Stichting Reclame Code
Voor adverteerders
A A A

De bestreden reclame-uitingen

Het betreft twee tekstfragmenten op de website van EKOPLAZA.
I. Op de pagina https://www.EKOPLAZA.nl/pagina/gifvrij staat
onder de kop “Enige gifvrije supermarkt”:

“EKOPLAZA is de enige biologische supermarktketen van Nederland en voert een 100% gecontroleerd biologisch assortiment. Het Europees Biologisch keurmerk wordt onafhankelijk gecontroleerd door SKAL die erop toeziet dat er geen chemisch-synthetische bestrijdingsmiddelen gebruikt worden. Daarnaast biedt EKOPLAZA een ruim aanbod biologisch-dynamische producten met het Demeter keurmerk. In Nederland wordt dat onafhankelijk gecontroleerd door Control Union Certifications. EKOPLAZA koopt dus uitsluitend producten bij boeren, telers en producenten die zonder chemisch-synthetische middelen werken. Zodoende is EKOPLAZA niet verantwoordelijk voor onder andere chemisch-synthetische bestrijdingsmiddelen die in de natuur terechtkomen en vernietigend zijn voor de biodiversiteit in Nederland. Als iedereen zich aan deze norm zou houden, hadden we momenteel geen problemen met massale insectensterfte en bepaalde gezondheidsproblemen.”

II. Op de subpagina https://www.EKOPLAZA.nl/pagina/toxicoloog-henk-tennekes staat onder de kop “Gezondheidsrisico’s voor kwetsbare groepen”:

“EEA European Environment Agency geeft aan dat blootstelling aan toxische chemicaliën en bepaalde voeding schade kan berokkenen met name aan kwetsbare groepen zoals foetussen in de baarmoeder of tijdens de kindertijd, wanneer het hormoonstelsel zich volop ontwikkelt. Zelfs blootstelling aan kleine doses kan verwoestende consequenties hebben, gaande van kanker en een ernstige impact op de menselijke ontwikkeling tot chronische ziekten en leerstoornissen.

Uit onderzoek blijkt dat kinderen tot 7 jaar veel minder weerstand hebben tegen pesticiden. Tot voor kort dacht men dat het immuunsysteem vanaf de leeftijd van 2 jaar sterk genoeg was om kleine hoeveelheden pesticiden te verwerken, maar deze leeftijdsgrens is nu opgerekt tot 7 jaar. Blootstelling aan pesticiden kan bij kinderen leiden tot een ontwikkelingsachterstand en gezondheidsproblemen. Verder hebben kinderen in agrarisch gebied waar veel chemisch-synthetische landbouw wordt bedreven, een verhoogde kans op geboorteafwijkingen.”

III. Het betreft daarnaast een uiting op Youtube voor zover die de volgende citaten bevat:

“Onze biologische boeren werken gifvrij en samen met de natuur”;

“76% van de insecten is al verdwenen”;

“Intensieve landbouw en monoculturen worden in stand gehouden door het gebruik van gif.”

“Door te kiezen voor gifvrije boodschappen kies je voor biodiversiteit en red je levens”;

“Je hoeft niet te accepteren dat insecten doodgaan, dat vogels doodgaan, dat de volgende generatie zich mogelijk afvraagt: waarom hebben jullie niet ingegrepen?”

“Het is ook goed voor je eigen gezondheid en de gezondheid van je kinderen.”

 

De klacht

De klacht bestaat uit 4 onderdelen en wordt als volgt samengevat.

1. De bewering dat EKOPLAZA “de enige gifvrije supermarkt” is, is misleidend volgens klager. In biologische landbouw worden natuurlijke gewasbeschermingsmiddelen gebruikt en hiervan kunnen ook resten op de producten achterblijven. Of een middel van natuurlijke of chemisch-synthetische oorsprong is, zegt niets over de toxiciteit van het middel dan wel van het product dat in de schappen ligt. Uit een studie van de Europese Unie blijkt volgens klager dat biologische gewasbeschermingsmiddelen zelfs giftiger kunnen zijn dan chemisch-synthetische. Andersom geldt volgens klager dat ongeveer de helft van de chemisch-synthetische middelen geen resten achterlaat op de producten, waardoor van deze producten gezegd kan worden dat ze ‘gifvrij’ zijn.

2. Het is volgens klager onjuist om de consumenten voor te houden dat door te kiezen voor biologische producten in plaats van voor producten uit de reguliere landbouw insectensterfte, vogelsterfte en verlies aan biodiversiteit wordt voorkomen. Klager stelt dat het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) alle gewasbeschermingsmiddelen beoordeelt op de aanwezigheid van risico’s voor mens, dier en milieu. Als een middel veilig bevonden wordt, mag het door de boer volgens gebruiksvoorschriften gebruikt worden. EKOPLAZA roept het beeld op dat chemisch-synthetische middelen risico’s hebben voor de biodiversiteit, in tegenstelling tot biologische middelen. Dit is volgens klager een verkeerde voorstelling van zaken omdat alle middelen (dus zowel chemisch-synthetische als biologische) getest worden en pas mogen worden gebruikt als ze veilig zijn bevonden. 

3. EKOPLAZA geeft aan dat 76% van de insecten is verdwenen en dat het gebruik van gewasbescherming hier een belangrijke oorzaak van is. Het percentage van 76 klopt niet, volgens klager. De conclusie “76%” komt uit een onderzoek dat is uitgevoerd in Duitsland, waardoor het onderzoek volgens klager niet representatief is voor Nederland. Een onderzoek van Natuurmonumenten heeft als conclusie dat ‘tweederde’ van de insecten is verdwenen. Klager vindt het “opvallend” dat EKOPLAZA het getal “76” blijft noemen, terwijl er een andere studie bestaat met een lager percentage voor Nederland. In een onderzoek van het Ministerie van Landbouw wordt volgens klager bovendien geconstateerd dat niet precies vastgesteld kan worden hoe slecht het met de insecten in Nederland gaat. 

4. EKOPLAZA appelleert volgens klager aan ongerechtvaardigde gevoelens van angst door een relatie te leggen tussen de keuze voor biologische producten enerzijds en de eigen gezondheid en die van kinderen anderzijds. Door te kiezen voor de biologische producten van EKOPLAZA zouden zelfs levens worden gered. In de uiting staat dat toxische chemicaliën en bepaalde voeding schade zouden kunnen berokkenen bij kwetsbare groepen mensen, zoals foetussen. Volgens klager is er strenge controle op gewasbeschermingsmiddelen en op producten, waardoor de consument er op kan vertrouwen dat alle producten die in de schappen liggen, veilig zijn, ongeacht of zij biologisch zijn.  

 

Het verweer

Het verweer op de vier verschillende onderdelen van de klacht  wordt als volgt samengevat.

1. De filosofie van de biologische landbouw gaat uit van “natuur inclusieve landbouw”, waarbij voorzorgsmaatregelen worden getroffen voor een juiste teelt. Voorbeelden hiervan zijn gewasrotatie en goed bodembeheer. Het gebruik van natuurlijke gewasbeschermingsmiddelen is toegestaan, maar enkel onder strenge voorwaarden. Gebruik van natuurlijke gewasbeschermingsmiddelen wordt verboden zodra dit schade kan aanbrengen aan de kwaliteit van het water en/of insecten, zoals bijen en hommels. EKOPLAZA geeft bij al haar telers aan dat zij het gebruik van natuurlijke gewasbeschermingsmiddelen afkeurt. Om die reden stimuleert EKOPLAZA de telers om te werken met de richtlijnen uit de EKO-Code die het gebruik van deze middelen afkeurt. Wanneer EKOPLAZA een product vindt met residuen van middelen, neemt zij maatregelen. EKOPLAZA heeft de laatste jaren geen enkel residu gevonden waarbij de BNN-norm (0,01 mg/kg) is overschreden. Een actief gebruik van deze stoffen kan daarom niet als bewijslast worden aangedragen tegen deze campagne, aldus EKOPLAZA.

2. EKOPLAZA is het oneens met klagers stelling dat alle gebruikte chemisch-synthetisch middelen door het Ctgb beoordeeld zijn en ‘dus’ als veilig moeten worden beschouwd. Volgens EKOPLAZA blijkt uit onderzoek van de (onafhankelijke) deskundige dr. ir. Henk Tennekes dat er bij deze middelen wel degelijk risico’s zijn voor de biodiversiteit. De chemisch-synthetische middelen imidacloprid, clothiandine en thiamethoxam zijn inmiddels verboden binnen de Europese Unie, ter bescherming van insecten. Volgens EKOPLAZA kan niet worden vertrouwd op het Ctgb zolang de toelatingsprocedures van middelen niet grondig worden herzien.

Klager beweert in dit deel van de klacht dat EKOPLAZA in haar uitingen aangeeft dat biologische gewasbeschermingsmiddelen geen risico’s hebben voor de biodiversiteit. Dit wordt niet beweerd door EKOPLAZA, daarom is deze bewering ook niet in de uitingen terug te vinden. In de uitingen geeft adverteerder aan dat biologische landbouw rekening houdt met de natuur. EKOPLAZA kiest daarnaast voor verschillende initiatieven om de biodiversiteit bij de biologische teler te vergroten. Ter illustratie: EKOPLAZA was een van de voorlopers in het zogeheten ‘aardappelconvenant’, waardoor het gebruik van koper als gewasbeschermingsmiddel inmiddels niet meer nodig is bij biologische aardappelen.

3. Volgens klager kan betwijfeld worden of uit onderzoek blijkt dat 76% van alle insecten is verdwenen. Dat onderzoeken altijd in twijfel kunnen worden gebracht is een algemeen gegeven en geldt voor een groot gedeelte van de onderzoeken waarbij interpretatie van toepassing is, aldus adverteerder. De achterliggende boodschap, namelijk een zeer grote achteruitgang van de biodiversiteit, kan volgens EKOPLAZA op geen enkele wijze tegengesproken worden.  

Daarnaast wordt door klager beweerd dat er geen direct verband gelegd kan worden tussen de afname van biodiversiteit en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Verschillende onderzoeken tonen aan dat dit verband er wel is. Uit de ‘Druckrey-Küpfmüller vergelijking’ volgt bijvoorbeeld dat er geen veilige dosis neonicotinoïden kan worden gedefinieerd, waardoor de milieuverontreiniging met neonicotinoïden als een dodelijke bedreiging voor insecten moet worden gezien, die tevens ook de massale insectensterfte verklaart. Indirect is hiermee ook de achteruitgang van onder meer vogels, vleermuizen, salamanders en kikkers te verklaren. De kern van de boodschap van EKOPLAZA is om de consument ervan bewust te maken dat biologische landbouw hier geen debet aan heeft, maar juist op een positieve manier bijdraagt aan biodiversiteit.

4. In de uiting wordt het probleem rondom biodiversiteit benoemd, en wordt de consument duidelijk gemaakt dat hij of zij een keuze heeft. Het aankaarten van het probleem is geen positieve boodschap, maar van inboezemen van angst is volgens adverteerder geen sprake: er worden enkel feiten benoemd en er wordt niet ingespeeld op de gevoelens van de consument. EKOPLAZA verwijst ter onderbouwing naar een studie uit 2000 van de Consumentenbond en de Stichting Natuur en Milieu waarin staat dat blootstelling aan neurotoxische bestrijdingsmiddelen in voedsel bij jonge kinderen kan resulteren in hersenschade. Daarnaast tonen nieuwe studies volgens EKOPLAZA aan dat jonge kinderen extra gevoelig zijn voor neonicotinoïden, organofosfaten en carbamaten. EKOPLAZA verwijst in dat verband naar een Amerikaans onderzoek uit 2011 waaruit volgens haar blijkt dat prenatale blootstelling aan organofosfaten in verband is gebracht met verminderde intelligentie bij 7-jarige schoolkinderen.

 

Het oordeel van de Commissie

1.

Klager maakt bezwaar tegen de bewering “Enige gifvrije supermarkt”. De gemiddelde consument zal deze tekst in de context van de uiting zo begrijpen, dat bij het telen en verwerken van de producten geen enkele vorm van gif (van chemische, noch van natuurlijke aard) wordt gebruikt. Adverteerder maakt in haar verweer duidelijk dat zij zich inspant voor zo weinig mogelijk gif. De vraag is echter of adverteerder de absolute claim “Enige gifvrije supermarkt” waar maakt. Uit het verweer blijkt dat de absolute kwalificatie “gifvrij” niet gegarandeerd kan worden, omdat de producten van Ekoplaza residuen van biologische gewasbeschermingsmiddelen kunnen bevatten, zij het in (zeer) kleine hoeveelheiden. Zij stelt immers: “in de praktijk kunnen wij aangeven dat wij in de laatste jaren geen enkele residu hebben gevonden waarbij de BNN-norm (0,01 mg/kg) werd overschreden.” Om die reden is de Commissie van oordeel dat de mededeling “enige gifvrije supermarkt” te absoluut gesteld is, waardoor deze claim, die als milieuclaim moet worden aangemerkt, in strijd is met artikel 2 van de Milieu Reclame Code (MRC). Hierin is bepaald dat de consument niet misleid mag worden over milieuaspecten van de aangeprezen producten, of over de bijdrage van adverteerder aan het handhaven en bevorderen van een schoon en veilig leefmilieu in het algemeen. 

2.

Volgens klager is het misleidend om de consument voor te houden dat met de keuze voor biologische producten in plaats van producten afkomstig uit de reguliere landbouw vogelsterfte en een verlies aan biodiversiteit wordt voorkomen. Volgens klager roept EKOPLAZA daarnaast het beeld op dat biologische gewasbeschermingsmiddelen geen risico’s hebben voor de biodiversiteit. EKOPLAZA brengt hier tegenin dat zij dit niet beweert en dat dit daarom ook niet in de uitingen te vinden is. De Commissie heeft niet kunnen vaststellen waar in de uitingen EKOPLAZA haar producten op een dergelijk stellige wijze afzet tegen producten afkomstig uit de reguliere landbouw. Dit geldt eveneens voor de bewering dat biologische gewasbeschermingsmiddelen geen risico’s hebben voor de biodiversiteit. Dit deel van de klacht wordt om die reden afgewezen.

3.

In de uiting staat dat “76% van de insecten al is verdwenen” en dat het gebruik van gewasbescherming hier een belangrijke oorzaak van is. Klager heeft dit percentage van 76 gemotiveerd betwist, aan de hand van onderzoeken van Natuurmonumenten en het Ministerie van Landbouw. Het had vervolgens op de weg van EKOPLAZA gelegen om aannemelijk te maken dat het specifieke percentage van 76 wel adequaat was. Nu EKOPLAZA dit heeft nagelaten, is de uiting in strijd met artikel 3 MRC, waarin staat dat milieuclaims aantoonbaar juist dienen te zijn.

4.  

Volgens klager appelleert EKOPLAZA aan ongerechtvaardigde gevoelens van angst door:

- een relatie te leggen tussen enerzijds de keuze voor biologische producten en anderzijds “je eigen gezondheid en de gezondheid van je kinderen” (uiting III);

-  te stellen dat met de keuze voor producten van EKOPLAZA levens zouden worden gered (uiting III);

- te stellen dat blootstelling aan toxische chemicaliën en bepaalde voeding schade kan berokkenen bij kwetsbare groepen als foetussen (uiting II).

Volgens klager mag de consument er vanuit gaan dat alle producten in de supermarkt, of zij nu afkomstig zijn uit de biologische of reguliere landbouw, veilig zijn.

De Commissie wijst er in de eerste plaats op dat in de reclame-uiting zoals weergegeven onder II melding wordt gemaakt van mogelijke schadelijke gevolgen van toxische chemicaliën. Naar het oordeel van de Commissie wijst EKOPLAZA in haar uitingen slechts op feitelijke wijze op de mogelijke nadelen van het gebruik van bestrijdingsmiddelen in het algemeen, en niet zozeer op de (on)veiligheid van producten die afkomstig zijn uit de reguliere landbouw. Daarbij geldt dat de beweringen met betrekking tot de mogelijke nadelen van het gebruik van bestrijdingsmiddelen niet uit de lucht zijn gegrepen. Voor wat betreft de bewering in uiting II geldt dat deze is onderbouwd met onderzoek van een deskundige (Tennekes). EKOPLAZA heeft deze en de overige beweringen in haar verweer nader toegelicht met de verwijzingen naar diverse onderzoeken waarin een specifieke relatie is gelegd tussen de blootstelling aan (bepaalde) chemisch-synthetische gewasbeschermingsmiddelen en het effect hiervan op kinderen. Gelet op het voorgaande acht de Commissie geen sprake van ongerechtvaardigd angst inboezemen als bedoeld in artikel 6 NRC, en wijst zij dit deel van de klacht af. 

Gelet op het bovenstaande wordt als volgt beslist.

 

De beslissing

Gelet op het overwogene onder 1. en 3. acht de Commissie de reclame-uiting in strijd met de artikelen 2 en 3 MRC. Zij beveelt adverteerder aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken. Voor het overige wijst zij de klacht af.

 

Stichting Reclame Code © 2009  |   Privacy Policy  |   Disclaimer
Home  |   Zoeken  |   English  |   RSS  |   Sitemap