In hetzelfde artikel worden een aantal eisen met betrekking tot de duur en de wijze van vertoning.

Daarnaast dienen adverteerders voor voeding en non-alcoholische dranken extra op te letten bij reclames die zijn gericht op kinderen. In de Kinder- en Jeugdreclamecode (KJC) staat een afdeling over herkenbaarheid van reclame (afdeling III, Herkenbaarheid reclame). Hierin staat onder meer dat in geval van een banner of een pop-up gericht op kinderen de reclame-uiting voorzien dient te zijn van de woorden “reclame” of “advertentie”. Als het een hele kleine reclame betreft kan volstaan worden met de “adv.” (zie artikel 5 lid 1 KJC). Download hier het volledige rapport van de Monitoring Voeding en non alcoholische dranken 2008.

Monitoring Alcoholhoudende dranken 2008 – Hoge mate van compliance

Op 5 december 2008 organiseerde EASA een afsluitende workshop over de Monitoring Alcoholhoudende dranken 2008 (hierna: de monitoring). In het kader van de monitoring beoordeelden in totaal 19 zelfregulerende instanties op het gebied van reclame advertenties voor alcoholhoudende dranken zoals die op televisie en in print zijn verschenen in 2007.

De reclames werden getoetst aan de EFRD Commons standards, de Brewers of Europe Responsible Communications Guidelines en de nationale zelfregulerende codes waaronder de Reclamecode voor Alcoholhoudende Dranken (RVA). De SRC beoordeelde 43 uitingen. Zoals gebruikelijk waren er bij de monitoring ook een drietal onafhankelijke beoordelaars betrokken.

Tijdens de workshop in Brussel werd het Compliance rapport dat over Alcohol Advertising Monitoring is verschenen gepresenteerd (download het rapport hier). In dit rapport staan de parameters van de monitoring en de resultaten binnen de verschillende sectoren, waaronder een vergelijking per medium, een vergelijking met eerdere monitorings en een overzicht van de soorten overtredingen. Uit het rapport blijkt dat 94% van de beoordeelde reclames in overeenstemming zijn met de codes.

Ook de onafhankelijke beoordelaars gaven hun reactie op de exercitie. Naast hun toespraken en een bespreking van de resultaten was er ook ruimte voor discussie over de in de monitoring behandelde reclame-uitingen die als gebruikelijk werd gestimuleerd door een groepsoefening. Bij deze oefening wordt een selectie van reclame-uitingen die voorkwamen in de monitoring beoordeeld door de deelnemers aan de workshop. De selectie wordt gemaakt door EASA. De deelnemers geven hun oordeel over de commercials (‘In strijd met de code’, ‘Twijfel’ en ‘In overeenstemming met de code’). Hierna worden enkele deelnemers uitgenodigd om hun oordeel nader toe te lichten.

Bij de groepsoefening vielen drie verschillen op tussen de SRC en haar zusterorganisaties. Wat het meest opvalt is dat de zusterorganisaties eerder gebruik maken van ‘strijd met de geest van de code’, een bepaling die ook in het algemene gedeelte van de Nederlandse Reclame Code staat en wel in artikel 16 NRC (nieuw). Via de schakelbepaling in artikel 17 NRC (nieuw) is dit artikel ook van toepassing bij de Bijzondere Reclame Codes als de RVA. De zusterorganisaties hanteren, anders dan de (Vzr. van de) RCC en het CvB deze bepaling niet alleen voor situaties die niet expliciet in de artikelen van de code worden beschreven. Daarnaast valt op dat in veel landen het gebruik van cartoonfiguren in reclames voor alcoholhoudende dranken per definitie in strijd met de nationale alcoholcode wordt bevonden. Dat is bij de volgens artikel 10 RVA niet het geval. Op deze keuze in de RVA werd door een van de onafhankelijke beoordelaars van de Monitoring, te weten Marie-Helene Cussac, Communicatie manager bij Generation Europe, met instemming gereageerd (zie voor een toelichting op Generation Europe ook p. 5 van ‘Alcohol Advertising Monitoring 2008. Compliance Report’). Een derde opvallende afwijking is te vinden in het verbod op het tonen van gevaarlijke situaties. Dit verbod staat in de ICC en is in algemene vorm in veel nationale algemene codes en in bijzondere vorm in veel nationale alcoholcodes te vinden. Het algemene verbod kan met enige moeite gelezen worden in artikel 3 (algemeen belang, openbare orde) en artikel 4 (bedreiging lichamelijke volksgezondheid) van het algemene gedeelte van de NRC (nieuw) maar er is veel minder snel sprake van strijd met het algemeen belang, de openbare orde of van bedreiging van de lichamelijke volksgezondheid dan van het tonen van een gevaarlijke situatie.

De monitoring 2008 was in een aantal opzichten afwijkend van de monitoring van vorig jaar. Een van de voornaamste verschillen was dat dit jaar er meer landen meededen (19 in 2008 i.p.v. 15 in 2007), verder was de monitoring beperkt tot de binnen 3 maanden verschenen reclame-uitingen (in plaats van de reclame-uitingen als verschenen gedurende een heel jaar) en bevond zich onder de onafhankelijke beoordelaars de vertegenwoordiger van Generation Europe, die namens personen onder de 30, ‘de jongeren’, input heeft gegeven. Naast de nationale beoordelaars en vertegenwoordigers van de onafhankelijke beoordelaars namen ook toonaangevende producenten van sterke dranken en bier en van de nationale brancheorganisaties deel aan de workshop.

Opmerking verdient dat de door de Afdeling Monitoring & Compliance van de SRC beoordeelde reclames zijn getoetst aan de oude Reclamecode Voor Alcoholhoudende dranken aangezien in de monitoring reclames werden beoordeeld die dateren van vóór inwerkingtreding van de nieuwe code. Dit betekent dat een aantal kleine knelpunten die uit het voor Nederlandse monitoring gedeelte blijken door de inwerking van de nieuwe RVA zijn achterhaald.

Nieuw bij de RCC


Namens VEA: Dhr. L. Franken per 1 november 2008
Dhr. K.A. Groot per 1 januari 2009

Agenda


3/10/17 februari & 4 /12 maart RCC zittingen
19 februari CVB zitting
5 en 6 februari EASA meeting Brussel

Stichting Reclame Code


  • Onafhankelijk
  • Deskundig
  • Transparant
  • Snel
  • Lage kosten