Stichting Reclame Code
Voor adverteerders
A A A

De bestreden reclame-uiting

Het betreft een televisiecommercial waarin René Froger een vestiging van Eyelove binnenloopt en zegt dat hij komt voor een multifocale bril. Hierna is onder meer te zien hoe zijn ogen met behulp van een apparaat worden gemeten en hij een bril krijgt waarmee hij volgens de medewerkster van Eyelove veraf scherp kan zien. René Froger reageert daarop door te zeggen: “Maar ook van dichtbij”.

 

De beslissing van de voorzitter

De voorzitter heeft de klacht tegen de tv-commercial gedeeltelijk gegrond verklaard. Hij heeft daartoe overwogen - kort samengevat - dat in de commercial de indruk wordt gewekt dat de oogmeting die in de commercial te zien is, betrekking heeft op zowel de veraf-sterkte als de sterkte van het leesgedeelte. Nu dit niet zo blijkt te zijn en een nadere toelichting met betrekking tot de meting ontbreekt, is sprake van een omissie als bedoeld in artikel 8.3 aanhef en onder c van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Voorts is de voorzitter van oordeel dat de gemiddelde consument hierdoor ertoe gebracht zou kunnen worden een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet zou hebben genomen. Het maakt immers bij een product als een bril wezenlijk verschil of de sterkte wordt bepaald door meting of door schatting. Om die reden is de uiting misleidend en oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

 

Het bezwaar tegen de voorzitterstoewijzing  

Adverteerders bezwaar wordt als volgt samengevat.

Er is wel sprake van een meting van het leesgedeelte. De methode die Eyelove daarbij hanteert, is een gebruikelijke in deze branche. Er wordt wel degelijk gezegd (in tegenstelling tot wat de voorzitter beweert), wat de bepalingsmethode is: een leesadditie optellen bij een veraf-sterkte. Het leesgedeelte is de som van de gemeten veraf-sterkte en de leesadditie. Het leesgedeelte wordt dus niet enkel met een tabel bepaald, maar mede door de meting zoals deze in de commercial te zien is. Daarbij wordt in de tabel met het woord ‘globaal’ niet zozeer een globale inschatting bedoeld, maar het gegeven dat bijvoorbeeld fluctuaties in de veraf-sterkte ook een rol kunnen spelen.

De methode die adverteerder gebruikt wijkt niet af van de indruk die in de commercial wordt gewekt. Iedere meting begint met een veraf-meting zoals in de commercial te zien is. Dat niet het gehele proces inclusief de optelling van de leesadditie wordt weergegeven, wil volgens adverteerder niet zeggen dat een onjuiste indruk wordt gewekt.

 

De reactie van klager op het bezwaar

Het apparaat waarmee Eyelove de ogen meet (de autorefractor) geeft een indicatie van de sterkte, maar niet van een afwijking. Volgens klager heeft iedereen een bepaalde afwijking. De autorefractor bepaalt deze afwijking niet, maar gegevens over een dergelijke afwijking zijn wel nodig om een goede bril te krijgen. Er wordt gesuggereerd dat je voor € 99,- een goede varifocale bril koopt, terwijl dat volgens klager niet zo is.

 

Het oordeel van de Commissie 

Naar aanleiding van de klacht heeft de voorzitter geoordeeld dat de tv-commercial misleidend is, omdat daarin niet duidelijk wordt gemaakt dat het leesgedeelte van de bril op een andere wijze dan door meting met een apparaat wordt bepaald. De Commissie deelt dit oordeel. Adverteerder heeft haar stelling dat de wijze waarop de leesadditie wordt bepaald - aan de hand van een leeftijdstabel - gebruikelijk is in de branche, niet onderbouwd. Deze wijze van bepalen van de leessterkte zal door de gemiddelde consument op basis van de commercial ook niet worden verwacht. Nu in de commercial een multifocale bril wordt aangeprezen en te zien is dat de ogen worden gemeten met een apparaat, zal de gemiddelde consument verwachten dat zowel de veraf-sterkte als de leesadditie beide (precies) gemeten worden met een meetapparaat. Nu dit niet het geval is, en enige toelichting over de wijze waarop de sterkte van het leesgedeelte wordt berekend, ontbreekt, is sprake van een omissie als bedoeld in artikel 8.3 aanhef en onder c van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Omdat de gemiddelde consument er bovendien toe kan worden gebracht een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet had genomen, is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

Gelet op het bovenstaande wordt als volgt beslist.

 

De beslissing

De Commissie bevestigt de beslissing van de voorzitter en acht de reclame-uiting in strijd met artikel 7 NRC. Zij beveelt adverteerder aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.

 

 

De voorzittersbeslissing van 27 maart 2018

 

De bestreden reclame-uiting

Het betreft een televisiecommercial waarin René Froger een vestiging van Eyelove binnenloopt en zegt dat hij komt voor een multifocale bril. Hierna is onder meer te zien hoe zijn ogen via een apparaat worden gemeten en hij een bril krijgt waarmee hij volgens de medewerkster van Eyelove veraf scherp kan zien. René Froger reageert daarop door te zeggen: “Maar ook van dichtbij”.

 

De klacht

Deze wordt als volgt samengevat. Klager is naar een winkel geweest voor een varifocale bril. Het oog meten bleek een farce. Dit wordt niet gedaan door een opticien maar door een medewerker. Het leesgedeelte wordt niet gemeten maar geschat op basis van leeftijd. De televisiecommercial wekt wel de suggestie van een oogmeting. Klager acht dit bedrog en stelt dat het slecht voor de ogen is indien het leesgedeelte aan leeftijd wordt gekoppeld.

 

Het verweer

Dit wordt als volgt samengevat. Het leesgedeelte heeft te maken met een leeftijdsgebonden afname van het accommodatievermogen van het oog. Dit wordt uitgedrukt in een leesadditie die opgeteld wordt bij de veraf-sterkte. Het leesgedeelte is dus een functie van de veraf-sterkte, namelijk de veraf-sterkte plus de leesadditie. Adverteerder verwijst hierbij naar een door haar overgelegde folder van oogartsen.nl waarin dit verband in een tabel wordt toegelicht. Het leesgedeelte wordt bij deze methode indirect gemeten. Het is adverteerder niet duidelijk geworden waarom de reclame-uiting een verkeerde suggestie zou wekken. Klager is niet bij adverteerder bekend en zijn klacht is dus niet op persoonlijke ervaringen gebaseerd.

 

Het oordeel van de voorzitter

1)  In de televisiecommercial is onder meer te zien hoe de ogen van René Froger met behulp van een apparaat worden gemeten waarbij een vrouw in bedrijfskleding van adverteerder het apparaat bedient. Door deze beelden wordt, anders dan klager veronderstelt, niet gesuggereerd dat de vrouw een specifieke opleiding tot opticien heeft gehad. De gemiddelde consument zal op grond van de televisiecommercial verwachten dat de meting door een daartoe opgeleide winkelmedewerker wordt gedaan, hetgeen blijkens de klacht ook het geval is. Het feit dat in de winkels waarin adverteerder is gevestigd de meting door een medewerker van de winkel wordt gedaan, is om die reden onvoldoende om de uiting misleidend te achten. Dit onderdeel van de klacht wordt daarom afgewezen.

2)  Het tweede onderdeel van de klacht houdt in dat het leesgedeelte niet wordt niet gemeten maar geschat op basis van leeftijd, terwijl in de televisiecommercial wel de suggestie van een oogmeting wordt gedaan. Adverteerder stelt in dit verband dat het leesgedeelte verband houdt met een leeftijdsgebonden afname van het accommodatievermogen, dat wordt uitgedrukt in een leesadditie die opgeteld wordt bij de veraf-sterkte. Daarmee is echter niet gezegd hoe adverteerder de sterkte van het leesgedeelte bepaalt, anders dan dat volgens haar sprake zou zijn van een 'indirecte meting'. Uit het feit dat blijkbaar geen directe meting van het leesgedeelte plaatsvindt, leidt de voorzitter af dat adverteerder de sterkte van het leesgedeelte aan de hand van andere factoren bepaalt. Nu adverteerder in dit verband verwijst naar een tabel die staat in een door haar overgelegde folder van oogartsen.nl, gaat de voorzitter ervan uit dat adverteerder aan de hand van deze of een vergelijkbare tabel de sterkte van het leesgedeelte bepaalt. De voorzitter oordeelt dat adverteerder daarmee een methode hanteert die afwijkt van de indruk die de televisiecommercial wekt. De gemiddelde consument zal immers op grond van deze reclame-uiting verwachten dat een volledige oogmeting wordt gedaan, zowel van de veraf-sterkte als van het leesgedeelte. In de televisiecommercial is immers te zien dat een oogmeting wordt uitgevoerd. René Froger zegt daarna dat hij ook van dichtbij scherp kan zien. Zonder verdere toelichting, die ontbreekt, mag de gemiddelde consument in een dergelijke situatie ervan uitgaan dat de oogmeting betrekking heeft op zowel de veraf-sterkte als de sterkte van het leesgedeelte. Daarbij merkt de voorzitter op dat de hiervoor bedoelde tabel blijkens de toelichtende tekst slechts een globale inschatting geeft van de leesadditie ("welke sterkte van de leesbril globaal nodig is"), waarbij bovendien voor slechts enkele leeftijden een specifieke leesadditie is genoemd.

3)  Op grond van het voorgaande treft het tweede klachtonderdeel doel. Adverteerder wekt een verkeerde indruk omtrent de wijze waarop zij de sterkte van het leesgedeelte bepaalt. Anders dan de televisiecommercial suggereert, gebeurt dit niet door middel van een oogmeting maar door een schatting op basis van een tabel die voor een bepaalde leeftijd een globale indicatie voor de leesadditie geeft. Adverteerder had duidelijk dienen te vermelden dat zij het leesgedeelte niet opmeet maar bepaalt aan de hand van een tabel teneinde te voorkomen dat de televisiecommercial onjuiste verwachtingen wekt bij de gemiddelde consument. Nu adverteerder dit heeft nagelaten is sprake van een omissie als bedoeld in artikel 8.3 aanhef en onder c van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Voorts is de voorzitter van oordeel dat de gemiddelde consument hierdoor ertoe gebracht zou kunnen worden een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet zou hebben genomen. Het maakt immers bij een product als een bril wezenlijk verschil of de sterkte wordt bepaald door meting of door schatting. Om die reden is de uiting misleidend en oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

 

De beslissing van de voorzitter

Op grond van hetgeen onder 2) en 3) is overwogen, acht de voorzitter de televisiecommercial in strijd met het bepaalde in artikel 7 NRC. De voorzitter beveelt adverteerder aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te (doen) maken.
De voorzitter wijst het meer of anders gevorderde af.

Stichting Reclame Code © 2009  |   Privacy Policy  |   Disclaimer
Home  |   Zoeken  |   English  |   RSS  |   Sitemap