A A A

Reclamecode Cosmetische Producten (RCP)

1. Algemene bepalingen

Toepassingsgebied
Deze reclamecode is van toepassing op reclame in de zin van artikel 1 van de Nederlandse Reclame Code voor cosmetische producten specifiek gericht op cosmetische producten die in Nederland op de markt worden gebracht. Deze code doet niet af aan de voorschriften van de Cosmeticaverordening (EG) 1223/2009 en de Verordening voor claims bij het verhandelen van cosmetische producten (EG) 655/2013. Evenmin doet deze code af aan de regeling van misleidende reclame als vermeld in de artikelen 7 en 8 van het algemene gedeelte van de Nederlandse Reclame Code.

Begripsbepalingen

a. Cosmetische producten: alle stoffen of mengsels in de zin van Verordening (EG) 1223/2009 die bestemd zijn om in aanraking te worden gebracht met de externe delen van het menselijke lichaamsoppervlak (opperhuid, beharing, haar, nagels, lippen en uitwendige geslachtsorganen) of met de tanden en kiezen en de mondslijmvliezen, met het uitsluitende of hoofdzakelijke oogmerk deze te reinigen, te parfumeren, het uiterlijk ervan te wijzigen en/of voornoemde lichaamsdelen te beschermen of in goede staat te houden of lichaamsgeuren te corrigeren.
b. Minderjarige: persoon onder de leeftijd van 18 jaar.
c. Kind: persoon van 12 jaar en jonger.
d. Bewering over cosmetische producten: mededeling die hoofdzakelijk dient om eindgebruikers te informeren over de kenmerken en kwaliteiten van de producten.

2. Algemene vereisten

Voor beweringen gelden de volgende vereisten:
Lid 1. Beweringen die stellen dat het product door een bevoegde instantie in de Europese Unie is toegelaten of goedgekeurd, zijn niet toegestaan.
Lid 2. Beweringen die de indruk wekken dat een product een specifiek voordeel biedt terwijl het enkel en alleen aan de wettelijke minimumeisen voldoet, zijn niet toegestaan.
Lid 3. Indien op een product wordt vermeld dat het een specifiek ingrediënt bevat, moet dat ingrediënt ook daadwerkelijk aanwezig zijn.
Lid 4. Beweringen over de eigenschappen van een specifiek ingrediënt mogen niet de indruk wekken dat het eindproduct ook die eigenschappen bezit indien dat niet het geval is.
Lid 5. Bij het presenteren van de prestaties van een product mag niet verder worden gegaan dan wat met het beschikbare bewijsmateriaal kan worden onderbouwd.
Lid 6. Beweringen mogen aan een bepaald product geen specifieke (d.w.z. unieke) kenmerken toedichten indien soortgelijke producten dezelfde kenmerken bezitten.
Lid 7. Indien de werking van een product afhangt van specifieke voorwaarden zoals van het gebruik in combinatie met andere producten, moet dit duidelijk worden aangegeven.
Lid 8. Beweringen mogen ingrediënten die op een wettelijke manier worden gebruikt niet in een kwaad daglicht stellen.
Lid 9. Beweringen moeten duidelijk en begrijpelijk zijn voor de gemiddelde eindgebruiker van het cosmetisch product.


3. Onderbouwing en aannemelijk maken geclaimde werking

Lid 1
Beweringen over cosmetische producten, zowel expliciet als impliciet, moeten onderbouwd zijn met voldoende en toetsbaar bewijsmateriaal, waar nodig met inbegrip van beoordelingen door experts en andere informatie die zich bevindt in het Productinformatiedossier als bedoeld in artikel 11 van Verordening (EG) 1223/2009. Deze verplichting geldt niet als voor de gemiddelde consument duidelijk sprake is van overdrijving die door hem niet letterlijk zal worden genomen of indien het uitspraken betreft van abstracte aard. Bij de beoordeling of de geclaimde werking voldoende is onderbouwd en aannemelijk is gemaakt, wordt mede gelet op de Verordening voor claims bij het verhandelen van cosmetische producten (EG) 655/2013 en de bijbehorende richtlijnen (1).

Lid 2
Bij het onderbouwen van beweringen moet rekening worden gehouden met de stand van de techniek. De aanvaardbaarheid van een bewering moet worden beoordeeld op basis van de bewijskracht van alle beschikbare studies, gegevens en informatie, afhankelijk van de aard van de bewering en de gangbare algemene kennis van de eindgebruikers.

Lid 3
Indien studies worden gebruikt teneinde een claim aannemelijk te maken, moeten deze relevant zijn voor het product en voor het voordeel waarop het product aanspraak maakt. Bovendien moeten de studies zijn uitgevoerd volgens goed opgezette en correct toegepaste methoden (geldig, betrouwbaar en reproduceerbaar) en moeten zij rekening houden met ethische overwegingen.

Lid 4
Naast de in de vorige leden genoemde informatie kan een adverteerder bij de betwisting van de geclaimde werking verklaringen overleggen van een of meer experts aangaande de aannemelijkheid van de geclaimde werking op basis van die informatie. Deze verklaring(en) moet(en) inzicht geven in de wijze waarop de gegevens door de expert(s) zijn getoetst en de relatie van de expert(s) tot de adverteerder.
Indien de Reclame Code Commissie de verklaring(en) van de expert(s) niet toereikend of onvoldoende overtuigend acht kan zij een nadere onderbouwing vragen en/of de adverteerder een bewijsopdracht geven.

Lid 5
Het niveau van de bewijsvoering of onderbouwing moet overeenstemmen met de soort bewering, in het bijzonder voor beweringen waarbij een gebrek aan werkzaamheid een veiligheidsprobleem kan creëren.

Lid 6
Een bewering waarbij de eigenschappen van een ingrediënt (expliciet of impliciet) worden toegewezen aan het eindproduct, moet worden gestaafd met voldoende en toetsbaar bewijsmateriaal, bijvoorbeeld door aan te tonen dat het ingrediënt in een werkzame concentratie aanwezig is.

4. Afbeeldingen


Lid 1

Voor het overbrengen van de merkidentiteit en van de specifieke voordelen van het product zijn pre- en post-productietechnieken (digitale technieken) om afbeeldingen mooier te maken in reclame-uitingen in beginsel toegestaan onder de volgende voorwaarden:
(a) De adverteerder dient erop toe te zien dat de weergave van de prestaties van een geadverteerd product niet misleidend is. Niet misleidend is het gebruik van duidelijk overdreven of gestileerde afbeeldingen die niet serieus of louter illustratief bedoeld zijn en het gebruik van technieken om de afbeeldingen mooier te maken, onafhankelijk van het product of het geadverteerde effect.
(b) Digitale technieken mogen afbeeldingen van modellen niet zodanig veranderen dat een niet realistisch beeld wordt gegeven met betrekking tot de met het product te behalen resultaten.
(c) In reclame-uitingen gebruikte modellen en digitale technieken mogen niet de indruk geven dat een bepaalde lichaamsvorm de voorkeur geniet, of extreme dunheid aanmoedigen.
(d) Digitale technieken, zoals retoucheren, mogen niet suggereren dat het product kenmerken of functies heeft die het niet heeft.

5. Testimonials en deskundigenverklaringen

Lid 1
Testimonials en deskundigenverklaringen dienen te voldoen aan artikel 9 en 10 van de Nederlandse Reclame Code, alsmede aan de bepalingen van de Reclamecode Social Media.

Lid 2
Testimonials kunnen niet afzonderlijk dienen als onderbouwing van de effectiviteit van het product.

Lid 3
Er mag gebruik gemaakt worden van testimonials van beroemdheden en consumenten, indien deze getuigenissen gepresenteerd worden als een persoonlijke mening of indruk van het product, en niet (tevens) de suggestie van een speciale deskundigheid wekken. Getuigenissen mogen niet gezien worden als bewijs van de effectiviteit van het product; dit kan alleen worden bepaald op basis van voldoende en passend bewijs.

Lid 4
Het in reclame verwijzen naar deskundigenverklaringen is slechts toegestaan indien deze deskundigen iets verklaren of getuigen ten aanzien van het terrein waarop zij als deskundigen gelden.

6. Milieu


Indien beweringen gedaan worden met betrekking tot het milieu, dan is daarop de Milieu Reclame Code (MRC) mede van toepassing.

7. Kind en minderjarige

Lid 1
Indien reclame wordt gemaakt die geheel of gedeeltelijk is gericht op kind en minderjarige, dan is daarop onverkort tevens de Kinder- en Jeugd Reclamecode (KJC) van toepassing.

Lid 2
Er mag reclame worden gemaakt voor cosmetische producten, die speciaal voor minderjarigen zijn ontwikkeld, indien deze niet bijdragen aan te vroege seksualisering van minderjarigen.

Inwerkingtreding en evaluatie

Deze code treedt op 1 januari 2015 in werking. De code zal over twee jaar worden geëvalueerd.

(1) Guidelines to Commission Regulation (EU) No 655/2013 laying down common criteria for the justification of claims used in relation to cosmetic products

 

« vorigevolgende »