Nieuwsbrief maart 2009

Voorwoord

Geachte heer, mevrouw,

Elke dag blijkt weer dat zowel consumenten als adverteerders de Reclame Code Commissie weten te vinden. In 2008 werd een totaal van maar liefst 1183 beslissingen genomen door de Reclame Code Commissie, het College van Beroep en de voorzitter van de RCC. Stichting Reclame Code is een transparante organisatie. Om u meer inzicht te verschaffen in de werkzaamheden van de RCC en het College van Beroep, zal er begin april een jaarverslag gepubliceerd worden met daarin een gedetailleerd overzicht van het aantal beslissingen ingedeeld naar product en dienst (bijvoorbeeld alcoholhoudende dranken, reizen en toerisme en gezondheid) en media (print, tv, radio, etc.). Verder kunt u lezen hoeveel adverteerders gehoor gaven aan een aanbeveling van de Commissie en/of het College en wordt er uitvoerig ingegaan op de adverteerders (gelukkig een klein aantal) die besloten dit niet te doen. Het jaarverslag zal ook gepubliceerd worden op de website.

Er is vaker gebleken dat er enigszins onduidelijkheid bestaat over de reikwijdte van de Nederlandse Reclame Code en of deze ook van toepassing is op “digitale” reclame. Daarover kan ik kort zijn: De Nederlandse Reclame Code is van toepassing op alle moderne communicatiedragers. De inhoud van de NRC is dan ook van toepassing op websites, banners, reclame per email, kortom op online advertising.

Prisca Ancion-Kors, Directeur SRC

De RCC in actie

Met dank aan Bert Lagerweij, Secretaris Reclame Code Commissie

Reeds gepubliceerde berichten en uitspraken
Sinds de nieuwsbrief van januari zijn op de website reeds een aantal nieuwsberichten over zaken van de Reclame Code Commissie verschenen. Het betreft:

  • Het nationaal Reumafonds tegen PK Benelux/Pharma Care B.V., waarin de Reclame Code Commissie een openbare aanbeveling heeft gedaan wegens reclame voor het voedingssupplement MPC4/CartiXan. Lees hier het persbericht.
  • Greenpeace tegen Atoomstroom naar aanleiding van de vraag of in reclame-uitingen atoomstroom schoon, CO2-vrij en vrij van subsidies mag worden genoemd. De klacht werd gedeeltelijk toegewezen. Hier kunt u de uitspraak lezen.
  • Diverse klagers tegen Allsecur naar aanleiding van een commercial waarin diverse mensen van hoge flatgebouwen af springen. De klachten werden afgewezen. Hier kunt u de uitspraken lezen.
  • Diverse klagers tegen Stichting Consument & Veiligheid over de muziek van Eric Clapton bij een waarschuwing over de gevaren voor kinderen bij een val vanaf hoogte. De klachten werden afgewezen. Klik hier voor het persbericht.
I. Klacht tegen vuurwerkcampagne afgewezen
Op http://www.flaaf.be kunnen drie korte filmpjes worden aangeklikt die gemaakt lijken te zijn door de organisatie “Flemish Liberation Army Against Freedom”. In deze filmpjes zijn telkens drie personen te zien die lijken op moslimextremisten en die vuurwerk kopen in België. Klager vindt dat België daarbij wordt voorgesteld als een derdewereldland dat terrorisme steunt. Lees verder

Naar het oordeel van de Commissie zal het voor een ieder duidelijk zijn dat de filmpjes niet letterlijk dienen te worden genomen. Het is immers geen realistische situatie dat drie op moslimextremisten lijkende personen in België vuurwerk kopen en daarbij in de veronderstelling verkeren dat het om verboden explosieven gaat. Het zal de gemiddelde kijker niet ontgaan dat de filmpjes in werkelijkheid dienen als waarschuwing voor de gevaren van professioneel vuurwerk dat door particulieren in België kan worden gekocht. Dit blijkt ook expliciet uit het einde van de filmpjes.

Op grond van het voorgaande zal de gemiddelde kijker begrijpen dat, voor zover in de filmpjes wordt gesproken over België of beelden zijn te zien die kennelijk in België zijn gemaakt, dit niet is bedoeld om een realistisch en negatief beeld te geven van België of van zijn inwoners, maar uitsluitend om de aandacht te vestigen op de Belgische vuurwerkhandel en het zware professionele vuurwerk dat door deze handel aan Nederlanders wordt verkocht. Dat deze vuurwerkhandel door de associatie met terrorisme en de daarbij getoonde beelden in een negatief daglicht wordt gezet, brengt nog niet mee dat België als derdewereldland wordt voorgesteld dat terrorisme steunt of dat zelf terroristisch is. De boodschap dat zwaar professioneel vuurwerk, zoals dat door de Belgische vuurwerkhandel wordt verkocht, gevaarlijk is, kan niet als onjuist worden beschouwd en is evenmin beledigend of nodeloos kwetsend voor België, zijn inwoners of specifieke bevolkingsgroepen. De wijze waarop in de filmpjes wordt getoond dat dit in België gekocht vuurwerk gevaarlijk is, acht de Commissie niet in strijd met de goede smaak en het fatsoen, dit mede gelet op de subjectieve aard van dit criterium en het feit dat de filmpjes zijn bedoeld om op een opvallende en indringende wijze te waarschuwen voor de ernstige gevaren van dit vuurwerk.

II. Energiedrank met alcohol
De Commissie ontvangt regelmatig klachten over reclame-uitingen voor energiedranken met alcohol. Naar aanleiding van een uiting waarin twee naakte dames zijn te zien heeft de Commissie een uitvoerig gemotiveerde beslissing gegeven.

De Commissie is van oordeel dat adverteerder het drankje ten onrechte als gezond aanprijst. Voorts is de Commissie van oordeel dat met het woord “energy” in de genoemde uitingen wordt gesuggereerd dat de consumptie van de betreffende drank de lichamelijke of geestelijke prestaties verbetert. De Commissie is om die reden van oordeel dat overal waar in de uitingen het woord “energy” gebezigd wordt mede met betrekking tot de alcoholhoudende drank, sprake is van strijd met artikel 6 lid 3 RVA (nieuw). Reclame voor alcoholhoudende drank mag niet de indruk wekken dat er een causaal verband bestaat tussen het consumeren van alcoholhoudende drank en sociaal succes, maar evenmin mag sprake zijn van een dergelijk verband tussen het consumeren van de drank en seksueel succes. De Commissie is van oordeel dat in beide uitingen sprake is van een zeker seksueel succes, nu beide dames naakt zijn en het lijkt of zij neigen elkaar te kussen. Voorts is de Commissie van oordeel dat, nu één van de dames, terwijl ze de beschreven pose inneemt, een flesje ‘… shaker’ in haar hand heeft, de indruk wordt gewekt dat dit seksuele succes het gevolg is van het drinken van een alcoholhoudende drank. Op grond van het voorgaande is de Commissie van mening dat de klacht op dit punt gegrond is.

Dat, naar gesteld door klager, energy drinks met name door minderjarigen aantrekkelijk worden gevonden, en dat dit tot gevolg zal hebben dat de website ook door minderjarigen wordt bezocht, betekent niet dat de website van adverteerder dient te worden aangemerkt als specifiek gericht op minderjarigen. Ook de enkele vermelding op de website dat “… ook een eigenzinnig en lekker stout drankje voor de jeugd” is, maakt de website niet in het bijzonder gericht op minderjarigen. De Commissie is daarom van oordeel dat deze klacht ongegrond is. Op grond van artikel 21 RVA (nieuw) moet adverteerder aan de hand van het gebruikersprofiel aannemelijk maken dat de reclames op het internet niet een publiek bereiken dat voor meer dan 25 % bestaat uit minderjarigen. Nu adverteerder geen gebruikersprofiel heeft overgelegd, acht de Commissie deze klacht gegrond. [beroep ingesteld]

III. Informatie over erectiestoornis is reclame
Op televisie en op internet wordt de aandacht gevestigd op het probleem van een erectiestoornis. Het is de vraag of sprake is van reclame. De Reclame Code Commissie beantwoordt die vraag bevestigend.

De klacht betreft zowel de uiting op de televisie als de website. Naar het oordeel van de Commissie zijn beide uitingen aan te merken als reclame-uitingen in de zin van artikel 1 van de NRC. Anders dan de verweerder is de Commissie van oordeel dat zowel de televisie als de website een wervend karakter heeft. De televisiereclame bevat een aanprijzing van de website die op zijn beurt een aanprijzing bevat van een aantal medicijnen, reeds door de enkele vermelding van die medicijnen. Alvorens inhoudelijk in te gaan op de tegen de uitingen geuite bezwaren heeft de Commissie besloten de website ambtshalve te toetsen aan artikel 2 van de NRC, welke bepaling onder meer inhoudt dat reclame niet in strijd mag zijn met de wet. Aanleiding daartoe is dat op de, in kopie aan deze uitspraak gehechte en door de Commissie op 10 februari 2009 uitgedraaide pagina onder meer staat “Hoe kom ik dan aan Cialis, Levitra of Viagra?”. Links daarvan, in de marge worden, onder het kopje “Medicijnen” deze medicijnen genoemd en indien men op een medicijn klikt, komt men op de pagina waarop het desbetreffende medicijn nader wordt beschreven. Van de drie bewuste pagina’s is eveneens een kopie aan deze uitspraak gehecht.

Ingevolge artikel 85 van de Geneesmiddelenwet is publieksreclame voor uitsluitend op recept verkrijgbare geneesmiddelen verboden. Naar het de Commissie voorkomt gaat het hier om uitsluitend op recept verkrijgbare geneesmiddelen en worden deze medicijnen op de markt gebracht door de farmaceutische bedrijven die de website sponsoren. De Commissie stelt verweerder in de gelegenheid tegen deze ambtshalve toetsing verweer te voeren binnen 14 dagen na dagtekening van deze uitspraak. [beroep ingesteld]

IV. Commercial met betrekking tot MS misleidend
Het betreft een radiocommercial van adverteerder, uitgezonden in de eerste twee weken van november in 2008, waarin aan het einde de volgende tekst wordt gezegd: “(…) U kunt onderzoek naar MS ook steunen door een actie te organiseren op uw werk of in uw vereniging.” Aan het eind van de commercial wordt gezegd dat adverteerder niet collecteert. Klaagster zet zich eveneens in voor MS, maar collecteert wel.

Vast staat dat in Nederland verschillende organisaties zich, al dan niet in samenwerking met elkaar, inzetten voor MS. De Commissie overweegt dat de gemiddelde consument niet precies op de hoogte zal zijn van het bestaan en de aard van al deze organisaties, de manier waarop zij gelden werven en/of op welke manier deze organisaties met elkaar samenwerken. Het maken van het precieze onderscheid wordt nog bemoeilijkt doordat de namen van deze organisaties op het eerste gezicht lastig van elkaar zijn te onderscheiden. Om deze redenen acht de Commissie de korte mededeling: “[naam verweerder] collecteert niet”, hoewel op zichzelf juist, voor de gemiddelde consument verwarrend. Door adverteerder is niet weersproken dat de uiting ook daadwerkelijk tot gevolg heeft gehad dat verschillende consumenten ten onrechte in de veronderstelling waren dat voor MS in het geheel niet gecollecteerd werd. Dat de verwarring mogelijk nog versterkt is door de keuze van klager om in de derde week van november te collecteren doet hieraan niet af. Voorts is de Commissie van mening dat door de gewraakte mededeling de gemiddelde consument ertoe gebracht kan worden om een besluit te nemen over een transactie, dat hij anders niet had genomen. Misleidende reclame is oneerlijk als bedoeld in artikel 7 NRC (nieuw).

V. Commercial met betrekking tot kindermishandeling pas na 20.00 uur
Het betreft een televisiecommercial van verweerder waarbij de kijker wordt geïnformeerd over wat hij kan doen wanneer hij vermoedt dat sprake is van kindermishandeling. Vanuit het perspectief van een volwassen persoon wordt een vrouw getoond die op straat, zowel in verbale als fysieke zin, te keer gaat tegen een kind.

De Commissie vat het bezwaar van klager aldus op dat hij de commercial voor jonge kinderen te schokkend acht. In dit verband zal de Commissie beoordelen of de commercial, voor zover deze kinderen bereikt, in strijd is met de goede smaak en/of het fatsoen. Met betrekking tot de onderhavige uiting acht de Commissie, voor zover de uiting kinderen bereikt, de grenzen van hetgeen toelaatbaar moet worden geacht overschreden. De beelden, waarbij de vrouw het kind onder meer hevig door elkaar schudt, in combinatie met het geschreeuw van deze vrouw, zijn naar het oordeel van de Commissie voor kinderen te schokkend. De Commissie acht de uiting aldus in strijd met de goede smaak en/of het fatsoen, voor zover deze wordt uitgezonden vóór 20.00 uur. Zij zal, gebruik makend van haar bevoegdheid in artikel 17 lid 1 sub g van het Reglement betreffende de Reclame Code Commissie en het College van Beroep, voorwaarden stellen aan het tijdstip van uitzending van de reclame. De stelling van verweerder, dat zij geen invloed heeft op het tijdstip waarop de commercial wordt uitgezonden, maakt het voorgaande niet anders, omdat deze omstandigheid voor verweerders eigen risico komt. [beroep nog mogelijk]

In beroep bij het College

Met dank aan Judith Borret-Bouritius, Secretaris College van Beroep

In januari-maart 2009 oordeelde het College van Beroep onder meer als volgt.

I. Adverteerder verantwoordelijk voor overtreding Nederlandse Reclame Code bij adverteren via Google AdSense
Het College bevestigde een beslissing van de Commissie waarbij reclame voor ringtones, geplaatst op een website gericht op kinderen, in strijd met onder meer de Kinder- en jeugdreclamecode werd bevonden. Het College stelt vast dat er sprake is van adverteren via Google AdSense, via welk systeem van adverteren AdSense-advertenties aan een website kunnen worden gekoppeld, zonder dat een relatie behoeft te worden onderhouden met de adverteerder, dit laatste omdat Google de advertenties aanlevert.

Uit ter vergadering verstrekte informatie concludeert het College dat in dit geval de aanbieder van ringtones (hierna: de aanbieder) de gewraakte uitingen heeft doen toekomen aan Google, waarna Google ervoor heeft gezorgd dat eigenaren van websites de uitingen op hun website kunnen plaatsen.

In incidenteel appel, ingesteld door de aanbieder, deelt het College het oordeel van de Commissie dat de aanbieder in beginsel medeverantwoordelijk is voor de plaatsing van een aantal door of in opdracht van de aanbieder ontwikkelde uitingen op de betreffende website. Er is gebruik gemaakt van een wijze van reclame maken waarbij eigenaren van websites, zonder enige relatie te onderhouden met de aanbieder, reclame-uitingen van de aanbieder op hun website kunnen plaatsen. Daarmee heeft de aanbieder het risico genomen dat door zodanige plaatsing de Nederlandse Reclame Code wordt overtreden.

Naar de aanbieder stelt, biedt Google niet de mogelijkheid om kindersites bij voorbaat te laten uitsluiten van adverteren via Google AdSense, maar kunnen alleen URL’s van websites worden uitgesloten. Daarbij kost het -naar de aanbieder stelt- veel tijd om te achterhalen welke sites moeten worden uitgesloten, omdat aan de URL’s van de 11.000 sites, waar het in dit geval om gaat, veelal niet te zien is wat voor site het betreft, meer in het bijzonder of het een site is, gericht op kinderen.

Bovengenoemde omstandigheden, die kennelijk eigen zijn aan het gebruik van Google AdSense, komen naar het oordeel van het College voor rekening en risico van de aanbieder en betekenen niet dat de aanbieder niet mede verantwoordelijk zou zij voor de plaatsing van de gewraakte uitingen. Dit laatste, nog daargelaten dat de frequentie van het onderzoek dat de aanbieder -naar zij stelt- eens per kwartaal verricht om te voorkomen dat haar uitingen worden geplaatst op sites, gericht op kinderen, naar het oordeel van het College zou behoren te worden opgevoerd. Andere feiten of omstandigheden op grond waarvan in het onderhavige geval van bovengenoemd beginsel zou moeten worden afgeweken, acht het College niet aanwezig.

II. Reclame Kring-apotheek voor het Digitaal Medicatie Dossier niet misleidend
Het College vernietigde een beslissing van de Commissie waarbij de tekst “Alleen bij Kring-apotheek: het Digitale Medicatie Dossier” misleidend werd bevonden. De Commissie overwoog onder meer dat er ook andere apotheken zijn die patiënten de mogelijkheid kunnen bieden om hun medische gegevens digitaal in te zien.

Het College heeft overwogen:
“De “Medlook pas”, waarnaar in de bij de Commissie ingediende klacht wordt verwezen, voorziet - naar Kring-apotheek onweersproken heeft meegedeeld - in de mogelijkheid om als patiënt, via de website van Medlook, een eigen dossier aan te leggen en daarin gegevens omtrent de medische situatie in te voeren, waarna deze gegevens door zorgverleners als huisarts en apotheek kunnen worden bevestigd of aangevuld. Kringapotheek heeft, eveneens onweersproken, gesteld dat het “Digitaal Medicatie Dossier” klanten van Kring-apotheek de mogelijkheid biedt om 24 uur per dag inzage te hebben in de actuele, in het systeem van de apotheek geregistreerde gegevens over aan de klant verstrekte medicatie. Niet is gebleken dat andere apotheken diezelfde mogelijkheid bieden.

Gelet op het bovenstaande heeft Kring-apotheek de juistheid van de claim “Alleen bij Kring-apotheek: het Digitaal Medicatie Dossier” voldoende aannemelijk gemaakt”.

III. Boekingsmodule op website IATA agent niet misleidend
Het College vernietigde een beslissing van de Commissie, waarbij een boekingsmodule op de website van een IATA agent, die bemiddelt tussen de klant en de luchtvaartmaatschappij, misleidend werd bevonden.

De Commissie overwoog onder meer dat nu de klager in stap 1 van het boekingsproces de optie businessclass had aangevinkt, en de adverteerder op dat punt geen enkel voorbehoud heeft gemaakt, de klager ervan uit mocht gaan dat alle vluchten die vervolgens naar aanleiding van de zoekopdracht werden getoond, in genoemde klasse zouden worden uitgevoerd.

Naar het oordeel van het College is de betreffende uiting niet misleidend. Het College heeft daartoe overwogen:
“Het College stelt voorop dat de uiting in haar geheel moet worden beschouwd. Weliswaar acht het College het begrijpelijk dat er verwarring kan ontstaan over het feit dat, terwijl de consument op pagina 1 de optie “Business class” heeft aangevinkt, toch een deel van de reis in “Economy class” wordt uitgevoerd, maar dat betekent niet dat de uiting in haar geheel voor de gemiddelde consument onvoldoende duidelijk is ten aanzien van de voornaamste kenmerken van het product en dat de uiting de gemiddelde consument ertoe brengt of kan brengen een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet had genomen
De gemiddelde consument, van wie enige oplettendheid mag worden verwacht, kan immers voordat hij boekt, bij de vermelding van de vluchtgegevens op pagina 4 zien dat een deel van de vluchten, en wel de domestic USA vluchten, niet in de gewenste klasse wordt uitgevoerd.

Abonnementen database

Alle uitspraken van de Reclame Code Commissie en het College van Beroep vanaf 1 januari 2004 tot en met de meest recente zijn beschikbaar in een de uitsprakendatabase op onze website. De uitspraken kunnen van dienst zijn bij nieuw te ontwikkelen campagnes of kunnen gebruikt worden om een mogelijke zaak voor de rechter te onderbouwen. Hier vindt u uitleg over de diverse abonnementmogelijkheden, waaronder een abonnement op het SRC e-mail alert systeem, waardoor u direct weet welke uitspraken de RCC en/of het CvB hebben gedaan m.b.t. een specifiek onderwerp.

Aan het woord

In voorgaande nieuwsbrieven heeft u kennis kunnen maken met de (oud-)voorzitter(s) van Stichting Reclame Code. In het laatste interview van deze reeks stellen wij graag Herman Bruggink aan u voor.

Herman Bruggink, voorzitter SRC van juni 2001 tot november 2005.

Hoe bent u indertijd voorzitter geworden?
Loek van Vollenhoven (interview in nieuwsbrief november 2008), die mij goed kende vanuit onze gezamenlijke Elsevier-tijd, heeft mij voorgedragen als een mogelijke opvolger. Na een gesprek met een afvaardiging van het bestuur werden wij het snel eens.

Wat was de voornaamste reden om deze taak op u te nemen?
Ik was in die tijd zelfstandig adviseur, bestuurder en ondernemer in de wereld van de uitgeverij en de media, en deze activiteit sloot uitstekend aan bij mijn interesse en ervaring. Daar komt bij dat ik door mijn juridische achtergrond altijd belangstelling heb gehouden, en nog heb, voor het intellectuele eigendomsrecht- en het mediarecht.

Welke ontwikkelingen speelden er in die tijd op het gebied van zelfregulering en reclame?
In de eerste plaats werd mij al heel gauw duidelijk dat het draagvlak voor de brancheorganisaties in de aangesloten bedrijven aan het afkalven was. De bereidheid om financieel bij te dragen en belangeloos mensen ter beschikking te stellen voor het collectieve belang werd misschien nog wel met de mond beleden, maar niet meer van harte ingevuld. Ik denk dat dat een ontwikkeling is, die al lang gaande was, maar die inmiddels had geleid tot brancheorganisaties die financieel onder zware druk stonden. Het feit dat SRC draaide op de bijdragen van de aangesloten brancheverenigingen maakte mij zeer bezorgd. Ik beschouwde de zorg voor de continuïteit dan ook als mijn eerste prioriteit. Mijn inschatting was dat SRC een andere financieringsbasis nodig had. Daarom zijn we toen overgeschakeld op een omslagsysteem voor de adverteerders, in plaats van de bijdragen van soms wankelende brancheverenigingen. Weliswaar is het systeem nog lang niet waterdicht, maar toch een stuk robuuster dan voorheen.

Wat de inhoudelijke kant betreft was er veel aandacht voor de kwestie van de opt-in of opt-out benadering van de telefoon- en sms reclame. En de discussie over de reclameregels voor de voedingsindustrie (kinderen en obesitas) begon steeds belangrijker te worden. Ik herinner mij pittige debatten tussen de vertegenwoordigers van de industrie en de Consumentenbond. En dan moet nog vermeld worden dat in mijn tijd de oprichting van de ConsumentenAutoriteit door het ministerie van EZ zijn beslag kreeg.

Wat waren veel voorkomende klachten?
Het ging inderdaad vaak over voedsel, snoep, maar ook over drank.

Hoe ziet u de SRC als organisatie nu en in de toekomst?
Ik heb mij, toen ik door mijn Nyenrode baan functies moest afstoten, bewust en nadrukkelijk uitgesproken voor een voorzitter uit de wereld van de adverteerders. De zelfregulering staat of valt met het draagvlak dat in die achterban bestaat. Dat is nu niet meer zo vanzelfsprekend als weleer, en daarom ben ik van mening dat de voorzitter uit die hoek moet komen. De adverteerders moeten het willen en doen, inclusief betalen, geleid door ‘one of them’. Ik denk dat dat nu goed geregeld is. Verder moet SRC goed ‘zichtbaar’ zijn en zijn nut keer op keer bewijzen. Het is heel goed dat de activiteiten nu zijn uitgebreid met advies en monitoring, dat geeft meer ‘body’ aan het instituut. En dat moet breed uitgedragen worden. De stichting is daarmee nu wel op de goede weg, maar er kan nog veel meer. Het vertrouwen in zelfregulering als principe heeft een knauw gekregen door de bankencrisis (overigens heeft iedereen kunnen zien dat daar ook het overheidstoezicht jammerlijk faalde) en de voorstanders van strenger toezicht hebben de wind dus mee. Daarom zal de industrie moeten tonen dat het met zijn eigen toezicht op reclame wel degelijk menens is.

Monitoring & Compliance Service

Begin dit jaar heeft Stichting Reclame Code een nieuwe klachtendatabase in gebruik genomen. Monitoring & Compliance heeft gegevens over het aantal aanbevelingen, de mate van compliance en de media- en productverdeling in de maanden januari en februari 2009 voor u op een rijtje gezet.

Aanbevelingen
In januari en februari is in 58 verschillende dossiers vastgesteld dat de Nederlandse Reclame Code is overtreden. 2 van deze aanbevelingen hebben betrekking op hetzelfde dossier aangezien de RCC met de uitspraak aan twee bij de reclame-uiting betrokken adverteerders aanbeveelt niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken. Naast de genoemde 48 aanbevelingen gingen in deze periode nog eens 10 adverteerders tegen een aanbeveling van de RCC in beroep bij het CvB. Geen van de adverteerders maakte bezwaar bij de RCC tegen een voorzittersaanbeveling (Vab).

Aanbevelingen

Aantal

Vab

2

RCC

(waarvan 1 openbaar)

43

Appel (RCC)

10

CvB

3

Totaal

58

(Non-)compliance
Het CvB en de voorzitter van de RCC hebben in totaal vijf keer aan een adverteerder aanbevolen niet meer op een bepaalde wijze te adverteren of de reclame op een bepaalde wijze te verspreiden. Alle vijf de adverteerders verklaarden zich te zullen houden aan de aanbeveling. Bij 40 van de 43 definitief geworden aanbevelingen die de RCC deed was dit ook het geval.

Drie van de dossiers met een aanbeveling door de RCC zijn vooralsnog afgesloten met de status ‘non- compliance’. Met betrekking tot deze uitspraken overlegden de adverteerders dus (nog) geen verklaring. Eén van deze adverteerders hield een actie met waardebonnen voor degenen die voor een bepaalde datum een woning kochten bij adverteerder. Het was volgens de RCC onvoldoende duidelijk dat deze actie slechts betrekking had op specifiek voor de actie geselecteerde koopwoningen. Een ander bood in een folder een bank aan afgebeeld in een kleur waarin deze niet verkrijgbaar was. Een derde gaf op een website aan dat de telefoon die gezamenlijk met een telefoonabonnement aangeboden werd ‘exclusief’ verkrijgbaar was bij adverteerder terwijl de telefoon ook elders verkrijgbaar was.

Vab

Aantal

Compliance

2

RCC

 

Compliance

40

Non-compliance

3

CvB

 

Compliance

3

Mediagebruik bij aanbevelingen
In de onderstaande tabellen is achtereenvolgend het mediagebruik opgenomen bij aanbevelingen door de voorzitter van de RCC, de RCC voor zover er geen beroep, en het CvB.

Vab

Aantal

DM huis-aan-huis         

1

DM post          

1

Totaal

2

 

RCC

Aantal

Print

8

TV       

6

Radio   

4

DM huis-aan-huis         

6

DM post          

8

DM E-mail       

1

DM, Telemarketing       

1

Website

13

Buitenreclame  

2

Anders

2

Totaal

51

 

CvB

Aantal

Website           

3

Totaal

3

Alleen bij de aanbevelingen van de RCC was er sprake van aanbevelingen met betrekking tot reclame-uitingen via verschillende media. Dit is bij 8 gevallen het geval.

Productverdeling bij aanbevelingen
De twee voorzittersaanbevelingen hebben betrekking op reclame voor een politieke partij en reclame voor internet-, telefonie- en kabeltelevisiediensten. De drie aanbevelingen die door het CvB in stand zijn gelaten hebben betrekking op sms-abonnementsdiensten die op webpagina’s gepresenteerd werden als prijsvragen. De verdeling naar product van de aanbevelingen als gedaan door de RCC staat in de onderstaande tabel.

HoofdcategorieTotaal
Alcoholhoudende dranken2
Casino, loterij, kansspel3
Computer 1
Dienstverlening (privaat)2
Financiële producten en verzekeringen5
(Gemotoriseerd) vervoer1
Gezondheid1
Huishouden6
Reizen en toerisme3
(Tele)communicatie7
Voeding- en niet alcoholhoudende dranken1
Vastgoed1
Vrije tijd, amusement, cultuur en sport5
Overige5
Totaal43

Nieuw bij de RCC


Namens de media: N.Y.F.J. Krijnen per maart 2009
Voorzitter: Mr. B.M. Vroom-Cramer per januari 2009

Agenda


RCC zittingen:
31/03/09
07/04/09
21/04/09
12/05/09
20/05/09
CVB zittingen:
14/04/09
18/05/09

26/03/09:
  • Training Verordering Voedings- en Gezondheidsclaims
  • SRC bestuursvergadering

Stichting Reclame Code: verantwoorde reclame door adverteerders voor consumenten


  • Deskundig
  • Onafhankelijk
  • Transparant
  • Snel
  • Kostenbesparend