Stichting Reclame Code
Voor adverteerders
A A A

 

De bestreden reclame-uiting

 

Het betreft een geadresseerde reclame-uiting met de aanhef:

“Bij de Steden-prijs-verloting gaat de hoofdprijs naar Eindhoven”.

 

De klacht

 

Klager heeft de volgende bezwaren:

 

a.

Gebleken is dat de in de uiting genoemde bijeenkomst zich niet beperkte tot het toekennen/uitreiken van prijzen en/of de in het vooruitzicht gestelde warme maaltijd, maar met name in het teken stond van het verkopen van goederen in het kader van een verkoopdemonstratie. Nu dit niet uit de uiting blijkt, is er sprake van een omissie als bedoeld in artikel 8.3 aanhef en onder c van de Nederlandse Reclame Code (NRC).

 

b.

Anders dan in de uiting wordt beloofd, ontvangt niet iedereen die een vriend of bekende meeneemt een mooi stoomstrijkijzer, slagboormachine of € 20,- contant. Evenmin werd een “grote cadeaumand” o.a. bestaande uit de in de reclame opgesomde onderdelen verstrekt.

Gelet hierop acht klager de uiting in strijd met artikel 8.5, bijlage 1 onder 18 NRC.   

 

c.

In strijd met artikel 2 van de Code Brievenbusreclame, Huissampling en Direct response advertising (CBR), identificeert adverteerder zich niet zodanig, dat hij gemakkelijk kenbaar is voor de geadresseerde.

Ten eerste is niet duidelijk op welk van de twee in de uiting vermelde postadressen  adverteerder kan worden benaderd. Ten tweede is tweemaal slechts een postbusnummer vermeld. Ten slotte behoort de postcode 7801 CA bij Emmen, en niet zoals in de uiting is vermeld bij “(O)-dorp, waarmee wellicht het nabij gelegen Oranjedorp wordt bedoeld.

 

d.

Bij het nummer 0900-0401366 is het tarief niet vermeld. Dit is in strijd met artikel 8.1 van de Reclamecode voor telefonische informatiediensten (RTI).

 

Het verweer

 

Met betrekking tot de verschillende bezwaren heeft adverteerder het volgende verweer gevoerd.

 

Ad a.

Alle gewonnen prijzen zijn in elke stad uitgereikt.

Ad b.

In de uiting staat duidelijk dat iedere klant (en niet iedere bekende) die men meeneemt een stoomstrijkijzer, slagboormachine of € 20,- contant ontvangt. Dit gebeurt dagelijks.

De inhoud van de mand verschilt per week; er wordt duidelijk gesproken over “o.a”. 

Ad c.

Het adres van adverteerder staat duidelijk bovenaan de uiting. Het postbusnummer in Emmen wordt alleen voor het afhandelen van post gebruikt.

Ad d.

De kosten van het 0900-nummer zullen voortaan in de uiting worden vermeld.  

 

De mondelinge behandeling

 

Het standpunt van klager is nader toegelicht.

Wat betreft klagers beroep op artikel 8.5, bijlage 1 onder 18 NRC in het kader van bezwaar b wordt -naar aanleiding van een desbetreffende vraag- meegedeeld dat dit beroep wordt ingetrokken, omdat in bijlage 1 onder 18 sprake is van “prijzen”, terwijl het in bezwaar b niet om “prijzen” gaat.   

 

Het oordeel van de Commissie

 

Met betrekking tot de verschillende bezwaren overweegt de Commissie het volgende.

 

Ad a.

Adverteerder heeft niet weersproken dat de bijeenkomst waarvoor de gewraakte uiting een uitnodiging inhoudt, niet alleen betrekking heeft op het uitreiken van prijzen en het verstrekken van een maaltijd, maar met name op het verkopen van goederen in het kader van een verkoopdemonstratie. Nu dit niet uit de reclame valt op te maken, is er sprake van een omissie als bedoeld in artikel 8.3 aanhef en onder c (NRC). Nu de uiting de gemiddelde consument er bovendien toe kan brengen een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet had genomen, is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

 

Ad b.

Door de tekst “Breng ook zonder uitnodiging vrienden en bekenden mee. Want voor iedere klant die u meebrengt, ontvangt u nog een mooi stroomstrijkijzer, slagboormachine of € 20,- contant” wordt de indruk gewekt dat men voor iedere vriend en/of bekende die men meeneemt, één van genoemde cadeaus ontvangt. Niet voldoende duidelijk is dat adverteerder -naar de Commissie uit het verweer opmaakt- met “klant” iets anders bedoelt dan een vriend of bekende.    

Gelet hierop acht de Commissie de reclame voor de gemiddelde consument onduidelijk ten aanzien van de reikwijdte van de verplichtingen van de adverteerder als bedoeld in artikel 8.2 aanhef en onder c. Nu de uiting de gemiddelde consument er bovendien toe kan brengen een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet had genomen, is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk als bedoeld in artikel 7 NRC.

 

Door de opsomming van artikelen waaruit de mand “o.a.” bestaat, wordt gesuggereerd dat de mand de genoemde artikelen in elk geval bevat. Adverteerder heeft niet weersproken dat dit niet, althans niet altijd, het geval is. Gelet hierop gaat de reclame gepaard met onjuiste informatie als bedoeld in artikel 8.2 aanhef NRC. Nu de uiting de gemiddelde consument er bovendien toe kan brengen een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet had genomen, is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk als bedoeld in artikel 7 NRC. 

 

Ad c.

Adverteerder heeft zich als opdrachtgever in de zin van de CBR in de gewraakte uiting niet zodanig geďdentificeerd, dat hij gemakkelijk kenbaar en bereikbaar is als bedoeld in artikel 2 CBR. In de uiting staat de naam van adverteerder, maar ontbreekt diens adres als bedoeld in artikel 2 CBR; blijkens deze bepaling kan niet worden volstaan met de vermelding van een postbusnummer. 

 

Ad d.

Naar adverteerder heeft erkend, ontbreekt in de uiting het voor de informatiedienst via het nummer 0900 0401366 geldende tarief. Gelet hierop is de uiting in strijd met artikel 8.1 RTI.

 

De beslissing

 

Op grond van het voorgaande acht de Commissie de reclame-uiting in strijd met de artikelen 7 NRC, 2 CBR en 8.1 RTI. Zij beveelt adverteerder aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.

 

Stichting Reclame Code © 2009  |   Privacy Policy  |   Disclaimer
Home  |   Zoeken  |   English  |   RSS  |   Sitemap