Stichting Reclame Code
Voor adverteerders
A A A

De bestreden reclame-uiting

Het betreft de verpakking van ďQuaker Havermout Granola OriginalĒ.

De klacht

Klaagster maakt bezwaar tegen de vermelding ď94% volkoren granenĒ op de voorzijde van de verpakking van het onderhavige product. Klaagster acht deze vermelding incorrect en misleidend, nu het product volgens de ingrediŽntenlijst slechts voor 63% uit volkoren ingre-diŽnten bestaat. De overige ingrediŽnten zijn overwegend Ďzoetmakersí. Uit de voedingswaardedeclaratie blijkt dat de hoeveelheid suikers (12g/100g) ongeveer twee keer zo groot is als de hoeveelheid vezels (6,7g/100g). Dit zou bij een product dat voor 94% uit volkoren granen bestaat niet het geval zijn.

Het verweer

Adverteerder maakt sinds 1877 ontbijtproducten met een hoog aandeel volkoren granen, waarvan volkoren havermout het hoofdbestanddeel is. Quaker Havermout Granola Original levert een belangrijke bijdrage aan de aanbevolen consumptie van volkoren granen. Om consumenten duidelijk te maken dat de granen die adverteerder gebruikt hoofdzakelijk volkoren granen zijn, vermeldt zij op de voorzijde van de verpakking hoeveel procent het betreft. Het aandeel volkoren granen is terecht uitgedrukt in een percentage van 94%. Indien deze wijze van vermelden misleidend zou zijn, zou adverteerder eerder klachten hierover hebben ontvangen. Dit is echter niet het geval.

Het oordeel van de voorzitter

1.† De klacht betreft (de voorzijde van) de verpakking van Quaker Havermout Granola Original voor zover daarop staat: ď94% volkoren granenĒ. Klaagster maakt tegen deze vermelding bezwaar omdat het product als zodanig slechts voor 63% uit volkoren granen bestaat en bovendien volgens haar verder overwegend zoetmakers bevat. De voorzitter vat de klacht aldus op dat volgens klaagster de vermelding ď94% volkoren granenĒ op de verpakking een onjuist beeld geeft over de samenstelling van het onderhavige product.

2. †De voorzitter stelt voorop dat bij de beoordeling of een etikettering voor een consument misleidend is, uit de rechtspraak volgt dat moet worden uitgegaan van de vermoedelijke verwachting van de normaal geÔnformeerde en redelijk omzichtige en oplettende gemiddelde consument (HvJ EG 16 juli 1998, 347). En voorts dat deze gemiddelde consument, wiens beslissing tot aankoop wordt bepaald door de samenstelling van een product, eerst de lijst van ingrediŽnten leest (HvJ EG 26 oktober 1995, C-51/94). Dat de lijst van ingrediŽnten op de verpakking staat, kan anderzijds niet uitsluiten dat de consument wordt misleid over de samenstelling van het product, bijvoorbeeld indien op de verpakking de indruk wordt gewekt dat het product een ingrediŽnt bevat dat het in werkelijkheid niet bevat, wat uitsluitend blijkt uit de lijst van ingrediŽnten (HvJ EG 4 juni 2015, C-195/14). De voorzitter oordeelt als volgt, uitgaande van de verpakking waarvan klaagster een fotokopie heeft overgelegd.

3. †De gemiddelde consument zal in het geval op de voorzijde van de verpakking staat ď94% volkoren granenĒ vermoedelijk een product verwachten dat voor 94% uit volkoren granen is samengesteld. Deze aanduiding is immers, naar niet in geschil is, bedoeld om een beeld te geven van de samenstelling van het product. Dat adverteerder hiermee niet beoogt een beeld te geven van het gehalte volkoren granen in het product maar uitsluitend van het gehalte volkoren granen als onderdeel van alle granen in het product, zal de consument ontgaan. Uit de voorzijde van de verpakking blijkt deze bedoeling niet. Het ligt verder ook niet voor de hand bedoelde vermelding op te vatten als het gehalte volkoren granen ten opzichte van het totale aandeel granen. Indien letterlijk en zonder uitleg een bepaald percentage van een ingrediŽnt op de voorzijde van de verpakking wordt genoemd, zal de consument ervan uitgaan dat dit percentage ziet op het totale aandeel van het ingrediŽnt in het product, en niet begrijpen dat het een vermelding is van een relatief aandeel ten opzichte van de groep ingrediŽnten waartoe het kan worden gerekend. De voorzijde bevat verder geen mededelingen die het genoemde percentage nuanceren. Eerder is het tegendeel het geval doordat het een havermout product betreft waarbij graanaren zijn te zien, hetgeen de suggestie van een product dat voor 94% uit volkoren bestaat versterkt in plaats van nuanceert. Hetzelfde geldt voor het kader waarin bedoelde vermelding is geplaatst, te weten in een geel gekleurd vlak dat de kleur en de vormgeving van een graankorrel lijkt te hebben. Ook de verdere verpakking van het product nuanceert de vermelding ď94% volkoren granenĒ op de voorzijde van de verpakking niet, met uitzondering van de ingrediŽntenlijst, waaruit - met enige moeite - kan worden afgeleid dat het product voor 63% uit volkoren ingrediŽnten bestaat.

4.† De vermelding ď94% volkoren granenĒ op de voorzijde van de verpakking zet blijkens het voorgaande de gemiddelde consument op het verkeerde been omtrent de samenstelling van het product. Dat uit de ingrediŽntenlijst kan worden afgeleid dat het werkelijke aandeel volkoren granen in het product aanzienlijk lager is dan het op de voorzijde van de verpakking genoemde percentage, is onvoldoende om de onjuiste indruk die de bestreden mededeling wekt weg te nemen, rekening houdend met de totale verpakking. De voorzitter oordeelt derhalve dat in de gegeven omstandigheden de ingrediŽntenlijst, ook al is deze op zichzelf juist en volledig, ongeschikt is om de verkeerde indruk van de consument over de samenstelling van het product genoegzaam te corrigeren. Gelet op de gebruikte absolute bewoordingen over het percentage volkoren granen, alsmede met de plaats van deze vermelding (op een in het oog springende plaats op de voorzijde van de verpakking), de kleur en vormgeving van deze vermelding (in een opvallende gele kleur en in een vormgeving die geacht kan worden te verwijzen naar een graankorrel), wekt het etiket de verwachting dat het product voor 94% uit volkorengranen bestaat. Hierdoor kan het etiket de koper misleiden ten aanzien van de kenmerken van het levensmiddel en voldoet de bestreden uiting niet aan de eis dat voedselinformatie niet misleidend mag zijn over onder meer de samenstelling als bedoeld in artikel 7 lid 1 sub a van Verordening (EU) Nr. 1169/2011. Nu de bestreden reclame-uiting om die reden niet in overeenstemming is met de wet, heeft adverteerder gehandeld in strijd met arti-kel 2 van de Nederlandse Reclame Code (NRC). De voorzitter beslist derhalve als volgt.

De beslissing van de voorzitter

Op grond van het voorgaande acht de voorzitter de reclame-uiting in strijd met het bepaalde in artikel 2 NRC. De voorzitter beveelt adverteerder aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.

Stichting Reclame Code © 2009  |   Privacy Policy  |   Disclaimer
Home  |   Zoeken  |   English  |   RSS  |   Sitemap