A A A

Reclamecode voor Tabaksproducten (RVT)

BEGRIPSBEPALINGEN

1.1 Tabaksproducten: producten die voor roken, snuiven, zuigen of pruimen bestemd zijn en die, al is het slechts ten dele, uit tabak bestaan.

1.2 Jeugd, dan wel jongeren: personen die de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt.

1.3 Inventaris: verkoopschappen voor tabaksproducten, inclusief toonbanken en koven in tabaksspeciaalzaken en afgescheiden tabaksverkooppunten.

1.4 Sponsoring: elke openbare of particuliere economische bijdrage aan een activiteit of evenement, die het bekendheid geven aan of het aanprijzen van een tabaksproduct tot doel dan wel tot gevolg heeft;

1.5 Tabaksverkooppunt: iedere plaats waar tabaksproducten aanwezig zijn voor het bedrijfsmatig of anders dan om niet verstrekken;

1.6 Tabaksspeciaalzaak: een inrichting, zijnde een winkel of een onderdeel daarvan, met een afsluitbare eigen toegang, waarin een totaal assortiment aan tabaksproducten van ten minste 90 merkenversies aanwezig is voor het bedrijfsmatig of anders dan om niet verstrekken en:

met een verkoopvloeroppervlakte van minimaal 10 m2, of,
met een verkoopvloeroppervlakte van minder dan 10 m2, die reeds voor 1 januari 2001 als tabakszaak stond ingeschreven bij de Kamer van Koophandel.

TOEPASSINGSGEBIED

2. De code is van toepassing op reclame en sponsoring voor zover volgens de Tabakswet d.d. 18 april 2002 toegestaan en voor zover uitsluitend of mede gericht op de consument.

ALGEMENE BEPALINGEN

3. Reclame mag geen verklaring bevatten van een algemeen bekend persoon, tenzij de bekendheid van deze persoon te maken heeft met tabak.

4.1. Reclame dient voorzien te zijn van de gezondheidswaarschuwing ’Roken is dodelijk.’, zoals aangegeven in het Aanduidingenbesluit tabaksproducten, Stb. 2002., nr. 83.

4.2.1. Deze gezondheidswaarschuwing wordt aangebracht overeenkomstig de voorschriften voor de wettelijk verplichte gezondheidswaarschuwingen op de verpakking van tabaksproducten. De tekst van voornoemde gezondheidswaarschuwing beslaat 15% van het totale oppervlak van de reclame.

4.2.2. Het in de leden 4.1 en 4.2.1. bepaalde geldt niet voor reclameuitingen aangebracht op de inventaris van tabaksverkooppunten.

5.1. Reclame mag het gebruik van tabaksproducten of het beginnen met dit gebruik niet stimuleren, noch het matig gebruik ervan tot voorbeeld stellen of bagatelliseren.

5.2. Reclame mag niet de indruk wekken dat het gebruik van tabaksproducten een opwekkende of kalmerende werking heeft.

GEZONDHEID

6.1. Reclame mag op geen enkele wijze een positief verband leggen met gezondheid. Wel mag - zonder verwarring te wekken en zonder de indruk te wekken dat het gebruik van tabaksproducten niet tot ongewenste gevolgen kan leiden - worden vermeld:

a. het teer-, nicotine- en koolmonoxidegehalte, zoals deze op grond van de wet moeten worden vermeld op de verpakkingen van sigaretten en shag;
b. de bij de fabrikant gebruikelijke aanduidingen voor het teer-, nicotine- en koolmonoxidegehalte, mits daarbij dit gehalte is vermeld en voor zover de afgebeelde verpakkingen niet in strijd zijn met wettelijke bepalingen voor tabaksproducten zelve;
c. de bij de fabrikant gebruikelijke aanduidingen voor smaak, kwaliteit of samenstelling voor zover de afgebeelde verpakkingen niet in strijd zijn met wettelijke bepalingen voor tabaksproducten zelve.

SPORT

7. Reclame mag op geen enkele wijze een verband leggen tussen roken en het beoefenen van sport.

JEUGD

8.1. Reclame mag niet gericht zijn op beïnvloeding van de jeugd ten gunste van het aangeprezen product.

8.2. Reclame mag geen voorstellingen of aanprijzingen bevatten die in het bijzonder op de jeugd zijn gericht.

8.3. Reclame mag geen personen beneden de leeftijd van 30 jaar afbeelden.

8.4. Reclame mag op geen enkele wijze een verband leggen tussen het gebruik van tabaksproducten en (on)volwassenheid, in die zin dat het gebruik van tabaksproducten een teken van volwassenheid is en het niet gebruiken een teken van onvolwassenheid.

BEELD- EN GELUIDSDRAGERS

9. Het is niet toegestaan reclame te maken via elektronische beeld- of geluidsdragers die in het bijzonder op jongeren zijn gericht.

INWERKINGTREDING EN OVERGANGSTERMIJN

10. Deze code is in werking getreden op 7 november 2002 en is voor onbepaalde tijd geldig.

« vorigevolgende »