a a a
 

Uitspraken

Alle uitspraken van de Reclame Code Commissie en het College van Beroep vanaf 2007 vindt u hier.

Terug naar zoekresultaten

Voeding en drank

Dossiernr:

2015/00572

Datum:

29-06-2015

Uitspraak:

Aanbeveling

Product/dienst:

Voeding en drank

Motivatie:

Misleiding (overig)

Medium:

Verpakking en etikettering

De bestreden reclame-uiting

 

Het betreft de verpakking van Arden’beef contrafilet, welk product te koop is bij Makro (Amsterdam). Op die verpakking staat onder meer:

“gegarandeerde kwaliteit

 diervriendelijk – vrije uitloop – puur natuur”.

 

 

De klacht

 

De klacht kan als volgt worden samengevat.

 

Makro verkoopt Arden’beef van ‘dikbil runderen’. Blijkens de website www.ardenbeef.com gaat het om “Wit Blauw dikbil rundvlees”. Dikbilrunderen zijn (speciaal) gefokt op ‘extreme bespiering’, hetgeen zorgt voor een hoog slachtrendement.

 

Klaagster maakt bezwaar tegen de volgende absolute claims:

a.

‘diervriendelijk’.

b.

‘puur natuur’.

Klaagster acht deze claims onjuist en misleidend, om de volgende redenen.

 

Ad a.  ‘diervriendelijk’.

Dikbilrunderen worden mede geselecteerd op extreme bespiering. Deze bespiering ontstaat door het dikbilgen (een mutatie in het DNA waardoor het gen ‘uit staat zodat de spiergroei niet genetisch in bedwang gehouden wordt’) en door de runderen op uiterlijk te selecteren.

 

Genetische afwijkingen

Bij dikbilrunderen wordt de genetische afwijking gebruikt ten behoeve van de vleesproductie. Het Rapport ongerief 2011 van Wageningen UR Lifestock research, plaatst het ongerief dat uit de ‘overmatige bespiering’ voortkomt in de meest ernstige categorie, zowel qua ernst als qua duur en omvang van het ongerief. De ongerief rapporten worden opgesteld in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken (EZ), worden gezien als een reëel  beeld van de welzijnsproblemen bij diergroepen en gelden als uitgangspunt voor regeringsbeleid.

Volgens de Europese Food Safety Authority (EFSA) zorgen het doelgerichte fokken op de dubbele bespiering en het fokken met een beperkte genetische basis (inteelt) voor ‘terugkerende uitbraken van recessieve afwijkingen’.

Fiems (2012) ziet dat Belgisch Wit Blauw stieren vergeleken met niet-dikbillen relatief kleinere organen hebben.

Lips et al (2001) spreekt onder meer over een onderontwikkeld hart-/longsysteem.

EFSA (2012) schrijft dat dikbillen sneller vermoeid zijn bij inspanning, slechter tegen warmte kunnen en heftiger op stress reageren dan niet-dikbillen.

Volgens Fiems (2012) staan de stieren minder, hetgeen nadelige gevolgen kan hebben voor de bloedcirculatie in de hoeven.

 

Keizersnede

Het dikbilgen leidt al bij de geboorte tot een onnatuurlijk groot en bevleesd dier. Een natuurlijke bevalling is niet tot nauwelijks meer mogelijk. Bij Belgisch Wit Blauw runderen wordt dan ook systematisch een keizersnede toegepast.

Volgens voornoemd Rapport ongerief 2011 leidt de keizersnede tot meer en langere napijn vergeleken met een natuurlijke geboorte. Na een keizersnede zijn de koeien de eerste dagen rustelozer en maken ze minder herkauwbewegingen dan na een natuurlijke geboorte. De keizersnede brengt ook een verhoogd risico op complicaties mee, waaronder ontstekingen en bloedingen. Dit risico neemt toe naarmate meer keizersneden bij een dier worden uitgevoerd. Een dikbilkoe krijgt gemiddeld 3 keizersneden.

 

Ook in de politiek worden de welzijnsproblemen en onnatuurlijkheid van het dikbilras als onaanvaardbaar gezien. Klaagster haalt een aantal standpunten van Staatssecretaris Dijksma van EZ aan en wijst op een aan de staatssecretaris gepresenteerd plan van aanpak om het routinematig toepassen van een keizersnede terug te dringen; de Stamboeken en LTO streven voor Belgisch Wit Blauw naar 60% natuurlijk afkalven in 2030 (nu 15%).

Ook in andere landen zoals Zweden, Denemarken en Finland zijn er zorgen over dikbilrunderen. In Zweden is het houden van dikbillen niet mogelijk vanwege een verbod op het fokken van dieren waarbij een moeilijke geboorte verwacht wordt.

 

 

 

 

Beter Leven Keurmerk

 

Runderen waarbij routinematig of met een hoge incidentie keizersneden worden toegepast zijn uitgesloten van het Beter Leven Keurmerk van de Dierenbescherming, ongeacht of is voldaan aan andere criteria voor een Beter Leven Ster. In eerdere uitspraken, waaronder één betreffende het begrip “diervriendelijk”, heeft de Commissie acht geslagen op de mate van toekenning van sterren in het kader van het Beter Leven Keurmerk van de Dierenbescherming (dossiers 2011/01009 en 2014/00369).

 

Gelet op het ongerief dat de genetische afwijkingen en de routinematige keizersneden veroorzaken, stelt adverteerder ten onrechte dat het vlees van haar dikbilkoeien diervriendelijk is.

 

Vrije uitloop

 

Op de verpakking claimt adverteerder: ‘vrije uitloop’. Onduidelijk is waarop deze claim is gebaseerd. Uit de website van het bedrijf blijkt dit niet en verder lijkt er geen sprake te zijn van een onafhankelijke controle op dit punt. Vrije uitloop voor dikbillen is zeker niet de standaard in de sector, zo blijkt uit het Rapport ‘sector analyse van de vleeshouderij in Vlaanderen’. Zonder aanvullend bewijs en een onafhankelijke controle kan niet worden uitgegaan van de juistheid van deze claim.

 

Ad b. ‘puur natuur’.

Een ras dat op een genetische afwijking zo is doorgefokt dat alleen nog maar sprake kan zijn van een kunstmatige bevalling via de keizersnede, bij de nazorg waarvan antibiotica worden gebruikt, en waarbij de dieren allerlei gezondheidsproblemen ondervinden, kan onmogelijk natuurlijk worden genoemd. Het is een raadsel waarom Arden’beef contrafilet met ‘puur natuur’ wordt aangeprezen.

 

Het verweer

 

Namens adverteerder is met betrekking tot de bestreden vermeldingen onder meer het volgende meegedeeld.

 

Ad a. ‘diervriendelijk’.

 

Keizersneden

Runderen waarbij routinematig of met een hoge incidentie keizersneden worden toegepast zijn uitgesloten van het Beter Leven Keurmerk van de Dierenbescherming, ongeacht of is voldaan aan andere criteria voor een Beter Leven Ster.

Het is echter de vraag of de Commissie bij de beoordeling van de vraag of de aanduiding “diervriendelijk” is toegestaan aansluiting kan zoeken bij voornoemd Beter Leven Keurmerk. Dit keurmerk is niet onomstreden. Er is niet alleen kritiek op de soms enigszins willekeurige toekenning van sterren door de Dierenbescherming, maar ook op de Beter Leven systematiek als zodanig. Het gaat om een privaat systeem, waarvan niet duidelijk is hoe transparant en democratisch de besluitvorming daarover is geweest.  Adverteerder verwijst naar twee bijlagen bij het verweer.

 

Dat Belgisch witblauw (“BWB”) runderen naar hun aard een hoge incidentie keizersneden hebben, betekent niet het vlees van deze runderen niet “diervriendelijk” zou zijn. Zoals ook blijkt uit de door klaagster aangehaalde literatuur kan niet worden gesteld dat een keizersnede dieronvriendelijk is.

 

De discussie rond keizersneden betreft niet zozeer de vraag of een keizersnede nadelig is voor het dierenwelzijn, maar is meer een ethische discussie. Dat blijkt ook uit de discussie in de politiek waar klaagster naar verwijst en uit onderzoek van de Belgische prof. dr. Dirk Lips, die al ruim 15 jaar dikbilrunderen onderzoekt.

In België zijn door EVA (Ethisch Vegetarisch Alternatief) dezelfde bezwaren gemaakt ten aanzien van BWB runderen als klaagster thans maakt. Die bezwaren zijn door Lips weerlegd. Adverteerder verwijst naar een desbetreffend nieuwsbericht. Ook veel andere publicaties bevatten het standpunt dat de discussie rondom de keizersnede een ethische discussie is. Adverteerder haalt twee voorbeelden aan. Ook de Europese Commissie heeft zich -samengevat- in ontkennende zin uitgesproken over de vraag of herhaaldelijke malen kalveren door middel van een keizersnede schadelijk is voor de gezondheid van koeien.

 

Genetische afwijkingen

Wakker Dier acht het vlees van BWB runderen niet “diervriendelijk”, omdat doorgefokt zou worden op genetische afwijkingen en de BWB runderen daarom aan genetische afwijkingen zouden lijden.

Bij BWB runderen vindt geen opzettelijke genetische manipulatie (een opzettelijk externe ingreep in het genetische materiaal) plaats. Het BWB rund is het gevolg van een genetische selectie teneinde bepaalde kenmerken te bevoordelen. De techniek van de genetische selectie wordt toegepast bij vrijwel alle rassen en typen van dieren.

 

In de door Wakker Dier aangehaalde rapporten is sprake van afwijkingen waaraan 10% van de BWB runderen zouden lijden, waaronder hart- en ademhalingsproblemen. Het BWB ras heeft misschien iets meer dan andere rassen te kampen met een aantal genetische afwijkingen, maar door de genetische selectie kan hier rekening mee worden gehouden, teneinde deze genetische afwijkingen zoveel mogelijk te voorkomen.

In het hierboven al genoemde nieuwsbericht staat onder meer:

“(Lips:) “EVA is goed geïnformeerd, maar die informatie is intussen gedateerd. Vijf tot tien jaar geleden klopte alles wat EVA zei, maar ondertussen zijn juist heel veel stappen gezet om alle problemen aan te pakken”. Volgens Lips evolueert het Belgisch witblauw van ras met de meeste gebreken naar het ras met de minste gebreken ter wereld”

en

“Dat de runderen kleinere organen hebben, klopt volgens Lips. “Maar wanneer ze goed gehouden worden, hoeft dat geen probleem te zijn”.”   

 

Gelet op het bovenstaande kunnen de bezwaren van Wakker Dier niet tot het oordeel leiden dat het vlees van Arden’beef niet als diervriendelijk bestempeld mag worden. Ook verder is er geen reden om de aanduiding diervriendelijk misleidend te achten.

 

Arden’beef heeft dierenwelzijn juist hoog in het vaandel staan. Van haar toeleveranciers verwacht zij dat deze voldoen aan de voorschriften, opgenomen in het Lastenboek van Arden’beef. Dit Lastenboek bevat naast wettelijke verplichtingen veel aanvullende voorschriften onder meer ten aanzien van diergeneeskundige begeleiding, dierenwelzijn en voer. Omtrent dierenwelzijn zijn strenge normen opgenomen onder meer met betrekking tot beschikbare oppervlakte leefruimte per dier, ligstro, luchtkwaliteit, de aanwezigheid van water en weidegang. De naleving hiervan wordt door Arden’beef ook actief gecontroleerd.

Ad b. ‘puur natuur’.

 

De vraag is hoe deze vermelding door het publiek zal worden opgevat.

“Puur natuur” wordt in relatie tot voedingsmiddelen veel gebruikt, in geval van vlees bijvoorbeeld om tot uitdrukking te brengen dat het om natuurlijk vlees gaat en niet om vlees uit de bio-industrie. Verwezen wordt naar de beslissingen van de Commissie in de dossiers 07.0105A en B.

 

Arden’beef dikbil rundercontrafilet is natuurlijk vlees. Het is niet afkomstig uit de bio-industrie, maar uit de natuurlijke veehouderij. Volgens het Lastenboek dienen de runderen van april tot november vrije toegang te hebben tot graslanden. In de praktijk verblijven de koeien van Arden’beef 60% van hun leven in de weide, waarbij zij onbeperkt kunnen grazen. De overige 40% betreft de winterperiode, wanneer begrazing niet mogelijk is en de opvolgingsperiode, waarin de koeien in goed bestrooide stallen verblijven. De runderen krijgen zoveel mogelijk natuurlijk voedsel. Verder schrijft het Lastenboek voor dat de runderen alleen mogen worden gevoerd met voer van erkende GMP-producten en dat het gebruik van dierlijke vetten in de voeding niet is toegestaan. Evenmin is toegestaan dat de runderen genetisch gemodificeerd voer dan wel voer met hormonen krijgen.

Dat het Belgische wit blauw rund ontstaan is door genetische selectie betekent niet dat dit dier niet langer als “natuurlijk” kan worden beschouwd.

 

Ten overvloede

 

Voor zover de Commissie de klacht mocht opvatten in die zin dat deze ook gericht is tegen ‘vrije uitloop’, merkt adverteerder het volgende op.

De voorgeschreven weidegang is één van de voorwaarden waaraan moet worden voldaan om het vlees als Arden’beef op de markt te brengen. De toeleveranciers dienen zelf audits uit te voeren en worden minstens één keer per jaar onderworpen aan audits door Arden’beef. De suggestie van Wakker Dier dat zonder onafhankelijke controle niet kan worden uitgegaan van de juistheid van de claim ‘vrije uitloop’ is volstrekt onvoldoende om aan te nemen dat de vermelding‘ vrije uitloop’ niet juist zou zijn.

 

De mondelinge behandeling

 

De standpunten van elk van beide partijen zijn nader toegelicht. Op die toelichting zal, voor zover van belang, worden teruggekomen in het oordeel.

 

Desgevraagd deelt mr. Van Olst namens adverteerder mee dat niet is getracht om voor het product Arden’beef contrafilet het Beter Leven Keurmerk van de Dierenbescherming te verkrijgen. Daarbij heeft mr. Van Olst erop gewezen dat het een Belgisch product betreft.

 

Desgevraagd wordt namens Wakker Dier meegedeeld dat voor zover wordt voldaan aan de voorschriften van het Lastenboek, dat nog niet betekent dat Arden’beef contrafilet als diervriendelijk kan worden aangemerkt.  

 

Het oordeel van de Commissie

 

De Commissie stelt het volgende voorop.

 

1.

Zij vat de klacht op in die zin dat deze is gericht tegen de woorden “diervriendelijk” en “puur natuur”, en niet tegen “vrije uitloop”. Zoals namens adverteerder bij verweer is meegedeeld, is in de klacht niet uitdrukkelijk vermeld dat deze zich richt tegen de vermelding “vrije uitloop”, terwijl dit wel is gebeurd wat betreft de woorden “diervriendelijk” en “puur natuur”. Verder is namens Wakker Dier ter zitting ook niet gesteld dat zij bezwaar maakt tegen de vermelding “vrije uitloop”.

2.

Wakker Dier heeft ter zitting meegedeeld dat zij op 9 juli 2015 een bezoek heeft gebracht aan het Makro filiaal te Amsterdam en dat haar klacht “vanzelfsprekend” ook ziet op de verpakkingen van andere Arden’beef dikbilrundvleesproducten, zoals zij in dat filiaal heeft aangetroffen, zoals bijvoorbeeld sukadelappen en biefstuk. Aangezien de oorspronkelijke klacht alleen betrekking heeft op de verpakking van Arden’beef contrafilet, zal de Commissie zich beperken tot het beoordelen van deze uiting.

Het bovenstaande neemt niet weg dat een zogenaamde “aanbeveling” die de Commissie kan doen, indien een klacht gegrond wordt verklaard, gevolgen kan hebben voor andere, soortgelijke reclame-uitingen, zoals verpakkingen van ander vlees. In geval van een aanbeveling overweegt de Commissie immers:

“Zij beveelt adverteerder aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken”.

 

Met betrekking tot de verschillende bestreden vermeldingen overweegt de Commissie het volgende.  

 

a. ‘diervriendelijk’

Naar het oordeel van de Commissie is hier sprake van een absolute claim. De Commissie stelt vast dat op de verpakking niet wordt uitgelegd wat adverteerder met ‘diervriendelijk’ bedoelt.   

Klaagster heeft gemotiveerd bestreden dat de claim ‘diervriendelijk’ juist is. Daartoe heeft zij ten eerste, onder vermelding van diverse bronnen, zowel in de klacht als ter zitting, gewezen op ongerief dat dikbilrunderen, waarvan het bewuste vlees afkomstig is, ondervinden als gevolg van extreme bespiering. Ten tweede heeft klaagster gewezen op het feit dat dikbilrunderen, meer in het bijzonder Belgisch witblauw runderen, niet of nauwelijks op natuurlijke wijze kunnen bevallen, waardoor met hoge incidentie keizersneden worden toegepast. Klaagster heeft daarbij gesteld dat volgens het zogenaamde Rapport ongerief 2011 de keizersnede tot meer en langere napijn leidt vergeleken met een natuurlijke geboorte. Verder heeft klaagster gesteld dat de keizersnede een verhoogd risico op complicaties, waaronder ontstekingen en bloedingen meebrengt.

 

Het lag op de weg van adverteerder om, gelet op deze gemotiveerde betwisting door Wakker Dier, de juistheid van de absolute claim ‘diervriendelijk’ aannemelijk te maken. Daarin is adverteerder naar het oordeel van de Commissie niet geslaagd.

De Commissie baseert dit oordeel allereerst op het ontbreken van voldoende toelichting van adverteerder op de stelling dat er sprake is van diervriendelijk vlees. Adverteerder heeft ter zitting gesteld dat de gemiddelde consument het begrip ‘diervriendelijk’ zal opvatten in die zin dat de runderen op diervriendelijke wijze worden gehouden. Zij heeft in dit kader gewezen op het door haar gehanteerde “Lastenboek”. Dit Lastenboek bevat volgens adverteerder naast wettelijke verplichtingen, veel aanvullende voorschriften onder meer ten aanzien van diergeneeskundige begeleiding, dierenwelzijn en voer. Omtrent dierenwelzijn zijn, aldus adverteerder, strenge normen opgenomen onder meer met betrekking tot beschikbare oppervlakte leefruimte per dier, ligstro, luchtkwaliteit, de aanwezigheid van water en weidegang. De naleving van deze voorschriften wordt door Arden’beef jaarlijks gecontroleerd, zo heeft adverteerder ter zitting meegedeeld. Deze controle vindt plaats door middel van een bezoek aan de toeleveranciers. Voorts voeren de toeleveranciers zelf ook audits uit.

 

De Commissie is van oordeel dat adverteerder haar stelling dat sprake is van diervriendelijk vlees met de verwijzing naar het “Lastenboek” onvoldoende heeft onderbouwd. Adverteerder heeft zich beperkt tot de stelling dat zij een dergelijk Lastenboek hanteert en dat daarin strenge normen zijn opgenomen onder meer met betrekking tot diergeneeskundige begeleiding, dierenwelzijn en voer maar geen nader inzicht gegeven in de inhoud daarvan en de normen die daarin zijn opgenomen.

 

Voorts heeft adverteerder, gelet op de gemotiveerde stellingen van klaagster op dit punt, onvoldoende onderbouwd weersproken dat de dikbilrunderen ongerief ondervinden door gezondheidsproblemen ten gevolge van de extreme bespiering.

 

In dit kader heeft te gelden dat adverteerder niet, althans onvoldoende gemotiveerd heeft weersproken dat dikbilrunderen ongerief ondervinden, in die zin dat bij hen gezondheidsproblemen voorkomen, die verband houden met extreme bespiering. In dit verband is in de klacht gewezen op ‘terugkerende uitbraken van recessieve afwijkingen’ volgens de EFSA (2012) en op de volgende passage in het Rapport ongerief 2011:

“De aanwezigheid van het dikbilgen leidt daarnaast bij 10% van de kalveren tot afwijkingen, zoals dikke tongen, kromme poten en hart- en ademhalingsproblemen”. Verder is in de klacht gewezen op de constatering van EFSA (2012) dat dikbillen sneller vermoeid zijn bij inspanning, slechter tegen warmte kunnen en heftiger op stress reageren dan niet-dikbillen en op de constatering van Fiems (2012) dat de stieren minder staan, hetgeen nadelige gevolgen kan hebben voor de bloedcirculatie in de hoeven.

Ter zitting heeft Wakker Dier zich nog beroepen op een artikel uit 2015, waarin -naar zij heeft gesteld- staat dat bepaalde koeienrassen, waaronder dikbilrunderen, ‘gekarakteriseerd worden door regelmatige uitbraken van genetische defecten’, waarbij een bepaalde genetische afwijking van de gewrichten (arthrogryposis) als voorbeeld is genoemd. Verder is ter zitting een artikel uit 2014 aangehaald waaruit blijkt dat -zo heeft Wakker Dier gesteld- dikbilkalfjes moeilijker te houden zijn omdat zij ‘significant hogere sterftecijfers kennen’ dan melkkoeien of kruisingen van deze twee rassen.

 

Bij verweer is namens adverteerder meegedeeld dat het BWB ras misschien iets meer dan andere rassen te kampen heeft met een aantal genetische afwijkingen, maar dat hiermee, door middel van de genetische selectie, rekening kan worden gehouden, teneinde deze genetische afwijkingen zoveel mogelijk te voorkomen. Verder is gewezen op uitlatingen van Prof. Dr. Lips die volgens een door Wakker Dier aangehaald nieuwsbericht heeft meegedeeld dat ondertussen heel veel stappen zijn gezet om alle problemen aan te pakken en dat het Belgisch witblauw evolueert van het ras met de meeste gebreken naar het ras met de minste gebreken ter wereld. Lips erkent “dat de runderen kleinere organen hebben”, maar stelt: “Maar wanneer ze goed gehouden worden, hoeft dat geen probleem te zijn”.

 

De Commissie begrijpt uit het bovenstaande dat problemen in verband met de gezondheid van dikbuilrunderen weliswaar worden aangepakt, maar dat deze nog niet kunnen worden uitgesloten.

 

Gelet op het bovenstaande, meer in het bijzonder het onvoldoende gemotiveerd weersproken ongerief voor de dikbilrunderen ten gevolge van gezondheidsproblemen en de onvoldoende onderbouwing van de verwijzing naar het “Lastenboek”, is de Commissie van oordeel dat adverteerder de juistheid van de absolute claim ‘diervriendelijk’ niet althans onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt. De Commissie laat, nu zij reeds op grond van het vorenstaande tot dit oordeel komt, in het midden of de hoge incidentie aan keizersneden al dan niet aan diervriendelijkheid afdoet. Een en ander leidt tot de conclusie dat de uiting in zoverre gepaard met onjuiste informatie als bedoeld in artikel 8.2 aanhef van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Nu de gemiddelde consument er bovendien toe kan worden gebracht een besluit over een transactie te nemen dat hij anders niet had genomen, is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

 

b. ‘puur natuur’

Naar het oordeel van de Commissie is ook hier sprake van een absolute claim. De Commissie stelt vast dat op de verpakking niet wordt uitgelegd wat adverteerder met ‘puur natuur’ bedoelt.  

Klaagster heeft gemotiveerd bestreden dat de claim ‘puur natuur’ juist is. Daartoe heeft zij onder meer gewezen op het feit dat dikbilrunderen, meer in het bijzonder Belgisch witblauw runderen, niet of nauwelijks op natuurlijke wijze kunnen bevallen, waardoor met hoge incidentie keizersneden worden toegepast.

 

Het lag op de weg van adverteerder om de juistheid van de absolute claim ‘puur natuur’ aannemelijk te maken. Daarin is adverteerder naar het oordeel van de Commissie niet geslaagd. Ter toelichting geldt het navolgende.

 

Adverteerder heeft erkend dat Belgisch witblauw (“BWB”) runderen naar hun aard een hoge incidentie keizersneden hebben en heeft niet weersproken dat bij de nazorg van een keizersnede antibiotica worden gebruikt. Reeds hierom acht de Commissie de aanduiding ‘puur natuur’ voor het onderhavige vlees dat -naar klaagster onder verwijzing naar een bij de klacht overgelegde afdruk van www.ardenbeef.com onweersproken heeft gesteld- “wit blauw dikbil rundvlees” betreft, niet juist. Ook in dit opzicht gaat de uiting gepaard met onjuiste informatie als bedoeld in artikel 8.2 aanhef NRC. Nu de gemiddelde consument er bovendien toe kan worden gebracht een besluit over een transactie te nemen dat hij anders niet had genomen, is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

 

Het verweer dat Arden’beef dikbil rundercontrafilet niet afkomstig is uit de bio-industrie, maar uit de natuurlijke veehouderij en dat de runderen -zoals ter zitting is gesteld- zoveel mogelijk buiten zijn en goede voeding krijgen, leidt niet tot een ander oordeel.

 

Gelet op het bovenstaande wordt als volgt beslist.

 

De beslissing

 

De Commissie acht de reclame-uiting in strijd met artikel 7 NRC. Zij beveelt adverteerder aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.

 

Opnieuw uitspraken zoeken

Op datum, dossiernummer, trefwoord of soort uitspraak of een combinatie van deze zoekopties.

*Verplicht in te vullen velden

Uitgebreid zoeken