Stichting Reclame Code
Voor adverteerders
A A A

De bestreden uiting

 

Het betreft diverse onderdelen van het blad Swinglevend, nummer 3, 2011.

 

De klacht

 

Klager acht het blad, in de klacht aangeduid als “folder “Swing levend” van de firma Pharma Nord”, op de volgende punten misleidend.

 

A.

Volgens de pagina’s 2, 3, 4 en 5 van de folder is het daarin aangeprezen middel Q10 goed voor het volgende:

1.

Vertraging van de ziekte van Parkinson (pag. 5);

2.

Vermindering migraineaanvallen (pag. 5);

3.

Gezonder tandvlees (pag. 2);

4.

Goed voor het hart (pag. 5);

5.

Verlaging bloeddruk, zonder aanwijsbare bijwerkingen (pag. 5);

6.

Meer energie (pag. 5);

7.

Verlaging van de risico’s van type 2 diabetes (pag. 5);

8.

Beperking van het risico op aderverkalking (pag. 5);

9.

Celbescherming (pag. 5);

10.

Bestrijding van chronische vermoeidheid (pag. 4);

11.

Lager cholesterol zonder bijwerking (pag. 3);

12.

Het volkomen verdwijnen van spierpijnen (pag. 3)

13.

Brandstof voor cellen (pag. 5).

 

Het middel Q10 wordt een co-enzym genoemd. Klager vraagt zich af of dit enzym ook bekend is in de medische wetenschap.

Q10 wordt aangeprezen als een geneesmiddel tegen spierpijnen, paradontitis en hoge bloeddruk. Volgens klager is reclame voor geneesmiddelen in Nederland niet toegelaten. 

 

B.

Ook de uiting met de aanhef “Ik heb weer de BLOEDDRUK van een jonge vent” op pagina 6 is misleidend. Volgens deze uiting is de heer Ravestein verlost van zijn hoge bloeddruk door een “nieuw supplement, dat speciaal ontwikkeld werd om hoge bloeddruk op een natuurlijke manier tegen te gaan”.

De naam van het supplement wordt niet genoemd, noch is vermeld dat het supplement te koop is bij Pharma Nord en wat de prijs daarvan is.

 

C.

In de uiting met de aanhef ‘Ik ben sterker geworden’ op pagina 9 van de folder zegt Linda Wagenmakers:

“Ik geloof wel in de werking van voedingssupplementen. Carnitine slik ik geregeld. Het is een middel dat je verbranding op peil houdt, daar voel ik me fit bij”.

Klager acht de uiting misleidend, nu het middel Carnitine in de hele folder niet te vinden is. Men kan ook niet weten wat het middel kost.

 

Ad D.

Op pagina 6 wordt het middel Bio-Seleen + Zink aangeprezen. Gesteld wordt dat dit middel goed is voor het volgende:

1.

Draagt bij aan het behoud van normaal gezond haar.

2.

Ondersteunt mentale processen in de hersenen.

3.

Draagt bij aan gezonde nagels.

4.

Helpt bij het behoud van een normale oogfunctie.

5.

Helpt bij het behoud van een gezonde huid.

6.

Draagt bij aan een normale collageen omzetting.

7.

Ondersteunt een goede schildklierfunctie.

8.

Verhoogt de opname van ijzer uit groente.

9.

Draagt bij aan een normaal zuur/base evenwicht.

 

E.

Op pagina 5 staat een advertentie met de kop:

“Hulp om daddy te worden”.

Daarin staan de misleidende beweringen:

“bescherm het DNA in de zaadcellen” en

“verhoog het energieniveau van de zaadcellen”. 

 

Informatie Keuringsraad KOAG/KAG

 

De Keuringsraad heeft onder meer het volgende meegedeeld.

Het blad valt onder de competentie van de Keuringsraad en is niet ter preventieve toetsing aan deze voorgelegd. Indien dat wel was gebeurd, dan zou het blad niet van een toelatingsnummer zijn voorzien, onder meer omdat de in de klacht aangehaalde uitingen met betrekking tot Q10, de uiting ten aanzien van een “nieuw supplement” en de twee bestreden advertenties in strijd zijn met artikel 84 Geneesmiddelenwet.

 

Het verweer van verweerder sub 1, Pharma Nord

 

Pharma Nord heeft onder meer het volgende meegedeeld.

 

De klacht heeft betrekking op redactionele inhoud van Swinglevend, die voor rekening komt van de uitgever van dit blad, Partner Medien Services GmbH, en op twee advertenties van Pharma Nord, betreffende de producten Bio-Seleen+Zink en B-Daddy. Pharma Nord zal reageren op klagers bezwaren tegen de advertenties.

Deze bezwaren zijn ongegrond, omdat de gebruikte claims voldoen aan de nieuwe standaard: opinies van de EFSA op basis van wetenschappelijk bewijs.  

 

Met betrekking tot de verschillende advertenties (hierna uiting D en uiting E) stelt  Pharma Nord het volgende.

 

Ad D (Bio-Seleen+Zink).

In deze advertentie wil Pharma Nord laten zien welke claims door de EFSA (European Food Safety Authority) zijn toegelaten voor dit product en dus niet misleidend zijn. Pharma Nord legt samenvattingen over van 11 Scientific Opinions van de EFSA betreffende Selenium, Zink, Vitamine B6, Vitamine C, Vitamine E en Selenium enriched yeast en haalt in verband met de claims uit de advertentie conclusies, neergelegd in die samenvattingen aan. Daarbij heeft Pharma Nord deze conclusies ook in het Nederlands vertaald.

 

Ad E.

B-DADDY  

De claims in deze advertentie zijn gebaseerd op de EFSA opinie 1220, gepubliceerd in het EFSA Journal 2009 7(9) en zijn dus niet misleidend. Pharma Nord legt een samenvatting over van de desbetreffende Scientific Opinion en haalt in verband met de claims uit de advertentie conclusies aan, neergelegd in die samenvatting. Daarbij heeft Pharma Nord deze conclusies ook in het Nederlands vertaald.

 

Het verweer van verweerder sub 2, Partner Medien

 

De klacht is gemotiveerd weersproken.

Op het verweer zal worden teruggekomen in het oordeel.

 

De mondelinge behandeling

 

De standpunten van verweerders zijn nader toegelicht.

 

Het oordeel van de Commissie

 

De onderhavige uitgave van Swinglevend, nr. 3, 2011, bevat enerzijds uitingen die in redactionele vorm zijn opgezet en waarin enkel positief wordt gesproken over voedingssupplementen, grotendeels over supplementen met het co-enzym Q10, en  anderzijds uitingen waarin staat: “Advertentie” en waarin -uitsluitend- diverse voedingssupplementen van Pharma Nord worden aangeprezen. Het blad bevat geen advertenties van andere adverteerders. 

Gelet op deze samenstelling van het blad acht de Commissie het aannemelijk dat de gemiddelde consument een verband zal leggen tussen enerzijds eerstgenoemde uitingen over voedingssupplementen en anderzijds Pharma Nord, met betrekking tot welk bedrijf op pagina 6, in de advertentie voor Bio-Seleen + Zink overigens wordt gesteld:

“Pharma Nord is wereldwijd een van de leidende producenten van preventieve geneesmiddelen en voedingssupplementen, die in 50 landen verkocht worden”. Hieraan doet niet af dat de in het blad opgenomen advertenties van Pharma Nord, op de advertentie voor StatiQinon op pagina 11 na, geen betrekking hebben op voedingssupplementen met een bepaalde werkzame stof, zoals bijvoorbeeld Q10, die worden besproken in de uitingen die in redactionele vorm zijn opgezet.

 

Gelet op het bovenstaande houdt de onderhavige uitgave van Swinglevend naar het oordeel van de Commissie een openbare aanprijzing in van voedingssupplementen van de adverteerder Pharma Nord, zowel uitdrukkelijk door Pharma Nord zelf (de advertenties) als ten behoeve van Pharma Nord, met behulp van een derde, te weten de uitgever van Swinglevend, Partner Medien Services GmbH, een en ander als bedoeld in artikel 1 van de Nederlandse Reclame Code (NRC). De Commissie acht het niet aannemelijk dat de uitingen die in redactionele vorm zijn opgezet, en daardoor neutraal ogen, maar waarvan de inhoud wervend is voor voedingssupplementen, onafhankelijk van Pharma Nord tot stand zijn gekomen. 

 

Het verweer dat anderen dan Pharma Nord ook voedingssupplementen verkopen met Q10, leidt niet tot een ander oordeel. Het komt de Commissie voor dat consumenten door de onderhavige uitgave worden bewogen om bij aankoop van voedingssupplementen, die op positieve wijze worden besproken in de redactioneel opgezette uitingen, te vragen naar een supplement van Pharma Nord.

 

Met betrekking tot de verschillende in de klachtbrief genoemde bezwaren overweegt de Commissie het volgende.

 

Ad A.

Door de hiervoor in de klacht onder A sub 1 tot en met 12 vermelde zinsneden worden voedingssupplementen met Q10 gepresenteerd als zijnde geschikt voor het genezen of voorkomen van een ziekte, gebrek of pijn bij de mens als bedoeld in artikel 1 lid 1 aanhef en onder b van de Geneesmiddelenwet (Gmw). Gelet daarop is er sprake van reclame voor geneesmiddelen. Nu niet is gebleken dat voor deze geneesmiddelen een handelsvergunning is verleend, is de reclame in strijd met artikel 84 Gmw. 

 

Het verweer van verweerder sub 2 dat er geen sprake kan zijn van strijd met artikel 84 Gmw, nu het niet gaat om “eindproducten”, kan niet slagen. De bestreden zinsneden hebben immers niet alleen betrekking op de werkzame stof Q10, maar op de in de bewuste uitingen besproken voedingssupplementen met die stof.    

 

Ter onderbouwing van de bestreden zinsneden heeft verweerder sub 2 verwezen naar diverse bronnen, waaronder artikelen op Wikipedia en in Arts & Apotheker, waarin de werking van Q10 of van een supplement met Q10 aan de orde komt. Daarmee is de juistheid van de bestreden zinsneden echter nog niet aangetoond.

Nu de juistheid van de bewuste zinsneden niet is aangetoond, wordt aangenomen dat  klager met juistheid stelt dat de reclame gepaard gaat met onjuiste informatie ten aanzien van de van het gebruik van het product te verwachten resultaten als bedoeld in artikel 8.2 aanhef en onder b NRC. Nu de uiting de gemiddelde consument er bovendien toe kan brengen een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet had genomen, is de uiting misleidend en daardoor in strijd met artikel 7 NRC.

 

Het verweer dat er deels sprake is van testimonials, te weten van mevrouw Franken op pagina 3 en van mevrouw Laverman op pagina 4, leidt niet tot andere dan bovenstaande oordelen. Doordat deze testimonials in de onderhavige, als reclame aan te merken uitgave van Swinglevend zijn opgenomen, worden deze gemaakt tot uitingen van de adverteerder.

 

Ad B.

Naar het oordeel van de Commissie zal de gemiddelde consument een verband leggen tussen de uiting op pagina 6 betreffende “een nieuw supplement dat speciaal ontwikkeld werd om hoge bloeddruk op natuurlijke wijze tegen te gaan” en de uiting op pagina 5 over Q10 supplementen, waarin onder de aanhef “Verlaging bloeddruk” onder meer staat:

“Q10 kan de bloeddruk van mensen met hypertensie verlagen, zonder aanwijsbare bijwerkingen”.

Naar het oordeel van de Commissie wordt aldus op vergelijkbare wijze als vermeld onder Ad A ook op pagina 6 reclame gemaakt voor een geneesmiddel. Nu niet is gebleken dat voor dit geneesmiddel een handelsvergunning is verleend, wordt artikel 84 Gmw overtreden.

 

Voorts is de juistheid van de mededeling “nieuw supplement, dat speciaal ontwikkeld werd om hoge bloeddruk op een natuurlijke manier tegen te gaan” niet aangetoond. In zoverre wordt aangenomen dat klager met juistheid stelt dat de reclame gepaard gaat met onjuiste informatie ten aanzien van de van het gebruik van het product te verwachten resultaten als bedoeld in artikel 8.2 aanhef en onder b NRC. Nu de uiting de gemiddelde consument er bovendien toe kan brengen een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet had genomen, is de uiting misleidend en daardoor in strijd met artikel 7 NRC.

 

Aan bovenstaande oordelen doet -om dezelfde reden als hiervoor vermeld onder Ad A- niet af dat er in het geval van de uiting op pagina 6 sprake is van een testimonial van de heer Ravestein. 

 

Klagers bezwaar dat niet is vermeld: 

- de naam van het supplement

- dat het supplement te koop is bij Pharma Nord en

- wat het middel kost,

leidt niet tot het oordeel dat de uiting om (één van) die redenen in strijd is met de NRC.

 

Ad C.  

Ook in de uiting op pagina 9 wordt reclame gemaakt voor voedingssupplementen, en wel in de vorm van een weergave van de mening daarover en ervaring daarmee van Linda Wagenmakers. Klagers bezwaren tegen deze uiting, te weten dat het middel Carnitine elders in de folder niet wordt genoemd en dat de prijs daarvan niet is vermeld, leiden echter niet tot het oordeel dat de uiting op (één van) die punten in strijd is met de NRC.   

 

Ad D.

De Commissie heeft informatie ingewonnen bij de Keuringsraad KOAG/KAG. De Commissie deelt het standpunt van de Keuringsraad dat de advertentie in strijd is met artikel 84 Gmw, waar wordt gesteld:

“Ondersteunt het lichaam in het beschermen van cellen tegen oxidatieve schade” en

“Kan vermoeidheid en gebrek aan energie helpen verminderen”. 

 

Nu er aldus naar het oordeel van de Commissie sprake is van medische claims, treft het  ter vergadering door verweerder sub 1 gevoerde verweer, dat er sprake is van goedgekeurde gezondheidsclaims, geen doel.

 

Ter onderbouwing van de in de advertentie voor Bio-Seleen + Zink opgenomen claims heeft verweerder sub 1 samenvattingen overgelegd van Scientific Opinions van de EFSA betreffende Selenium, Zink, Vitamine B6, Vitamine E en Selenium enriched yeast.  De Commissie stelt vast dat in de in deze samenvattingen opgenomen conclusies een “oorzaak en gevolg relatie” wordt vastgesteld tussen bijvoorbeeld de consumptie van selenium en het behoud van normaal haar en de consumptie van zink en het behoud van normaal haar, maar dat betekent nog niet dat de juistheid van de in de advertentie opgenomen claim “Draagt bij aan het behoud van normaal gezond haar” met betrekking tot het gehele product Bio-Seleen+Zink is aangetoond. Daargelaten dat in de bewuste conclusie alleen wordt gesproken over “normaal haar”, en niet over “normaal gezond haar”, is niet komen vast te staan dat het product in zijn geheel zowel wat betreft de hoeveelheid van de ingrediënten als wat betreft de combinatie van ingrediënten de werking heeft die aan het product wordt toegeschreven.  

De Commissie oordeelt op dezelfde wijze met betrekking tot de overige in de advertentie opgenomen claims. 

 

Nu de juistheid van de bewuste claims niet is aangetoond, wordt aangenomen dat klager met juistheid stelt dat de reclame gepaard gaat met onjuiste informatie ten aanzien van de van het gebruik van het product te verwachten resultaten als bedoeld in artikel 8.2 aanhef en onder b NRC. Nu de uiting de gemiddelde   consument er bovendien toe kan brengen een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet had genomen, is de uiting misleidend en daardoor in strijd met artikel 7 NRC.

  

Ad E.

De Commissie heeft informatie ingewonnen bij de Keuringsraad KOAG/KAG.  De Commissie deelt het standpunt van de Keuringsraad dat de advertentie in strijd is met artikel 84 Gmw, waar wordt gesteld:

“Bescherm het DNA in de zaadcellen”.

 

Nu er aldus naar het oordeel van de Commissie sprake is van een medische claim, treft het ter vergadering door verweerder sub 1 gevoerde verweer, dat er sprake is van goedgekeurde gezondheidsclaims, geen doel.

 

Ook met betrekking tot de in de advertentie voor B-Daddy gebruikte claims heeft verweerder sub 1 samenvattingen van Scientific Opinions van de EFSA overgelegd.

Blijkens de daarin vervatte conclusies wordt bijvoorbeeld een “oorzaak en gevolg relatie” vastgesteld tussen de consumptie van selenium en de bescherming van DNA tegen oxidatieve schade, maar dat betekent nog niet dat de juistheid van de claim “bescherm het DNA in de zaadcellen” met betrekking tot het gehele product B-Daddy is aangetoond. Niet is komen vast te staan dat het product in zijn geheel zowel wat betreft de hoeveelheid van de ingrediënten als wat betreft de combinatie van ingrediënten de werking heeft die aan het product wordt toegeschreven.

 

Nu de juistheid van de in de uiting opgenomen claims niet is aangetoond, wordt aangenomen dat klager met juistheid stelt dat de reclame gepaard met onjuiste informatie ten aanzien van de van het gebruik van het product te verwachten resultaten als bedoeld in artikel 8.2 aanhef en onder b NRC. Nu de uiting de gemiddelde consument er bovendien toe kan brengen een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet had genomen, is de uiting misleidend en daardoor in strijd met artikel 7 NRC.

 

Aangezien de Commissie beide verweerders al eerder naar aanleiding van medische claims in reclame heeft aanbevolen om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken, heeft de Commissie besloten om deze beslissing onder de aandacht van een breed publiek te brengen als bedoeld in artikel 17 lid 1 onder h juncto 18 lid 4 van het Reglement betreffende de Reclame Code Commissie en het College van Beroep. 

Het verweer van verweerder sub 2 dat er geen sprake is van recidive, nu er thans sprake is van een andere situatie dan destijds, toen er in artikelen verwezen werd naar specifieke producten, maakt dit besluit niet anders, aangezien het in beide gevallen om reclame gaat die ten onrechte medische claims bevat.   

 

De beslissing van de Reclame Code Commissie van 23 februari 2012

 

Op grond van het hetgeen hiervoor is overwogen onder Ad A en Ad B acht de Commissie de bestreden uitgave van Swinglevend, voor zover daartegen bezwaar is gemaakt in strijd met de artikelen 2 en 7 NRC. Zij beveelt beide verweerders aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.

Op grond van het hetgeen hiervoor is overwogen onder Ad D en Ad E acht de Commissie de bestreden advertenties eveneens in strijd met de artikelen 2 en 7 NRC. Zij beveelt verweerder sub 1 aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.

Voor het overige wijst de Commissie de klacht af.

De Commissie zal de beslissing onder de aandacht van een  breed publiek brengen, als bovenvermeld.

 

Het College van Beroep (beslissing 19 juni 2012)

 

De grieven

           

Het College vat deze als volgt samen.

 

Grief 1

De Commissie heeft ten onrechte geoordeeld dat sprake is van medische claims in plaats van gezondheidsclaims. Bij de beantwoording van de vraag of sprake is van een gezondheidsclaim, dient te worden uitgegaan van de lijst met claims die door de Euro­pean Food & Safety Agency (EFSA) zijn beoordeeld in het kader van artikel 13 lid 3 van de Claimsverordening. Aan deze lijst dient meer gewicht te worden toegekend dan aan de zogenoemde indicatieve lijst van KOAG/KAG. EFSA heeft de claims goedgekeurd. Om deze te mogen gebruiken, moet het product (minimaal) 15% bevatten van de ADH van het nutriënt zoals bedoeld in Richtlijn 2008/100/EG tot wijziging van richtlijn 90/496/EEG. Aan deze eis wordt voldaan.

Grief 2

Nu de claims door de EFSA zijn goedgekeurd, zijn zij wetenschappelijk bewezen. Een apart bewijs van de werkzaamheid per afzonderlijk product is niet vereist. De gezondheidsclaims die door de EFSA zijn goedgekeurd, mogen worden gebruikt wanneer het product waarop de claims betrekking hebben in voldoende hoeveel­heid de relevante nutriënten bevat. Aan deze eis wordt ten aanzien van beide producten voldaan. 

 

Het antwoord in appel

 

De grieven zijn uitsluitend ten aanzien van B-Daddy gemotiveerd weersproken. Geïntimeerde handhaaft zijn standpunt dat sprake is van medische claims.

 

De mondelinge behandeling

 

Pharma Nord heeft ter vergadering het beroep nader toegelicht. Pharma Nord voert onder meer aan dat het standpunt van de Keuringsraad KOAG/KAG als verwoord in de brief van deze instantie van 21 november 2011 achterhaald is door de publicatie van de voorlopige artikel 13-lijst.

 

Het nadere standpunt van deKeuringsraad KOAG/KAG

 

De Keuringsraad KOAG/KAG deelt, samengevat, onder meer het volgende mee. De letter­lij­ke voorbeeldbewoordingen van claims die staan op de voorlopige artikel 13-lijst met toegelaten claims beschouwt zij als gezondheidsclaims, en niet als medische claims in het kader van artikel 10 CAG. Overigens maakt de Europese Commissie in de concept Verordening voor vaststelling van de artikel 13-lijst duidelijk het voorbehoud dat de voorbeeldbewoordingen op deze lijst niet uitsluiten dat toch nog sprake kan zijn van een medische claim.

Indien de Keuringsraad KOAG/KAG de onderhavige claims op dit moment zou beoordelen aan de hand van bedoelde lijst, zou het oor­deel van de Keuringsraad KOAG/KAG ten aanzien van de afzonderlijke claims als volgt luiden:

1)        De claim “Ondersteunt het lichaam in het beschermen van cellen tegen oxida­tie­ve schade” voor Bio-Seleen+Zink stemt voldoende overeen met claims voor seleen en zink op de voorlopige lijst met toegelaten claims en is voldoende onder­bouwd. De Keuringsraad KOAG/KAG acht deze claim niet (meer) in strijd met arti­kel 10 CAG en artikel 84 Geneesmiddelenwet.

2)        De claim “Kan vermoeidheid en gebrek aan energie helpen verminderen” (voor Bio-Seleen+Zink) stemt, voor zover het gaat om de nutriënten Vitamine B6 en Vitamine C in het product, voldoende overeen met claims voor deze nutriënten op de voorlopige lijst met toe­gelaten claims en is voldoende onderbouwd. De Keurings­raad KOAG/KAG acht deze claim niet (meer) in strijd met artikel 10 CAG en artikel 84 Geneesmiddelenwet mits duidelijk blijkt dat de nutriënten Vitamine B6 en Vitami­ne C bedoelde claims ondersteunen.

3)        De claim “Bescherm het DNA in de zaadcellen” voor het nutriënt seleen stemt onvoldoende overeen met claims voor deze nutriënten op de voorlopige lijst met toe­gelaten claims. De (voorlopig) toegelaten claims voor seleen zijn in dit verband “Seleen beschermt de cellen tegen oxidatieve stress” en “Seleen draagt bij tot een normale spermatogenese”. De specifieke koppeling met de bescherming van het DNA in zaadcellen is niet terug te voeren op de voorlopig vastgestelde lijst met toegelaten claims. In de EFSA opinie is weliswaar een onderbouwing opgeno­men dat seleen DNA beschermt tegen oxidatieve stress, maar hieruit volgt niet dat seleen DNA in de zaadcellen beschermt. In zoverre blijft de Keuringsraad bij het standpunt dat de inname van het desbetreffende voedingssup­plement iets bij be­paalde aandoeningen kan doen, waardoor aan het product ge­neeskundige eigen­schappen worden toegedicht. Dit is in strijd met artikel 6 CAG en artikel 84 Genees­middelenwet.

 

De reactie van Pharma Nord op het standpunt van de Keuringsraad KOAG/KAG

 

Het College vat deze als volgt samen.

Pharma Nord betwist dat de Europese Commissie in de concept Verordening voor vaststelling van de artikel 13-lijst het voorbehoud heeft gemaakt dat de voorbeeld­bewoordingen op deze lijst niet uitsluiten dat toch nog sprake kan zijn van een me­dische claim. De artikel 13-lijst heeft volgens Pharma Nord uitsluitend be­trekking op de gezondheidsclaims die ten aanzien van bepaalde stoffen toelaatbaar zijn, niet op de toelaatbaarheid van de stoffen zelf, welke kwestie in een afzonder­lijke Richtlijn is geregeld en waaraan de onderhavige producten overigens ook voldoen.

Pharma Nord onderschrijft het standpunt van de Keuringsraad KOAG/KAG dat de claims voor Bio-Seleen+Zink voldoende overeenstemmen met claims voor deze nutriënten op de voorlopige lijst met toe­gelaten claims en dat deze claims vol­doen­de zijn onderbouwd. In de bijsluiter van Bio-Seleen+Zink wordt per stof gespecifi­ceerd welke claim daardoor ondersteund wordt. De Claimsverordening vereist niet dat dit ook in de reclame-uiting zelf gebeurt.

Ten aanzien van de claim voor het product voor B-Daddy heeft Pharma Nord de volgende bewoordingen gecombineerd die met betrekking tot seleen zijn terug te vinden op de voorlopige lijst met toegelaten claims:

- “Seleen beschermt de cellen tegen oxidatieve stress”

- “Seleen draagt bij tot een normale spermatogenese”

- “Seleen beschermt het DNA” (“The panel concludes that a cause and effect rela­tion­ship has been established between the dietary intake of selenium and protection of DNA, proteins and lipids from oxidative damage, normal function of the immune system, normal thyroid function and normal spermatogenesis.”)

Pharma Nord stelt dat de claim voor B-Daddy een “similar health claim” is in de zin van overweging 9 van de concept Verordening, die voor consumenten waarschijn­lijk dezelfde betekenis zal hebben als de letterlijke claims uit de artikel 13-lijst. Er is geen sprake van een medische claim.

 

Het oordeel van het College

 

1. Ten aanzien van de voor het product Bio-Seleen+Zink gebruikte claims “Onder­steunt het lichaam in het beschermen van cellen tegen oxidatieve schade” en “Kan vermoeidheid en gebrek aan energie helpen ver­minderen”, stelt Pharma Nord, on­der verwijzing naar de laatste reactie van de Keuringsraad KOAG/KAG, dat de­ze claims voldoende overeenstemmen met claims voor seleen en zink op de voorlo­pige lijst met toegelaten claims, en ook voldoende zijn onderbouwd. Geïntimeerde heeft in zoverre geen verweer gevoerd en evenmin gebruik gemaakt van de mo­gelijkheid te reageren op de laatste reactie van de Keuringsraad KOAG/KAG.

 

2. Het College is mede op grond van het voorgaande van oordeel dat de gewraakte claims voor Bio-Seleen+Zink vallen onder de reikwijdte van de voorlopige lijst met toegelaten claims. Op grond van hetgeen Pharma Nord gemotiveerd heeft gesteld en door geïntimeerde niet (gemotiveerd) is bestreden, acht het College voorts voldoende aannemelijk gemaakt dat het product een werkzame hoeveelheid bevat en dat is voldaan aan de etiketteringvoorwaarden van de Claimsverordening. Het College ziet op grond daar­van geen aanleiding om nader te beoor­delen of de claim misleidend is in de zin van de artikelen 7 en 8 van de Neder­land­se Reclame Code. Aangeno­men moet im­mers worden dat deze beoordeling op grond van het voorgaande niet als­nog tot het oordeel zal lei­den dat sprake is van misleiding. Voorts is het College van oordeel dat het product niet wordt aan­geprezen als een geneesmiddel in de zin van de Geneesmiddelenwet. De geclaim­de werking blijft beperkt tot een gezond­heids­claim in de zin van de Claimsverorde­ning die op de voorlopige lijst met toe­ge­laten claims staat. Dit brengt mee dat thans geen aanleiding meer bestaat om de claims voor Bio-Seleen+Zink in strijd met de Nederlandse Reclame Code te achten.

 

3. Ten aanzien van de claim “Bescherm het DNA in de zaadcellen” voor B-Daddy oor­deelt het College als volgt. Vaststaat dat deze claim specifiek is gekoppeld aan het nutriënt seleen, ten aanzien waarvan op de voorlopige lijst met toe­gelaten claims de vol­gende bewoordingen zijn vermeld: “Seleen beschermt de cellen tegen oxi­da­­tieve stress” en “Seleen draagt bij tot een normale spermatogenese”. De speci­fieke kop­peling met de bescherming van het DNA in zaadcellen is als zodanig niet letterlijk vermeld op de voorlopig vastgestelde lijst met toegelaten claims. Wel is in de rele­vante EFSA opinie als onderbouwing vermeld dat seleen DNA beschermt tegen oxidatieve stress (“cause and effect relationship”).

 

4. Naar het oordeel van het College sluit de onderhavige gezondheidsclaim voor B-Daddy dermate nauw aan bij de bewoordingen voor het nutriënt seleen op de voor­lopige lijst met toe­gelaten claims in combinatie met de onderbouwing in de EFSA opinie, dat deze claim geacht moet worden onder de reikwijdte van bedoelde voor­lopige lijst te vallen, waarbij het College in aanmerking neemt dat aannemelijk is dat de claim met betrekking tot B-Daddy voor de consument dezelfde betekenis zal hebben als de relevante claims op de voorlopige lijst met toegelaten claims. Het ontbreken van een specifieke kop­pe­ling tussen de werking van het pro­duct en de bescherming van het DNA in de zaad­cellen in de vermelding van de claims op de voorlopige lijst doet daaraan niet af. De bescherming van seleen tegen oxidatieve stress heeft klaarblijkelijk be­trekking op het DNA in de cellen, terwijl die werking verband houdt met een normale spermatogenese. De mededeling dat B-Daddy het DNA in de zaad­cellen beschermt, kan aldus als een voor de hand liggende com­bi­natie van de aan seleen toege­schre­ven werking worden beschouwd overeen­kom­stig de voorlopige lijst met toegelaten gezondheidsclaims. Mede op grond daarvan is naar het oordeel van het Col­lege ook in zoverre geen sprake van een (verboden) medische claim.

 

5. Als door Pharma Nord gemotiveerd gesteld en door geïntimeerde niet (gemoti­veerd) weersproken, acht het Col­lege ook ten aanzien van B-Daddy voldoende aan­nemelijk gemaakt dat het product een werkzame hoe­veel­heid bevat en is voldaan aan de etiketteringvoorwaarden van de Claimsverordening. Het College ziet op grond daar­van geen aanleiding om nader te beoor­delen of de claim voor dit product misleidend is in de zin van de artikelen 7 en 8 van de Neder­land­se Reclame Code. Ook in zoverre is er geen aanleiding om te veronderstellen dat deze beoor­deling alsnog tot het oordeel zal leiden dat sprake is van misleiding. Voorts is het College van oordeel dat het product niet wordt aan­geprezen als een geneesmiddel in de zin van de Geneesmiddelenwet. De geclaim­de werking blijft beperkt tot een gezond­heidsclaim in de zin van de Claimsverorde­ning die op de voorlopige lijst met toe­ge­laten claims staat. Dit brengt mee dat thans geen aan­leiding meer bestaat om de claim voor B-Daddy in strijd met de Nederlandse Reclame Code te achten.

 

6. Ten tijde van de uitspraak in beroep is Verordening (EU) Nr. 432/2012 gepubli­ceerd, waardoor thans geen sprake meer is van een “voorlopige” artikel 13-lijst. 

Dit leidt evenwel niet tot een andere beslissing. Der­halve wordt beslist als volgt.

 

De beslissing

 

Het  College:

 

Vernietigt de beslissing van de Commissie voor zover aan het oordeel van het College onderworpen, en wijst de klacht alsnog af voor zover deze betrekking heeft op de uitingen “Ondersteunt het lichaam in het beschermen van cellen tegen oxidatieve schade” (voor Bio-Seleen+Zink), “Kan vermoeidheid en gebrek aan energie helpen verminderen” (voor Bio-Seleen+Zink) en “Bescherm het DNA in de zaadcellen” (voor B-Daddy).

 

Stichting Reclame Code © 2009  |   Privacy Policy  |   Disclaimer
Home  |   Zoeken  |   English  |   RSS  |   Sitemap