A A A

Milieu Reclame Code (MRC)

Artikel 1. Toepasselijkheid

Deze Milieu Reclame Code is van toepassing op alle milieuclaims, dat wil zeggen op alle reclame-uitingen waarin im- of expliciet wordt gerefereerd aan milieuaspecten verbonden aan de productie, distributie, consumptie of afvalverwerking van goederen of diensten (tezamen te noemen : producten).

Toelichting bij artikel 1
De Code is van toepassing op de gehele levenscyclus van alle goederen en diensten, derhalve van productie (inclusief grondstofverwerking) tot en met afvalverwerking. Over de grensgebieden van de toepasselijkheid zullen de Reclame Code Commissie en het College van Beroep oordelen. Hierbij dient men zich te realiseren dat iedere reclame-uiting wordt getoetst aan de Algemene Code ook indien deze niet wordt bestempeld tot milieuclaim, en de Milieu Reclame Code dus niet van toepassing is.

Artikel 2. Geen misleiding

Milieuclaims mogen geen mededelingen, afbeeldingen of suggesties bevatten waardoor de consument misleid kan worden over milieuaspecten van de aangeprezen producten, of over de bijdrage van de adverteerder aan het handhaven en bevorderen van een schoon en veilig leefmilieu in het algemeen.

Toelichting bij artikel 2
Artikel 2 is ruim geformuleerd. Misleiding kan niet alleen ontstaan door feitelijke mededelingen, maar ook door afbeeldingen of suggesties, of juist door het ontbreken van informatie of waarschuwingen. Het gaat uiteindelijk om de totale indruk die de reclame-uiting wekt. In de praktijk blijkt tot nu toe dat de misleiding vaak daaruit bestaat, dat een kleine vooruitgang te nadrukkelijk wordt gepresenteerd als een doorbraak. Marginale verbeteringen moeten als zodanig worden gepresenteerd. Zie ook de artikelen 4 en 5. Het misleidingsartikel geldt altijd, ongeacht de vraag of de milieuclaims strijdig zijn met één of meer van de andere artikelen. Toetsing aan de andere artikelen zal altijd plaatsvinden naast toetsing aan artikel 2. Milieuclaims mogen immers niet misleiden.

Artikel 3. Aantoonbaarheid

Alle milieuclaims dienen aantoonbaar juist te zijn. De bewijslast rust op de adverteerder. Naarmate de milieuclaims absoluter zijn geformuleerd, worden zwaardere eisen gesteld aan het bewijsmateriaal.

Toelichting bij artikel 3
De vrijheid van communicatie brengt voor burgers en bedrijfsleven de verplichting mee om in geval van klachten achteraf verantwoording af te leggen en zonodig aan te tonen dat een gecommuniceerde boodschap juist is. De bewijslast berust dus bij de adverteerders. Hoe absoluter de milieuclaims, des te zwaardere eisen worden gesteld aan het bewijsmateriaal. Absolute claims zullen dus zeer zwaar bewijsmateriaal vereisen. Bij de huidige stand van de techniek is het moeilijk voorstelbaar dat van veel producten kan worden bewezen dat zij absoluut milieuonschadelijk zijn. Daarom is grote terughoudendheid met betrekking tot absolute claims op zijn plaats. Hierbij dient men zich te realiseren dat woorden als: ”milieuvriendelijk”, ”schoon”, ”groen”, ”goed voor het milieu”, die zonder nadere nuancering worden gebruikt, door het publiek snel als absolute claims worden begrepen. Er is echter niet gekozen voor een verbod van absolute claims want de adverteerder die kan aantonen dat zijn absolute claim juist is, moet deze claim mogen gebruiken. Tevens wordt erop gewezen dat de Milieu Reclame Code ook van toepassing is op reclame-uitingen waarin wordt gewaarschuwd voor milieuaspecten van bepaalde goederen of diensten. Ook voor dergelijke reclame-uitingen in absolute vorm is zwaar bewijsmateriaal vereist.

Artikel 4. Bestanddelen en aspecten

Indien milieuclaims uitsluitend of vrijwel uitsluitend betrekking hebben op bepaalde bestanddelen of aspecten van de aangeprezen producten, moet dit duidelijk tot uitdrukking komen.

Artikel 5. Afwezigheid of vermindering bestanddelen

Een milieuclaim die betrekking heeft op de afwezigheid of vermindering van milieuschadelijke bestanddelen is slechts toegestaan indien

- de eventuele vervangende bestanddelen minder milieuschadelijk zijn, en
- niet ten onrechte wordt gesteld of gesuggereerd dat vergelijkbare producten de afwezige of verminderde milieuschadelijke bestanddelen wel bevatten.

Artikel 6. Vergelijkingen

Dit artikel is komen te vervallen met ingang van 1 oktober 2000.

Artikel 7. Aanduidingen en symbolen

Milieuaanduidingen en milieusymbolen mogen niet worden gebruikt, tenzij de herkomst van de aanduiding of het symbool duidelijk is en verwarring is uitgesloten over de betekenis van de aanduiding of het symbool.

Toelichting bij artikel 7
De discussie over milieukeurmerken, aanduidingen en symbolen is in volle gang. Keurmerken afgegeven door gerenommeerde instanties (bijvoorbeeld die voldoen aan de eisen van de Raad voor de Certificatie) kunnen belangrijk bewijsmateriaal zijn bij het aantonen van de juistheid van de milieuclaim. In dit artikel wordt de mogelijkheid opengelaten dat ondernemers (-organisaties) zelf milieusymbolen en dergelijk invoeren en hanteren. Maar de symbolen moeten dan wel voldoen aan twee criteria: de herkomst moet duidelijk zijn en verwarring over de betekenis moet zijn uitgesloten. Duidelijkheid over de herkomst kan worden gecreëerd door deze te vermelden in de reclame-uiting of doordat het symbool van algemene bekendheid is geworden. De betekenis van het symbool zal moeten blijken uit de reclame-uiting zelf of uit algemeen toegankelijke informatie.

Artikel 8. Wetenschappelijke werken

Citaten uit en verwijzingen naar wetenschappelijke werken dienen representatief en controleerbaar juist te zijn. Indien de wetenschappelijke werken niet algemeen toegankelijk zijn, zal de adverteerder deze werken bij de klachtenbehandeling desgevraagd overleggen.

Artikel 9. Testimonials

Verklaringen in milieuclaims dienen gebaseerd te zijn op de deskundigheid van de persoon of instelling, van wie de verklaringen afkomstig zijn.

Toelichting bij artikel 9
Beroemde voetballers weten veel over voetbal, en huisvrouwen kunnen prima beoordelen of margarine bruin bakt. Maar een oordeel van een voetballer of een huisvrouw over milieu-aspecten van bepaalde producten, is niet gebaseerd op de deskundigheid die vereist is om daarover te kunnen oordelen. Dergelijke citaten zijn dus snel misleidend en moeten worden vermeden. De geciteerde spreker dient deskundig te zijn op het terrein waarover hij oordeelt.

Artikel 10. Afvalverwerking, inzameling en hergebruik

Milieuclaims die betrekking hebben op (gescheiden) afvalinzameling en/of afvalverwerking zijn slechts toegestaan, indien de aangeprezen methode van inzameling of verwerking in voldoende mate beschikbaar is voor de doelgroep waarop de milieuclaim zich richt. Milieuclaims die betrekking hebben op het hergebruik van producten, of onderdelen daarvan, zijn slechts toegestaan, indien dit hergebruik in voldoende mate wordt gerealiseerd bij de aangeprezen producten of onderdelen.

Toelichting bij artikel 10
In de huidige samenleving kan zich het probleem voordoen dat (gescheiden) afvalinzameling en/of afvalverwerking en/of hergebruik theoretisch mogelijk maar praktisch (nog) onvoldoende beschikbaar zijn. De overheid heeft in dezen een belangrijke taak, maar ook het bedrijfsleven kent zijn verantwoordelijkheden. In een aantal sectoren is overleg gaande met overheden over de afvalproblematiek en/of zijn reeds regelingen respectievelijk convenanten tot stand gekomen.

Deze bevatten veelal een in de tijd gefaseerde aanpak. Zo’n aanpak en de realisatie daarvan zijn belangrijke criteria bij de beantwoording van de vraag of faciliteiten ”in voldoende mate” beschikbaar zijn. Als steeds speelt hierbij een belangrijke rol hoe absoluut de mogelijkheden van afvalverwerking, gescheiden inzameling en hergebruik worden gepresenteerd.

Artikel 11. Milieuonvriendelijk gedrag

In de reclame-uitingen mag vermijdbaar milieuonvriendelijk gedrag niet ten voorbeeld worden gesteld, noch mag zulk gedrag worden gestimuleerd.

Toelichting bij artikel 11
De Code beoogt een verantwoord gebruik van milieuclaims mogelijk te maken en te stimuleren. Een logische pendant hiervan is dat de adverteerder zich in de reclame-uiting onthoudt van het stimuleren of ten voorbeeld stellen van gedrag waardoor het milieu wordt geschaad zonder dat daartoe enige noodzaak aanwezig is. Bijvoorbeeld het tonen van beelden waarbij milieuschadelijk afval wordt weggegooid in de vrije natuur. Het gaat er niet om reclame te verbieden voor producten die het milieu in meer of mindere mate belasten, want dat geldt immers voor vrijwel alle producten. Noch gaat het er om het feitelijk vermelden van productinformatie onmogelijk te maken.

Artikel 12. Overheidsregels

Ongeacht het in 1 tot en met 11 bepaalde zijn milieuclaims toelaatbaar, indien zij voldoen aan specifieke regels met betrekking tot reclame, uitgevaardigd door overheden in verband met de milieuproblematiek.

Toelichting bij artikel 12
Dit artikel beoogt cumulatie van regels te voorkomen. Als de overheid specifieke regels over milieureclame heeft uitgevaardigd, treedt de Code op dit punt terug.

Deze Code is in werking getreden op 1 januari 1991 en aangepast op 1 oktober 2000.

« vorigevolgende »