Stichting Reclame Code
Voor adverteerders
A A A

 

De bestreden uitingen

 

A. Website

Het betreft de website www.kdk.nl, waarop op de homepage onder meer staat:

“KDK

Kracht Doorzettingsvermogen Kreativiteit

ADVOCATEN

De Tanden van het Recht!”

 

Op de verschillende subpagina’s van de website staat onder meer informatie over het kantoor van adverteerder. Bovenaan iedere pagina staat “KDK ADVOCATEN”.

 

Een uitdraai van de door klager overgelegde websitepagina’s is als bijlage 1 aan deze beslissing gehecht.

 

B. Visitekaartjes

Voorts betreft het 5 verschillende visitekaartjes van adverteerder (in deze beslissing en de bijlage genummerd van 1 tot 5), waarop onder een logo “KDK Advocaten” en “mr. H.F.C. Kuijpers, advocaat” staat. Hiernaast staan de contactgegevens van adverteerder. Op elk van de visitekaartjes staat een foto van mr. Kuijpers, en daaronder één van de volgende teksten.

 

Op visitekaartjes 1, 2 en 5 staat onder de foto de tekst:

“Vastgoedrecht

Overdrachtsbelasting en BTW

Vennootschapsrecht

Effectenrecht

Intellectueel & Industrieel Eigendomsrecht”

 

Op visitekaartje 3 staat de tekst:

“1983   Kandidaat-Notaris

1987    Publicatie Kluwer

            Bedrijfswijzers deel 13;

            ‘Misbruikwetgeving en Kapitaalbescherming’

1991    Advocaat”

 

Op visitekaartje 4 staat de tekst:

“KDK Advocaten

Eerst schieten,

Dan praten”.

 

Op visitekaartje 4 staat mr. Kuijpers afgebeeld met verschillende vuurwapens.

 

De klacht

 

Adverteerder staat ingeschreven als eenmansbedrijf. Op zijn website en visitekaartjes wekt adverteerder echter de indruk dat er vele advocaten bij zijn kantoor werkzaam zijn met verschillende specialismen.

Mr. Kuijpers staat bij de Orde van Advocaten ten onrechte ingeschreven als specialist Intellectueel Eigendom- en Vennootschapsrecht.

Adverteerder lokt door middel van zijn website en visitekaartjes personen, die hij vervolgens berooft.

 

Bij e-mail van 6 september 2009 deelt klager mee dat mr. Kuijpers door het Hof van Discipline is veroordeeld op grond van één van de genoemde visitekaartjes (nummer 4). Klager voegt de beslissing van het Hof van Discipline van 15 mei 2009 bij.

 

Het verweer

 

Adverteerder stelt tegenover het bezwaar van klager het volgende:

  1. Klager is herhaaldelijk door de Rechtbank te Rotterdam veroordeeld wegens laster- en terreurcampagnes, onder meer jegens adverteerder;

  2. De Reclame Code Commissie heeft geen rechtsmacht omdat adverteerder geen deelnemer is in de Stichting Reclame Code;

  3. De Commissie is niet bevoegd, nu beroepshandelingen van advocaten krachtens de Advocatenwet uitsluitend mogen worden beoordeeld door de Raad van Discipline en, in hoger beroep, het Hof van Discipline;

  4. De door klager in 2006 ingediende klacht met betrekking tot het genoemde visitekaartje (4) is zowel door de Raad van Discipline als door het Hof van Discipline op alle onderdelen afgewezen.

  5. Het bedoelde visitekaartje is beperkt uitgegeven in besloten kring, bevat een disclaimer en is geen reclame.

  6. De brief van klager bevat laster en is een schending van de vonnissen waarin klager is veroordeeld, waaraan een dwangsom is verbonden.

De repliek en dupliek

 

Klager en adverteerder blijven bij hun standpunt en lichten dit nader toe.

 

De mondelinge behandeling

 

Klager licht zijn standpunt nader toe.

 

Het oordeel van de Commissie

 

1) Bevoegdheid Commissie

Adverteerder heeft primair gesteld dat de Commissie geen rechtsmacht heeft omdat adverteerder geen deelnemer is in de Stichting Reclame Code, respectievelijk dat zij niet bevoegd is, omdat beroepshandelingen van advocaten uitsluitend mogen worden beoordeeld door de Raad van Discipline en het Hof van Discipline. De Commissie volgt adverteerder hierin niet en overweegt hiertoe het volgende.

De Commissie is bevoegd een oordeel te geven over iedere openbare aanprijzing van goederen, diensten of denkbeelden. Eenieder die meent dat een uiting in strijd is met de Nederlandse Reclame Code, kan bij de Commissie een klacht indienen. De Nederlandse Reclame Code is een stelsel van gedragsregels, opgesteld en gehandhaafd door organisaties die op enigerlei wijze betrokken zijn bij (het maken van) reclame en die een zorgvuldige wijze van aanprijzen van goederen en diensten in het belang achten van al diegenen die bij het maken van reclame zijn betrokken. Deze organisaties hebben de Stichting Reclame Code (SRC) in het leven geroepen en de SRC heeft de Reclame Code Commissie en het College van Beroep belast met het toetsen van reclame aan de NRC. Wanneer de Commissie daarbij tot het oordeel komt dat een reclame-uiting met de NRC in strijd is, beveelt zij de adverteerder aan niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken. Zij spreekt daarmee niet meer uit dan er staat, namelijk dat de uiting niet in overeenstemming is met de binnen een grote kring van belanghebbenden ontwikkelde en aanvaarde normen. Zij is daartoe bevoegd, ook al is de betrokken adverteerder niet bij de totstandkoming van de NRC betrokken geweest en heeft hij deze niet onderschreven.

 

2) Is sprake van reclame?

a) Visitekaartje 4

Adverteerder heeft gesteld dat visitekaartje 4 geen reclame-uiting is. Hieromtrent overweegt de Commissie als volgt.

Aan de hand van de door klager overgelegde stukken is gebleken dat de Raad van Discipline in het ressort ’s-Gravenhage in haar beslissing van 14 juli 2008 (nummer R.2958/07.172) onder meer heeft geoordeeld dat het bewuste visitekaartje, gelet op de tekst en de afbeelding die hierop staan, niet verenigbaar is met het vertrouwen dat men in een advocaat behoort te kunnen stellen en aan de persoonlijke integriteit van de advocaat. Evenmin is de uiting verenigbaar met de wezenlijke rol die de advocaat vervult in de rechtsbedeling, aldus de Raad. Gelet hierop heeft de Raad aan adverteerder de maatregel van enkele waarschuwing opgelegd. Het Hof van Discipline heeft deze beslissing van de Raad op 15 mei 2009 (no. 5260) bekrachtigd.

Niet is gebleken, noch aannemelijk gemaakt, dat adverteerder het bewuste visitekaartje nadien, in strijd met de beslissing van de Raad en het Hof, nog openbaar heeft gemaakt. De klacht met betrekking tot visitekaartje 4 kan derhalve niet slagen.

 

b) Overige uitingen

Het vorenstaande geldt niet voor de visitekaartjes 1, 2, 3 en 5 en de website. Met betrekking tot deze kaartjes is gesteld noch gebleken dat adverteerder deze niet meer hanteert. Voorts hebben zowel de visitekaartjes als de website een aanprijzend karakter voor de werkzaamheden van adverteerder en zijn deze bedoeld om een breed publiek te bereiken. Aldus dienen deze uitingen te worden aangemerkt als openbare aanprijzingen van de diensten van adverteerder en derhalve als reclame-uitingen in de zin van artikel 1 NRC.

 

3) Toetsing aan de NRC

 a) Klagers klacht is in de eerste plaats gebaseerd op het feit dat in de reclame-uitingen, naar zijn mening, de indruk wordt gewekt dat bij adverteerder meer advocaten werken. Hierover oordeelt de Commissie als volgt.

In artikel 2 NRC is onder meer bepaald dat een reclame-uiting in overeenstemming dient te zijn met de wet. In artikel 7, lid 1 van de Samenwerkingsverordening 1993 (Samenwerkingsverordening Advocaten), zijnde een verordening gebaseerd op artikel 28 van de Advocatenwet en derhalve een wettelijk voorschrift, is bepaald dat een advocaat in zijn optreden naar buiten vermijdt dat een onjuiste, misleidende of onvolledige voorstelling van zaken wordt gegeven ten aanzien van enige vorm van samenwerking waarbij hij is betrokken, een samenwerkingsverband daaronder begrepen. Op grond van het tweede lid van dit artikel is het de advocaat die geen samenwerkingsverband onderhoudt, verboden de praktijk te voeren onder een gemeenschappelijke naam of een zodanige benaming dat daardoor een samenwerkingsverband wordt gesuggereerd. Op basis van de tweede volzin van dit artikellid kan de Raad van Toezicht in bepaalde gevallen onder door hem te stellen voorwaarden van dit verbod ontheffing verlenen.

Vast staat dat in het onderhavige geval mr. Kuijpers thans de enige aan het kantoor ‘KDK Advocaten’ verbonden advocaat is. De Rechtbank Arnhem heeft in haar uitspraak van 2 juli 2009 (registratienummer AWB07/4678) bepaald dat met het gebruik van de naam “(…) Advocaten”, een samenwerking wordt gesuggereerd als bedoeld in artikel 7 lid 2 van voornoemde Samenwerkingsverordening en heeft dit op grond van deze bepaling verboden geacht. Eenzelfde gedachtegang volgend, acht de Commissie het gebruik van de naam ‘KDK Advocaten’ in strijd met artikel 7 van de Samenwerkingsverordening Advocaten. Niet is gesteld of gebleken dat aan adverteerder door de Raad van Toezicht van dit verbod ontheffing is verleend. Op grond van het vorenstaande is de Commissie van oordeel dat de gewraakte reclame-uitingen, daar waar ‘KDK Advocaten’ staat, in strijd zijn met artikel 2 NRC.

Voorts is de Commissie op basis van het voorgaande van oordeel dat de gewraakte reclame-uitingen, voor zover de naam ‘KDK Advocaten’ wordt gebruikt, gepaard gaan met onjuiste informatie ten aanzien van de hoedanigheid en/of kenmerken van adverteerder zoals bedoeld in artikel 8.2 aanhef en onder f NRC. De Commissie is van oordeel dat de gemiddelde consument hierdoor ertoe gebracht kan worden een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet had genomen. Deze zal immers in de veronderstelling zijn dat bij het kantoor van adverteerder meer advocaten werkzaam zijn. Om die reden is de Commissie van oordeel dat de reclame-uitingen misleidend zijn en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

 

b) Voorts stelt klager dat adverteerder ten onrechte bij de Orde van Advocaten is ingeschreven als Intellectueel Eigendom- en Vennootschapspecialist. In zijn repliek voegt klager hieraan toe, onder verwijzing naar een door hem bijgevoegde uitdraai van een websitepagina (http://www.gidsrm.nl/db2/db2222.exe/GidsRM/kantoor_profiel?n=812), dat adverteerder bij de ‘Gids Rechterlijke Macht Online’ staat ingeschreven met als specialismen ‘Familie- en Personenecht, Erfrecht’, ‘Ondernemingsrecht’, ‘Arbeidsrecht’ en ‘Belastingrecht’. De uitdraai betreft echter een ‘vervallen link’ en ter vergadering heeft klager toegelicht dat de kopie dateert van enkele jaren geleden. Uit de kopie blijkt voorts dat deze uiting van toepassing was op het advocatenkantoor Kalkman, Dormeier & Kuijpers en niet op het huidige kantoor van adverteerder. Het betreft derhalve geen uiting die door adverteerder zelf voor zijn huidige advocatenpraktijk wordt gevoerd. Op basis van de informatie van klager is naar het oordeel van de Commissie daarom onvoldoende aannemelijk geworden dat adverteerder ten onrechte bepaalde specialismen aan zichzelf toeschrijft. Het feit dat op de visitekaartjes 1, 2 en 5 onder de naam van adverteerder een aantal rechtsgebieden worden vermeld, maakt dit niet anders, nu adverteerder hiermee slechts weergeeft wat de gebieden zijn waarop hij werkzaam is of wil zijn. Dit onderdeel van de klacht acht de Commissie derhalve ongegrond.

 

De beslissing

 

Op grond van hetgeen hiervoor onder 1), 2 b) en 3 a) is vermeld, acht de Commissie de visitekaartjes 1, 2, 3 en 5 en de website, daar waar de naam ‘KDK Advocaten’ staat, in strijd met de artikelen 2 en 7 NRC. Zij beveelt adverteerder aan om niet meer op een dergelijke wijze te adverteren.

Voor het overige wijst de Commissie de klacht af.

 

Stichting Reclame Code © 2009  |   Privacy Policy  |   Disclaimer
Home  |   Zoeken  |   English  |   RSS  |   Sitemap