Stichting Reclame Code
Voor adverteerders
A A A

Het College van Beroep [31 mei 2017]

De bestreden uiting, de beslissing van de Commissie en de grieven

De klacht betreft een folder van Djoser die tegelijk met de Volkskrant in de brievenbus van geïntimeerde is bezorgd. De brievenbus is voorzien van een Nee/Ja-sticker in de zin van de Code verspreiding ongeadresseerd reclamedrukwerk (Code VOR).
De Commissie heeft geoordeeld dat door het bezorgen van de folder artikel 3.1 Code VOR is overtreden. Daartoe heeft de Commissie, samengevat, het volgende overwogen. Bij een brievenbus met een Nee/Ja-sticker mag tegelijk met de krant waarop een consument is geabonneerd, reclamedrukwerk worden bezorgd, indien dit drukwerk niet los van de krant kan worden ontvangen. De Commissie constateert dat de folder niet is meegeseald of vastgeniet en door zijn verschijningsvorm duidelijk afwijkt van de Volkskrant. In de Volkskrant en/of in de folder ontbreekt een verwijzing dat het drukwerk als onderdeel van de krant moet worden beschouwd. Nu van enig verband tussen krant en reclame-uiting niet is gebleken, dient de folder volgens de Commissie als zelfstandig reclamedrukwerk te worden beschouwd dat ten onrechte is bezorgd in de brievenbus van geïntimeerde. Dat de folder los is ingestoken bij de krant, maakt dit oordeel niet anders.

De grieven tegen het oordeel van de Commissie worden als volgt weergegeven.
De Persgroep biedt adverteerders diverse mogelijkheden om te adverteren, waaronder de mogelijkheid een zelf opgemaakte bijlage onder de aandacht van de lezers van de Volkskrant te brengen. Djoser heeft van deze mogelijkheid gebruik gemaakt. De bijlage van Djoser is als onderdeel van de Volkskrant bezorgd bij de abonnees van deze krant. De bijlage was, zoals alle bijlagen die bij de Volkskrant verspreid worden, op een zodanige manier bij de krant ingevouwen dat deze overduidelijk onderdeel is van de krant en niet los kon worden ontvangen.
Een bijlage bij een krant die aan betalende abonnees wordt verspreid, valt niet onder de Code VOR. De consument zal een bijlage die is ingevouwen bij een krant als geïntegreerd onderdeel zien van de krant die hij als abonnee ontvangt. Geïntimeerde ontving de folder als onderdeel van de Volkskrant waarop hij een betaald abonnement heeft. Bij de bezorging van de Volkskrant, en daarmee ook de bijlage van Djoser, is gebruik gemaakt van het NAW-bestand van abonnees. De bijlage onderscheidt zich daardoor van ongeadresseerd reclamedrukwerk waarbij geen gebruik is gemaakt van het adres van de ontvanger. De Persgroep wijst op de definitie van 'Brievenbusreclame' in de Code brievenbus reclame, huissampling en direct response Advertising (CBR) en de definitie van ‘Direct Mail’ in de Code voor het gebruik van Postfilter 2015 (Code Postfilter). Uit deze definities blijkt dat een advertentiebijlage die samen met de krant waarbij deze behoort bij een abonnee is bezorgd, moet worden gezien als een geïntegreerd onderdeel van de krant. Nergens staat dat de uiting moet worden meegeseald of vastgeniet, of dat de uiting geen van de krant afwijkende opmaak mag hebben dan wel dat moet worden meegedeeld dat de folder een bijlage bij de krant is. Door deze eisen te hanteren, heeft de Commissie een verkeerde, althans te enge uitleg van de Reclame Code gegeven.

 

Het antwoord in appel

Op het antwoord in appel zal hierna, voor zoveel nodig, worden ingegaan.

 

De mondelinge behandeling

Namens de Persgroep wordt het beroep toegelicht en daarbij onder meer het volgende meegedeeld. De advertentie-inkomsten staan onder druk. De Persgroep biedt adverteerders daarom verschillende advertentiemogelijkheden aan waaronder de mogelijkheid met een folder die in de Volkskrant wordt ingestoken een eigen verhaal te vertellen. Het insteken gebeurt in de drukkerij of elders in het land. Het vermelden dat het om een bijlage bij de Volkskrant gaat, drijft de kosten op.

 

Het oordeel van het College

1. Geïntimeerde maakt bezwaar tegen het gelijktijdig met de Volkskrant ontvangen van een ongeadresseerde folder van Djoser. In deze kleurrijke folder, die uit verschillende pagina’s bestaat, wordt uitvoerig ingegaan op reizen die Djoser aanbiedt en haar dienstverlening. De folder is afzonderlijk ingestoken in de Volkskrant. Beoordeeld dient te worden of de folder een geïntegreerd onderdeel is van de Volkskrant waarmee deze tegelijk werd bezorgd. Uitsluitend dan is sprake van een reclame-uiting die niet onder de Code VOR valt.

2. Hetgeen in dossier 2016/00733 is overwogen over het noodzakelijke verband tussen reclamedrukwerk en een huis-aan-huisblad, is hier van overeenkomstige toepassing. Ook in deze zaak geldt als maatstaf dat in woord en/of beeld duidelijk dient te zijn dat drukwerk en krant onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, derhalve één geheel zijn. Uitsluitend indien aan deze eis is voldaan, doet de bezorging van reclame bij de Volkskrant in brievenbussen van abonnees die zijn voorzien van een brievenbussticker in de zin van de Code VOR geen afbreuk aan de op deze wijze geuite mededeling dat men geen prijs stelt op ongeadresseerd reclamedrukwerk.

3. Het noodzakelijke verband tussen de Volkskrant en de folder van Djoser volgt niet reeds uit het gelijktijdig bezorgen van beide en het feit dat de folder is ingestoken in de Volkskrant. Deze aspecten zijn onvoldoende om te kunnen spreken van een bijlage bij de krant, in die zin dat folder en krant als één geheel zijn te beschouwen en krant en folder een geïntegreerd geheel zijn. Niet in geschil is verder dat de folder van Djoser sterk afwijkt van de Volkskrant waarmee deze tegelijk is bezorgd. De folder houdt optisch of anderszins geen verband met de Volkskrant. In de krant en de folder staat ook niet dat de folder een bijlage bij de Volkskrant is.

4. De abonnee, zoals geïntimeerde, die de krant thuisbezorgd krijgt, zal op grond van het voorgaande gemakkelijk de indruk krijgen dat de folder een losse reclamefolder is die geen verband houdt met zijn abonnement op de Volkskrant. Het College oor-deelt daarom dat de folder als op zichzelf staand ongeadresseerd reclamedrukwerk dient te worden beschouwd. Dergelijk drukwerk mag, zoals de Commissie ook heeft geoordeeld, op grond van artikel 3.1 Code VOR niet worden bezorgd in brievenbussen die, zoals in het geval van geïntimeerde, zijn voorzien van een Nee/Ja-sticker. Indien de Persgroep reclamebijlagen wil verspreiden bij de Volkskrant, dient zij ervoor te zorgen dat die uitingen voor de abonnees duidelijk herkenbaar zijn als bijlagen bij die krant, dat wil zeggen dat voor de abonnee duidelijk is dat deze worden verspreid als onderdeel van het abonnement. Aan deze eis is blijkens het voorgaande niet voldaan.

5. De grieven treffen op grond van het voorgaande geen doel, zodat wordt beslist als volgt.

 

De beslissing van het College van Beroep

Het College bevestigt de beslissing van de Commissie.

 

[Hieronder volgt de beslissing waartegen beroep is ingesteld]

De Reclame Code Commissie [6 april 2017]

De klacht

Klager heeft een NEE/JA-sticker op zijn brievenbus. Niettemin heeft klager op 17 december 2016 de reclamefolder met reisaanbiedingen van Djoser in de brievenbus ontvangen. De folder zat ingestoken in de Volkskrant, maar dit maakt de folder nog niet tot onderdeel van de krant, aldus klager. De folder was los bijgevoegd en was niet samen met de krant in cellofaan verpakt. Qua verschijningsvorm lijkt er geen enkele relatie tussen de folder en de krant. Er staat in de folder geen verwijzing naar de Volkskrant, en andersom evenmin. Klager heeft zich op 17 december 2016 per e-mail bij Djoser beklaagd over de bezorging van de folder, maar heeft daarop niet binnen de voorgeschreven vier weken een reactie van Djoser ontvangen.

 

Het verweer van Djoser

De in het najaar gedrukte flyer wordt onder andere verspreid via het ‘meesealen’ met of insteken bij diverse bladen of magazines. Dagbladen bieden naast advertenties in de krant de mogelijkheid om een flyer in te steken in de krant. Djoser heeft ervoor gekozen de flyer mee te sturen met de Volkskrant en heeft daarvoor kosten betaald aan de Volkskrant. Indien klager dit vervelend vindt, dan moet hij zijn klacht niet richten aan Djoser, maar aan de Volkskrant die deze manier van adverteren faciliteert, aldus Djoser.

 

Het verweer van de Persgroep

Het verweer wordt als volgt samengevat.
De bijlage van Djoser is als onderdeel van de Volkskrant bezorgd bij abonnees van de Volkskrant en was op zodanige manier in de krant gevouwen dat deze duidelijk deel uitmaakte van de krant. De uiting kon niet ‘los’ in de brievenbus worden aangetroffen. De bijlage van Djoser is geen ongeadresseerd reclamedrukwerk. De bijlage is niet, zoals bepaald in de Code Verspreiding ongeadresseerd reclamedrukwerk (Code VOR), gratis huis-aan-huis verspreid, maar als onderdeel van de Volkskrant, waarvoor klager een (betaald) abonnement heeft en die niet huis-aan-huis wordt verspreid. Nu voor de bezorging van de Volkskrant, en daarmee ook van de bijlage van Djoser, gebruik is gemaakt van het NAW-bestand van de abonnees, geldt dat niet gesproken kan worden over verspreiding ‘zonder vermelding van adres (of postbus) en woonplaats van de ontvanger’. Een bijlage bij een krant die aan betalende abonnees wordt verspreid, valt niet onder de werking van de Code VOR. Voor de gemiddelde consument is duidelijk dat een advertentiebijlage die is ingevouwen in een krant geïntegreerd onderdeel is van de krant die hij als abonnee ontvangt. De Persgroep verwijst ten slotte ter onderbouwing van haar standpunt naar de definitie van ‘brievenbusreclame’ in de Code brievenbusreclame, huissampling en direct response advertising (CBR) en de definitie van ‘Direct Mail’ in de Code voor het gebruik van Postfilter 2015 (Code Postfilter), waaruit volgt, aldus de Persgroep, dat de bijlage van Djoser gezien moet worden als geïntegreerd onderdeel van de Volkskrant.

 

Het oordeel van de Commissie

1. Klager maakt bezwaar tegen de ontvangst van de reclamefolder van Djoser die tezamen met de Volkskrant, waarop klager geabonneerd is, in zijn brievenbus is gedeponeerd. Niet is in geschil dat de brievenbus van klager is voorzien van een NEE/JA-sticker in de zin van de Code VOR, met welke sticker kenbaar wordt gemaakt dat de bewoner geen ongeadresseerd reclamedrukwerk (maar wel huis-aan-huisbladen) wenst te ontvangen.

2. Volgens vaste lijn van beslissingen van de Commissie en het College van Beroep mag tegelijk met een krant waarop een consument is geabonneerd, reclamedrukwerk worden bezorgd, ook indien sprake is van een brievenbus die is voorzien van een NEE/JA-sticker. Hierbij geldt echter als voorwaarde dat dit reclamedrukwerk niet los van die krant kan worden ontvangen, bijvoorbeeld doordat het zich in dezelfde cellofaanverpakking bevindt of daaraan is vastgeniet, dan wel dat het reclamedrukwerk onmiskenbaar als onderdeel van de krant valt aan te merken. De Persgroep betoogt dat de gemiddelde consument de folder als geïntegreerd onderdeel van de Volkskrant zal beschouwen. De Commissie overweegt als volgt.

3. Vast staat dat de folder van Djoser niet meegeseald met of vastgeniet aan de Volkrant is verspreid. Naar het oordeel van de Commissie kan de reclamefolder ook niet anderszins onmiskenbaar als onderdeel van de Volkskrant worden aangemerkt. De uit acht pagina’s bestaande folder bevat alleen reclame van en voor Djoser, en de verschijningsvorm ervan wijkt wat betreft formaat, kleurendruk en papier duidelijk af van de Volkskrant. Ook ontbreekt in de Volkskrant en/of in de folder een verwijzing dat het drukwerk als onderdeel van de krant moet worden beschouwd. Nu van enig verband tussen krant en reclame-uiting niet is gebleken, dient de reclamefolder als zelfstandig reclamedrukwerk te worden beschouwd, waarop de regels voor verspreiding van ongeadresseerd reclamedrukwerk van toepassing zijn. Dat de folder los ingestoken bij de krant waarop klager is geabonneerd in de brievenbus is gedeponeerd, maakt dit niet anders.

4. Het voorgaande leidt tot het oordeel dat met het bezorgen van de reclamefolder in klagers brievenbus artikel 3.1 Code VOR is overtreden. In dit artikel is bepaald dat afzenders en verspreiders ieder voor zich en in gezamenlijk overleg alle maatregelen en voorzieningen dienen te treffen die noodzakelijk zijn teneinde de respectering van de op bijlage 1 bij de Code VOR vermelde stickers te bereiken en voor de verdere uitvoering en naleving van deze code. De Commissie houdt beide verweerders verantwoordelijk voor deze overtreding van de Code VOR, Djoser als afzender en de Persgroep als verspreider van de reclame-uiting.

5. Op grond van het vorenstaande wordt als volgt beslist.

 

De beslissing van de Reclame Code Commissie

Verweerders hebben artikel 3.1 van de Code VOR overtreden. De Commissie beveelt verweerders aan om voortaan niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.

Stichting Reclame Code © 2009  |   Privacy Policy  |   Disclaimer
Home  |   Zoeken  |   English  |   RSS  |   Sitemap