Stichting Reclame Code
Voor adverteerders
A A A

Het oordeel van de Commissie d.d. 29 november 2017

1.

De klacht is gericht tegen drie vragen en antwoorden op de website van Van Drie, waarin volgens klaagster (hierna: Dier & Recht) – kort samengevat – het leven van de voor en door Van Drie gehouden kalveren te rooskleurig wordt voorgesteld. In de (hieronder bijgevoegde) tussenbeslissing heeft de Commissie reeds overwogen dat voor ontvankelijkheid van Dier & Recht in de klacht niet van belang is dat de bestreden uitingen inmiddels van de website verwijderd zijn. Verder heeft de Commissie overwogen dat de uitingen aangemerkt moeten worden als reclame in de zin van artikel 1 van de Nederlandse Reclame Code (NRC), waarover de Commissie bevoegd is te oordelen. Met betrekking tot de uitingen oordeelt de Commissie als volgt.

2.

De eerste bestreden uiting (vraag en antwoord) luidt:

“Worden de kalveren direct na de geboorte bij de koe weggehaald?

Nee, de kalveren blijven altijd minimaal 10 dagen op de melkveehouderij en drinken biest bij de koe. Biest is de naam voor de eerste koemelk met daarin bestanddelen die van levensbelang zijn voor de weerstand van het kalf. Na 10 dagen zijn de kalveren sterk genoeg om te worden verzameld en verplaatst naar de gespecialiseerde kalverhouder.”

Bij verweer heeft Van Drie gesteld dat in het gegeven antwoord sprake is van verouderde informatie en mededelingen, en dat het grootste deel van de in Nederland geboren kalveren direct na de geboorte wordt gescheiden van het moederdier. Dit leidt tot het oordeel dat uiting 1 gepaard gaat met onjuiste informatie als bedoeld in de aanhef van artikel 8.2 NRC. Omdat de gemiddelde consument hierdoor ertoe gebracht kan worden een besluit over een transactie te nemen dat hij anders niet had genomen, is uiting 1 misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC. In de mededeling dat Van Drie deze uiting inmiddels verwijderd heeft, ziet de Commissie aanleiding haar aanbeveling op dit punt slechts te doen ‘voor zover nodig’.

3.

De tweede bestreden uiting luidt:

“Hebben de kalveren bloedarmoede?

Vroeger soms wel, nu niet meer. Tegenwoordig ligt het hemoglobinegehalte in het bloed hoger dan vroeger.”

Niet is in geschil dat er tegenwoordig voor het hemoglobinegehalte (Hb-gehalte) bij kalveren een minimumnorm geldt van 4,5 millimol per liter bloed (4,5 mmol/l) en dat dit Hb-gehalte hoger is dan vroeger. Dier & Recht maakt niettemin bezwaar tegen het antwoord in uiting 2, omdat volgens haar – onder verwijzing naar een ‘EFSA Opinion’ – gesproken moet worden van bloedarmoede als niet het Hb-gehalte van het individuele blanke vleeskalf gedurende zijn gehele leven minimaal 6 mmol/l bedraagt. Dier & Recht betwist dat de situatie bij Van Drie zodanig is dat de bewering dat kalveren geen bloedarmoede meer hebben klopt.

Van Drie heeft bij verweer aangevoerd dat bij alle houderijen het Hb-gehalte van de kalveren van Van Drie wordt bewaakt en een gemiddelde waarde van 6 mmol/l heeft. Op grond van dierenwelzijnsnorm BLKG11b worden kalveren met 13 weken individueel op het Hb-gehalte gemeten en krijgen kalveren die een Hb-gehalte hebben dat lager is dan 6 mmol/l een ijzersuppletie, waardoor wordt bewerkstelligd dat de kalveren een gezond Hb-gehalte hebben en dus niet lijden aan bloedarmoede, aldus Van Drie.

4.

Naar het oordeel van de Commissie kan de klacht tegen de mededeling in uiting 2 dat de kalveren geen bloedarmoede hebben, niet slagen. Dier & Recht heeft niet aannemelijk gemaakt dat er een ‘harde grens’ van 6 mmol/l gedurende het gehele leven van het individuele blanke kalf bestaat waaronder sprake is van bloedarmoede bij kalveren. De Commissie acht hetgeen Dier & Recht heeft aangevoerd met betrekking tot de grenswaarde voor bloedarmoede onvoldoende om vast te stellen dat bij de huidige stand van zaken niet de wettelijke norm van 4,5 mmol/l als algemeen aanvaarde grens heeft te gelden waaronder sprake is van bloedarmoede. De aanbeveling in de EFSA Opinion wordt in deze niet doorslaggevend geacht. Overigens heeft Van Drie gesteld een Hb-gehalte van 6 mmol/l als uitgangspunt te nemen. Gelet op het voorgaande is de Commissie van oordeel dat uiting 2 niet onjuist is.

5.

De derde bestreden uiting luidt:

“Worden de kalveren individueel gehouden?

Nee. Alle kalveren worden gehouden in groepen.”

De klacht van Dier & Recht dat de kalveren een aanzienlijke periode gescheiden worden gehouden treft doel. Van Drie heeft bij verweer erkend dat zij kalveren vier weken van de houderijfase in ‘babyboxen met opengewerkte tussenhekjes’ houdt. De stelling dat alle kalveren in groepen worden gehouden, is dus niet juist. Uiting 3 gaat daarom gepaard met onjuiste informatie als bedoeld in de aanhef van artikel 8.2 NRC. Omdat de gemiddelde consument hierdoor ertoe gebracht kan worden een besluit over een transactie te nemen dat hij anders niet had genomen, is uiting 3 misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC. In de mededeling dat Van Drie deze uiting inmiddels verwijderd heeft, ziet de Commissie aanleiding haar aanbeveling op dit punt slechts te doen ‘voor zover nodig’.

6.

Op grond van het voorgaande wordt als volgt beslist.

 

De beslissing

De Commissie acht de met 1 en 3 aangeduide uitingen in strijd met het bepaalde in artikel 7 NRC. Zij beveelt verweerder, voor zover nodig, aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken. Op grond van hetgeen is overwogen onder punt 3 en 4 van het oordeel wijst de Commissie de tegen uiting 2 gerichte klacht af.

 

Tussenbeslissing van 15-11-2017:

De bestreden uitingen 

 

Het betreft de volgende drie vragen en antwoorden op de website www.vandrie.nl:

1.

“Worden de kalveren direct na de geboorte bij de koe weggehaald?

Nee, de kalveren blijven altijd minimaal 10 dagen op de melkveehouderij en drinken biest bij de koe. Biest is de naam voor de eerste koemelk met daarin bestanddelen die van levensbelang zijn voor de weerstand van het kalf. Na 10 dagen zijn de kalveren sterk genoeg om te worden verzameld en verplaatst naar de gespecialiseerde kalverhouder.”

 

2.

“Hebben de kalveren bloedarmoede?

Vroeger soms wel, nu niet meer. Tegenwoordig ligt het hemoglobinegehalte in het bloed hoger dan vroeger.”

 

3.

“Worden de kalveren individueel gehouden?

Nee. Alle kalveren worden gehouden in groepen.”

 

De klacht

 

Dier & Recht stelt dat Van Drie op haar website het eigen bedrijf en het eigen product promoot en zich daarbij richt op zowel consumenten als zakelijke relaties. Zodoende is sprake van reclame in de zin van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Daarbij houdt Van Drie zich niet aan de Nederlandse Reclame Code (NRC), omdat door de bestreden uitingen een te rooskleurig beeld wordt geschetst van het leven dat de kalveren hebben bij Van Drie zelf,

bij kalverhouders die bij Van Drie zijn aangesloten en/of bij andere leveranciers van het bedrijf. Hierdoor zijn de uitingen onjuist en/of misleidend en in strijd met de artikelen 7 en 8 NRC. Dier & Recht licht dit per uiting, onder verwijzing naar (overgelegde) relevante passages uit verschillende rapporten, als volgt toe.

 

Ad uiting 1.

In haar antwoord op de vraag of kalveren direct na de geboorte bij de koe worden weggehaald, doet Van Drie het voorkomen alsof de kalveren tenminste 10 dagen bij de moederkoe blijven en bij de eigen moeder biest drinken. Op vrijwel alle melkveebedrijven – uit welke sector de vleeskalveren van Van Drie afkomstig zijn – worden de kalfjes direct na de geboorte bij de koe weggehaald en op het bedrijf in een eenlingbox (iglo) gehouden. Vleeskalfjes blijven na de geboorte weliswaar circa 14 dagen op het melkveebedrijf, maar niet bij de moederkoe (en ook niet bij een andere koe).

 

Ad uiting 2.

Het is volgens Dier & Recht juist dat er tegenwoordig voor het hemoglobinegehalte (Hb-gehalte) bij kalveren een minimumnorm geldt van 4,5 millimol per liter bloed (4,5 mmol/l) en dat dit Hb-gehalte hoger is dan vroeger. Het is echter onjuist om te stellen dat kalveren tegenwoordig geen bloedarmoede meer hebben. Deze klacht heeft betrekking op blank kalfsvlees. Tweederde van de 1.440.000 in Nederland gehouden kalveren is bestemd voor de productie van blank kalfsvlees, dat voornamelijk naar het buitenland wordt geëxporteerd. Kalfsvlees blijft blank wanneer kalveren die voor de leeftijd van 8 maanden worden geslacht een ijzerarm dieet hadden met lichte tot ernstige bloedarmoede tot gevolg. De minimumnorm is sinds 2008 4,5 mmol/l (Richtlijn 2008/119/EG van 18 december 2008). Van klinische bloedarmoede bij kalveren is sprake bij een waarde van 5 mmol/l of minder (The EFSA Journal (2206) 366, 1-36, Opinion on “The risks of poor welfare in intensive calf farming systems. An update of the Scientific Veterinary Committee Report on the Welfare of Calves”). Een gezond kalf heeft echter een Hb-waarde van 7 tot 8 mmol/l (Onderwijsmateriaal Welzijnsmonitor Vleeskalveren, Handleiding. Dierenwelzijnsweb). Blanke vleeskalveren die worden gehouden voor het Beter Leven Keurmerk (BLK) met 1 ster moeten een Hb hebben dat niet lager is dan 6 mmol/l. In Nederland worden op jaarbasis ongeveer 250.000 van de 1.440.000 kalveren volgens de regels van het BLK met 1 ster gehouden. De bloedwaardes van de andere kalveren zullen bij de wettelijke 4,5 mmol/l liggen. De uitspraak van Van Drie dat kalveren geen bloedarmoede meer hebben, is dus voor het grootste gedeelte van de in Nederland gehouden blanke vleeskalveren niet waar, aldus Dier & Recht.

 

Ad uiting 3.

De bewering van Van Drie dat alle kalveren niet individueel maar in groepen worden gehouden, is onjuist. Deze klacht betreft zowel kalveren voor de productie van wit als van rosé vlees. Sinds 2008 mogen er geen kistkalveren meer worden gehouden, maar kalveren tot een leeftijd van 8 weken worden nog steeds individueel gehuisvest. Op het melkveebedrijf staan ze geïsoleerd in een iglo en op het vleeskalverbedrijf worden de dieren tot een leeftijd van ongeveer 8 weken door middel van verstelbare metalen hokafscheidingen gescheiden van elkaar gehouden. Na enkele weken worden de afscheidingen verwijderd, waarna groepen van 6 tot 10 kalveren ontstaan. Kalveren worden dus wel degelijk een aanzienlijke periode alleen gehouden, aldus Dier & Recht.

 

Het verweer

 

Het verweer wordt als volgt samengevat.

 

De webpagina waarop de uitingen staan is vanwege verouderde en achterhaalde informatie inmiddels verwijderd. Van Drie geeft via andere wegen uitleg over de door Dier & Recht aangehaalde problematiek, waarvoor haar MVO-verslag en haar corporate website (vandriegroup.nl) een belangrijke bron zijn. Reeds hierom kan volgens Van Drie de klacht niet slagen en dient Dier & Recht niet-ontvankelijk te worden verklaard.

Daarnaast merkt Van Drie op dat de op de gewraakte webpagina vermelde informatie niet kwalificeert als reclame in de zin van artikel 1 NRC. Mede onder verwijzing naar de (Memorie van Antwoord bij de) Tabaks- en rookwarenwet betoogt Van Drie dat de uitingen geen commerciële mededeling zijn en niet het bekendheid geven aan of het aanprijzen van goederen, diensten of denkbeelden tot doel of tot gevolg hebben. Er is geen sprake van een aanprijzend karakter dan wel van uitlokking of beïnvloeding door Van Drie. De Q&A heeft slechts tot doel het publiek op grond van zuiver feitelijke informatie voor te lichten, aldus Van Drie.

 

Indien en voor zover de Commissie van oordeel is dat wel sprake is van reclame, is deze reclame niet oneerlijk of misleidend in de zin van artikel 7 en 8 NRC. Van Drie licht dit per uiting als volgt toe.

 

Ad uiting 1.

In het antwoord op de vraag “Worden de kalveren direct na de geboorte bij de koe weggehaald?” is sprake van verouderde informatie en mededelingen. Het grootste deel van de in Nederland geboren kalveren wordt inderdaad direct na de geboorte gescheiden van het moederdier.

 

Ad uiting 2.

In haar bezwaar tegen het antwoord op de vraag “Hebben kalveren bloedarmoede?” zijn de door Dier & Recht geponeerde stellingen aannames die niet op feiten berusten. Het is niet juist dat de bloedwaardes van kalveren bij de wettelijke 4,5 mmol/l zullen liggen, zoals in de klacht wordt gesteld. Van Drie zorgt ervoor dat het Hb-gehalte van kalveren een gemiddelde waarde van 6 mmol/l heeft. Via bloedonderzoek en toediening van ijzer wordt bij alle houderijen het Hb-gehalte van de kalveren van Van Drie bewaakt. Ook voert Van Drie de kalveren naast kalvermelk vezelhoudend droogvoer, waardoor de pensvertering wordt gestimuleerd en bloedarmoede wordt voorkomen. Van Drie houdt zich aan de voorschriften en criteria van de Kwaliteitsregeling Vitaal Kalf en het BLK van de Dierenbescherming. Op grond van dierenwelzijnsnorm BLKG11b worden kalveren met 13 weken individueel op het Hb-gehalte gemeten. Alle kalveren die een Hb-gehalte hebben dat lager is dan 6 mmol/l krijgen een  ijzersuppletie, waardoor wordt bewerkstelligd dat de kalveren een gezond Hb-gehalte hebben en dus niet lijden aan bloedarmoede, aldus Van Drie.

 

Ad uiting 3.

De kalveren worden in groepshuisvesting gehouden. Tot en met acht weken kunnen de kalveren echter individueel gehuisvest worden in babyboxen met opengewerkte tussenhekjes. Verwezen wordt naar artikel 2.32 van het Besluit houders van dieren. Van Drie houdt kalveren vier weken van de houderijfase in dergelijke babyboxhuisvesting, die belangrijk is voor het leveren van betere, individuele zorg aan de kwetsbare jonge dieren.

 

Conclusie

Gelet op het voorgaande verzoekt Van Drie om Dier & Recht niet-ontvankelijk te verklaren dan wel de klacht ongegrond te verklaren of af te wijzen.

 

De mondelinge behandeling

Het standpunt van Dier & Recht is, mede aan de hand van overgelegde pleitaantekeningen, nader toegelicht.

Daarbij is onder meer (met betrekking tot uiting 2) meegedeeld dat er geen harde grens bestaat waaronder sprake is van bloedarmoede bij kalveren. Volgens Dier & Recht moet worden gesproken van bloedarmoede als het Hb-gehalte lager is dan 6 mmol/l. Dier & Recht beroept zich hierbij op de (gegeelde gedeelten van de) als productie 6 overgelegde ‘EFSA Opinion’, met name de passage waar staat: “In order to avoid anaemia levels that are associated with poor welfare because normal activity is difficult or not possible and other functions are impaired, it is advisable that diets should be provided that result in blood haemoglobin concentrations of at least 6.0 mmol l throughout the life of the calf.” Hieruit blijkt, aldus Dier & Recht, dat het Hb-gehalte van het individuele kalf gedurende zijn gehele leven minimaal 6 mmol/l moet bedragen. Van Drie stelt dat haar beleid is gericht op een gemiddelde van 6 mmol/l voor al haar kalveren, wat dus betekent dat er ook kalveren zijn die onder de ondergrens voor bloedarmoede zitten. Verder meet Van Drie de kalveren individueel als ze 13 weken oud zijn en geeft indien nodig een ijzersuppletie zodat daarna van bloedarmoede geen sprake meer is. Vóór de ijzersuppletie hadden deze kalveren dus wel bloedarmoede. Op grond van het voorgaande handhaaft Dier & Recht haar bezwaar tegen het antwoord (in uiting 2) dat kalveren tegenwoordig geen bloedarmoede meer hebben.

 

Het oordeel van de Commissie

 

1.

De klacht is gericht tegen drie vragen en antwoorden op de website van Van Drie, waarin volgens Dier & Recht – kort samengevat – het leven van de voor en door Van Drie gehouden kalveren te rooskleurig wordt voorgesteld. In de eerste plaats dient beoordeeld te worden of Dier & Recht in haar klacht kan worden ontvangen en of de bestreden uitingen reclame in de zin van artikel 1 NRC zijn, nu dit door Van Drie wordt betwist.

 

2.

Van Drie heeft aangevoerd dat, nu zij de webpagina met daarop de bestreden uitingen inmiddels van haar website heeft verwijderd, Dier & Recht geen belang meer heeft bij haar klacht en daarom niet-ontvankelijk is in haar klacht. Dit verweer treft geen doel. De Commissie heeft tot taak te beoordelen of reclame wordt gemaakt in overeenstemming met de bepalingen van de NRC, en een ieder die meent dat een reclame in strijd is met de NRC kan daarover bij de Commissie een klacht indienen. Daarbij is niet van belang of de betreffende uiting ten tijde van de behandeling van de daartegen ingediende klacht nog steeds openbaar wordt gemaakt. Dier & Recht heeft desgevraagd meegedeeld de klacht te handhaven en een uitspraak van de Commissie op prijs te stellen.

 

3.

Verder is de Commissie van oordeel dat de bestreden uitingen moeten worden aangemerkt als reclame in de zin van de NRC. Krachtens artikel 1 NRC wordt onder reclame verstaan: iedere openbare en/of systematische directe dan wel indirecte aanprijzing van goederen, diensten en/of denkbeelden door een adverteerder of geheel of deels ten behoeve van deze, al dan niet met behulp van derden. De Commissie volgt Van Drie niet in haar standpunt dat de bestreden uitingen op de website niet aanprijzend zijn en slechts tot doel hebben het publiek op grond van zuiver feitelijke informatie voor te lichten. De uitingen op de website hebben naar het oordeel van de Commissie onmiskenbaar (mede) als doel om bij consumenten bij te dragen aan een positief beeld van de wijze waarop kalveren door en voor Van Drie worden gehouden en kalfsvlees wordt geproduceerd. Aldus is sprake van een openbare aanprijzing door Van Drie van het door haar geproduceerde kalfsvlees en moeten de bestreden uitingen aangemerkt worden als reclame in de zin van artikel 1 NRC, waarover de Commissie bevoegd is te oordelen.

 

4.

Gelet op hetgeen Dier & Recht met betrekking tot de ‘bloedarmoedegrens’ bij blanke vleeskalveren naar voren heeft gebracht tijdens de zitting waarop Van Drie niet aanwezig was, acht de Commissie het noodzakelijk, alvorens een inhoudelijk oordeel over de klacht te geven, het standpunt van Van Drie hierin te vernemen. Dier & Recht stelt, onder verwijzing naar de overgelegde ‘EFSA Opinion’, dat het Hb-gehalte van het individuele kalf gedurende zijn gehele leven minimaal 6 mmol/l dient te zijn om met recht te kunnen zeggen dat kalveren nu geen bloedarmoede meer hebben (uiting 2). De Commissie verzoekt Van Drie om mee te delen bij welk Hb-gehalte in het bloed van een kalf naar haar oordeel sprake is van bloedarmoede en of dat Hb-gehalte voor het gehele leven van het kalf geldt. Van Drie dient dit oordeel met stukken te staven. De Commissie stelt Van Drie in de gelegenheid om binnen 14 dagen na dagtekening van deze beslissing de nadere informatie te verstrekken.

 

5.

Op grond van het vorenstaande wordt als volgt beslist.

 

De beslissing

 

De Commissie stelt Van Drie in de gelegenheid binnen 14 dagen na dagtekening van deze beslissing schriftelijk haar standpunt mee te delen als vermeld onder punt 4 van het oordeel.

Voor het overige houdt de Commissie haar beslissing aan.

Stichting Reclame Code © 2009  |   Privacy Policy  |   Disclaimer
Home  |   Zoeken  |   English  |   RSS  |   Sitemap