a a a
 

Uitspraken

Alle uitspraken van de Reclame Code Commissie en het College van Beroep vanaf 2007 vindt u hier.

Dossiernr:

2021/00051/A

Datum:

23-03-2023

Uitspraak:

Afwijzing

Product/dienst:

Gezondheid

Motivatie:

Strijd met wet

Medium:

Audiovisuele Mediadiensten

De bestreden uiting

Het betreft een uiting van VWS op televisie, waarin wordt gezegd:

“Om jezelf en uiteindelijk de mensen om je heen te beschermen tegen het coronavirus is vaccineren de belangrijkste stap. Dus laten we onze mouwen opstropen. Als we ons laten vaccineren, krijgen we stapje voor stapje meer vrijheid terug. Elk goedgekeurd vaccin is op tienduizenden mensen getest. Zo weten we dat het ons goed beschermt en veilig is. Het is begrijpelijk als je vragen hebt. Antwoorden vind je op coronavaccinatie.nl”. 

 

De klacht

Klager heeft de volgende bezwaren:

a.

Er mag geen reclame worden gemaakt voor vaccins.

b.

De reclame is misleidend in die zin dat gesteld wordt dat men andere mensen beschermt door het vaccin te nemen; het is nog niet duidelijk is of men na het nemen van het vaccin nog besmet kan worden en/of besmettelijk kan zijn.
 
 c.
Nergens wordt duidelijk gemaakt dat er risico’s bestaan bij het nemen van vaccins. Bij alcoholreclame moet bijvoorbeeld wel op risico’s worden gewezen.  
 

E-mail van 8 februari 2021 van Keuringsraad KOAG/KAG
 
De Keuringsraad heeft -samengevat- het volgende meegedeeld. 
 
De bestreden uiting is niet ter goedkeuring aan de Keuringsraad voorgelegd. Uitingen als deze vallen buiten de afspraak voor verplichte preventieve toetsing en goedkeuring door de Keuringsraad.
Reclame voor deelname aan een vaccinatieprogramma is ingevolge artikel 90 Geneesmiddelenwet uitgezonderd van het verbod op het maken van publieksreclame voor receptgeneesmiddelen, indien het vaccinatieprogramma onderdeel uitmaakt van het Rijksvaccinatieprogramma.
 

Het verweer
 
In zijn reactie op de klacht, heeft VWS -samengevat- onder meer het volgende meegedeeld.
 
Het bestreden televisiespotje is geen reclame in de zin van artikel 1 NRC. Het spotje prijst namelijk geen product of denkbeeld aan, maar is informatief van aard. Het publiek wordt voorgelicht over de vaccinaties tegen het coronavirus.  
 
Voor zover klager zich beroept op de Code Publiekreclame voor Geneesmiddelen (CPG) wijst VWS op de beslissing van 12 januari 2021 (dossiernummer JAN 2021/00098) van het Secretariaat van de Stichting Reclame Code naar aanleiding van een vergelijkbare klacht. Geoordeeld werd  dat de CPG niet van toepassing is op de in dat dossier bestreden advertentie, omdat deze advertentie ziet op informatie betreffende gezondheid of ziekte bij de mens als bedoeld in artikel 2 CPG. Naar de mening van VWS is in dit geval sprake van een spotje dat voorlichting geeft over het coronavaccin en dus niet van reclame. De CPG is daarom niet van toepassing.
 
Voor zover de Commissie mocht oordelen dat er wel sprake is van reclame, is er geen sprake van onwaarheden of misleiding, om de volgende reden.    
In het spotje wordt voor meer informatie naar de website www.coronavaccinatie.nl verwezen. Daar is ook informatie te vinden over de verschillende vaccins, namelijk die van Moderna repectievelijk  BioNTech/Pfizer (Comirnaty) en AstraZeneca. Klagers stelling dat VWS geen informatie over de bijwerkingen van de vaccins heeft verstrekt, klopt derhalve niet, aldus VWS.
 

De mondelinge behandeling
 
Het standpunt van VWS is nader toegelicht. Op die toelichting zal worden teruggekomen in het oordeel.
 

Het oordeel van de Commissie

1.

Gelet op het gevoerde verweer dient allereerst de vraag te worden beantwoord of de bestreden uiting moet worden aangemerkt als reclame als bedoeld in artikel 1 NRC. De Commissie beantwoordt die vraag bevestigend en overweegt daartoe het volgende. De bestreden uiting houdt een openbare aanprijzing in, door een adverteerder (VWS), van het denkbeeld dat men er goed aan doet zich te laten vaccineren tegen het coronavirus; “vaccineren” wordt namelijk aangemerkt als “de belangrijkste stap” om “jezelf en uiteindelijk de mensen om je heen te beschermen tegen het coronavirus” en in dit verband wordt de oproep gedaan: “Dus laten we onze mouwen opstropen”. Van puur informatieve aard, zoals door VWS gesteld, is de bestreden uiting dus niet.

2.

Naar aanleiding van de verschillende bezwaren van klager oordeelt de Commissie als volgt.

3.

Ad a.

Klager stelt dat er geen reclame mag worden gemaakt voor vaccins. De Commissie vat dit bezwaar op in die zin dat klager de uiting in strijd acht met het verbod op het maken van publieksreclame voor receptgeneesmiddelen, zoals neergelegd in artikel 85 van de Geneesmiddelenwet en in artikel 3 onder a van de CPG.

Naar het oordeel van de Commissie is de aanprijzing in de bestreden televisiereclame echter beperkt tot bovenbedoeld denkbeeld en wordt er geen geneesmiddel als bedoeld in artikel 1 onder b Geneesmiddelenwet aangeprezen. Om die reden kan een beroep op voornoemd verbod in dit geval niet slagen.   

4.

Ad b.

Klager maakt bezwaar tegen de zinsnede “Om (…) uiteindelijk de mensen om je heen te beschermen tegen het coronavirus is vaccineren de belangrijkste stap” en voert daartoe aan dat het nog niet duidelijk is of men na het nemen van “het vaccin” nog besmet kan worden en/of besmettelijk kan zijn.

Waar klager spreekt over “het vaccin” stelt de Commissie voorop dat in de bestreden uiting niet   wordt gesproken over een specifiek vaccin, maar dat meer in het algemeen wordt gezegd: “Elk goedgekeurd vaccin is op tienduizenden mensen getest”.   

 Ter zitting heeft VWS voldoende aannemelijk gemaakt dat vaccinatie met zich brengt dat de kans kleiner wordt dat mensen door hoesten en niezen worden besmet en dat door zogenaamde “groepsbescherming” ook niet-gevaccineerden beter beschermd zullen zijn tegen het virus. De Commissie constateert dat uit de volzin “Om jezelf en uiteindelijk de mensen om je heen te beschermen tegen het coronavirus is vaccineren de belangrijkste stap” niet direct valt op te maken op welke (mate van) bescherming VWS hier precies doelt, maar op basis van het voorgaande ziet zij onvoldoende aanleiding om te oordelen dat deze mededeling in strijd is met de waarheid of anderszins in strijd is met de NRC.  
 
Ad c.
Klager stelt dat “nergens” duidelijk wordt gemaakt dat er risico’s bestaan bij het nemen van vaccins.   
In de bestreden, relatief kortdurende uiting wordt niet uitdrukkelijk op risico’s van vaccineren gewezen, maar aan het slot wordt, voor het geval men vragen heeft, verwezen naar antwoorden op de website coronavaccinatie.nl. VWS heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat op deze website informatie is te vinden over de verschillende door de EMA goedgekeurde vaccins, namelijk die van Moderna, BioNTech/Pfizer (Comirnaty) en AstraZeneca, inclusief de bijwerkingen daarvan.
Gelet op deze verwijzing naar nadere informatie over vaccineren op coronavaccinatie.nl acht de Commissie klagers bezwaar, dat “nergens” duidelijk wordt gemaakt dat er risico’s bestaan bij het nemen van vaccins, ongegrond. 

Gelet op het bovenstaande wordt als volgt beslist. 

 

De beslissing

De Commissie wijst de klacht af.

 

Opnieuw uitspraken zoeken

Op datum, dossiernummer, trefwoord of soort uitspraak of een combinatie van deze zoekopties.

*Verplicht in te vullen velden

Uitgebreid zoeken