Stichting Reclame Code
Voor adverteerders
A A A

 

De bestreden reclame-uiting

 

Het betreft de aanprijzing van het Leptin afslankproduct Green Coffee 800+ op adverteerders website www.greencoffee800plus.nl.

 

De klacht

 

Klaagster heeft de volgende bezwaren tegen de uiting:

1.    Green Coffee 800+ wordt aangeprezen als afslankmiddel terwijl er geen enkel bewijs is voor de werkzaamheid van het product.

2.    Het product is in het verleden van de markt gehaald omdat het middel vervuild was met het medicament sibutramine. In dit verband heeft klaagster een artikel overgelegd uit het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (jaargang 2011, no. 47, blz.2160) alsmede een tweetal publicaties op de website www.kwakzalverij.nl.

 

Het verweer

 

Het verweer kan als volgt worden samengevat.

Ad 1.

In de uiting wordt Green Coffee 800+ beschreven als een afslankondersteunend middel. Door de tekst “Deze Green Coffee is een geneesmiddelvrij voedingssupplement welke een mix is van kruidenextracten. In combinatie met een gezond eetpatroon zorgt het er voor dat uw trek in eten afneemt” wordt duidelijk gemaakt wat Leptin Green Coffee is en doet. Dat het middel werkt blijkt uit de positieve verhalen op de Hyvespagina en de webwinkelsite van adverteerder. Daarnaast heeft adverteerder de “deugdelijkheid en werking van het product” gebaseerd op de beweringen van de producent van het product.

 

Ad 2.

Onderzoek door de Inspectie voor de Gezondheidszorg heeft uitgewezen dat met name namaakproducten die onder de naam Green Coffee op de markt werden gebracht de stof sibutramine bevatten. Het door adverteerder geleverde product van fabrikant Leptin bevat deze stof niet, zoals blijkt uit het door adverteerder overgelegde Pony testrapport van 14 mei 2010.

 

De reactie van de Keuringsraad KOAG/KAG

 

De Keuringsraad heeft laten weten dat de bestreden reclame-uiting onder de competentie van de Keuringsraad Aanprijzing Gezondheidsproducten valt, maar niet ter preventieve toetsing aan de Keuringsraad is voorgelegd en derhalve niet van een toelatingsnummer is voorzien. Zou de uiting voor Green Coffee 800 wel ter beoordeling zijn voorgelegd, dan zou de Keuringsraad hebben gevraagd om onderbouwing van de claims en een aantal claims hebben afgewezen op basis van artikel 10 CAG. De klacht betreft echter grotendeels de samenstelling van het product Green Coffee, dat sibutramine zou bevatten. De toelaatbaarheid van de ingrediënten van gezondheidsproducten valt buiten de competentie en bevoegdheid van de Keuringsraad. Het is de Keuringsraad wel bekend dat het product de aandacht heeft van de Inspectie voor de Gezondheidszorg.

 

Het oordeel van de Commissie

 

Ad 1.

Nu de werking van het aangeprezen product Green Coffee 800+ als afslank(ondersteunend) middel wordt bestreden, dient adverteerder op grond van artikel 15 van de Nederlandse Reclame Code (NRC) de juistheid en de eerlijkheid van de aangeprezen werking aannemelijk te maken. Adverteerder heeft zich in dit verband beroepen op positieve verhalen van afnemers van Green Coffee 800+ en op de mededelingen van de fabrikant over de deugdelijkheid en de werking van het product. Naar het oordeel van de Commissie kunnen deze ervaringsverhalen en mededelingen van de fabrikant echter niet als een onafhankelijke en gezaghebbende onderbouwing van de in de uiting geclaimde werking van Green Coffee 800+ worden aangemerkt.

 

Gelet op het voorgaande is niet aangetoond of voldoende aannemelijk gemaakt dat Green Coffee 800+ de werking heeft die daaraan in de uiting wordt toegeschreven. In de uiting wordt derhalve onjuiste informatie verstrekt over de van het gebruik van het product te verwachten resultaten als bedoeld onder b van artikel 8.2 NRC. De gemiddelde consument kan door de uiting ertoe gebracht worden een besluit over een transactie te nemen dat hij anders niet had genomen. Om die reden is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

 

Ad 2.

De Commissie acht zich niet bevoegd te oordelen over de samenstelling van Green Coffee 800+ en het op grond daarvan al dan niet toelaatbaar zijn van het product.

Dit gedeelte van de klacht wordt daarom afgewezen.

 

De beslissing van de Reclame Code Commissie van 6 maart 2012

 

Gelet op de overwegingen Ad 1 acht de Commissie de reclame-uiting in strijd met het

bepaalde in artikel 7 NRC. Zij beveelt adverteerder aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken. Voor het overige wijst de Commissie de klacht af.

 

 

Het College van Beroep (12 juni 2012):

 

De grieven

           

Het beroep is uitsluitend gericht tegen het oordeel van de Commissie dat niet is aan­getoond of voldoende aannemelijk is gemaakt dat Green Coffee 800+ de wer­king heeft die in de bestreden uiting aan dat product wordt toegeschreven. Appel­lante voert tegen dat oordeel, samengevat, de volgende grieven aan.

•         Ten onrechte is aan geïntimeerde geen klachtengeld in rekening gebracht. Geïnti­meerde heeft de klacht ingediend ten behoeve van haar werkgever Medinova en is geen consument. Geïntimeerde heeft daarom geen belang bij de klacht. De Commissie had geïnti­meerde op grond van het voorgaande niet-ontvankelijk dienen te verklaren.

•         Het in eerste aanleg door appellante gevoerde verweer is niet weersproken. De Commissie had op grond daarvan de klacht dienen af te wijzen en niet mogen uit­gaan van hetgeen geïntimeerde in eerste aanleg heeft aange­voerd. In feite heeft de Commissie als aanklager gehandeld.

•         Er is geen sprake van een eerlijk proces omdat de Commissie geen hoor en wederhoor heeft toegepast.

•         De Commissie is buiten de grenzen van de klacht getreden door zich een oordeel aan te matigen over de gezaghebbendheid en de onafhankelijkheid van mededelingen van de fabrikant en de ervaringsverhalen.

•         De Commissie heeft niet getoetst aan artikel 6:194 BW.

•         De Commissie laat zich misbruiken door de (commerciële) doelen van de Vereniging tegen de Kwakzalverij.

 

 

•         De overwegingen van de Commissie zijn onvoldoende gemotiveerd en daarom onbegrijpelijk.

•         Uit niets blijkt dat de Commissie rekening heeft gehouden met de indivi­duele vrijheidsgraden bij consumenten zoals door de NZa aangegeven.

•         De Commissie heeft de waarde van empirisch onderzoek miskend. Binnen de grenzen van de klacht gelden de ervaringsverhalen en mede­de­lingen van de fabrikant zonder meer als onafhankelijk en gezaghebbend.

•         De Commissie miskent voorts dat in het Nederlandse recht de goede trouw het uitgangspunt is. Appellante mocht zonder meer uitgaan van hetgeen de fabrikant van Green Coffee 800+ aan haar heeft meegedeeld. Hetzelfde geldt voor de ervaringen van gebruikers. De Commis­sie heeft in dat kader miskend dat de klacht niet is gericht tegen de fabrikant en tegen de ge­brui­kers van Green Coffee 800+. De Commissie staat buiten de overeenkom­sten die appellante sluit met de fabrikant en met klanten. Het is in strijd met de objectieve goede trouw en met de redelijkheid en billijkheid dat de Com­missie vervolgens de subjectieve goede trouw ter discussie stelt.

•         De Commissie heeft in haar oordeel onvoldoende meegewogen dat de Nederlandse Reclame Code niet meer vrijblijvend is.

 

Het antwoord in appel

 

De grieven zijn gemotiveerd weersproken. Op de inhoud van de grieven wordt hierna, voor zover nodig, ingegaan.

 

De mondelinge behandeling

 

Appellante doet ter vergadering het beroep nader toelichten. Namens appellante wordt daarbij onder meer aangevoerd dat Green Coffee 800+ van nature het af­slankende ingrediënt Clo­ro­ge­nic Acid (C16H18O9) bevat. Voorts deelt appellante mee dat de Geneesmiddelenwet niet op de uiting van toepassing is.

Geïntimeerde deelt in aanvulling op de door haar overgelegde toelichting mee dat de betrokken beroepsgroep van mening is dat er geen overtuigend bewijs voor de afslankende werking van Green Coffee 800+ is. Voorts stelt geïntimeerde dat een product als Green Coffee 800+ geen werkzame stoffen in een effectieve dosering mag bevatten.

 

Het oordeel van het College

 

1. Het College gaat voorbij aan de volgende grieven die feitelijke grondslag missen, onvol­doende zijn toegelicht of niet begrijpelijk zijn en reeds om die reden niet kunnen slagen.

•         De Commissie laat zich misbruiken door de (commerciële) doelen van de Vereniging tegen de Kwakzalverij.

•         De Commissie heeft ten onrechte geen rekening gehouden met indivi­duele vrijheidsgraden bij consumenten zoals door de NZa aangegeven.

•         de Commissie heeft in haar oordeel onvoldoende meegewogen dat de Nederlandse Reclame Code niet meer vrijblijvend is.

 

2. Voor zover appellante aanvoert dat geïntimeerde geen belang heeft bij de klacht en daarin niet kan worden ontvangen omdat haar ten onrechte geen klachtengeld in rekening is gebracht, gaat die stelling niet op, reeds omdat niet aannemelijk is geworden dat geïntimeerde de klacht uitsluitend in het belang van de uitoefening van een beroep of bedrijf dan wel in een commercieel belang van een organisatie heeft ingediend en uit dien hoofde klachtengeld verschuldigd was als bedoeld in artikel 28 van het Reglement betreffende de Reclamecode Code Commissie en het College van Beroep.

 

3. De stelling van appellante dat de Commissie de klacht had moeten afwijzen om­dat het in eer­ste aan­leg door appellante gevoerde verweer niet is weersproken, gaat niet op. Na verweer is het schriftelijke ge­deel­te van de pro­cedure in eer­ste aanleg gesloten. Dat geïntimeerde als gevolg daarvan niet kon repliceren, kan niet tot het oor­deel lei­den dat het verweer niet is weersproken. Dat geïntimeerde niet ter vergadering is verschenen, impliceert even­min een erkenning van de stellingen van appellante in eerste aanleg. De Com­mis­sie heeft der­hal­ve terecht de stellingen van geïntimeerde bij haar beoordeling be­trokken. Van een ambtshalve beoordeling is geen sprake. De Commissie behoefde appellante om die reden niet in de gelegenheid te stellen nader te reageren.

 

4. Van schending van het beginsel van hoor en wederhoor is op grond van het voor­gaande geen sprake, ook niet voor zover appel­lante niet schriftelijk heeft kunnen reageren op de reactie van de Keuringsraad KOAG/KAG. Daargelaten dat niet is gebleken dat de Commissie haar oordeel mede op deze reactie heeft gebaseerd, blijkt uit het dossier in eerste aanleg dat de reactie twee weken voor de vergadering van de Commissie aan appellante is verzonden. Appel­lante had ter vergadering haar visie op deze reactie kunnen geven, van welke mo­gelijkheid zij geen gebruik heeft gemaakt. Ook overigens is niet gebleken dat de Commissie heeft beslist op stukken waarvan appellante geen kennis kon nemen.

 

5. De stelling dat de Com­mis­sie buiten de grenzen van de klacht is getreden door zich een oordeel aan te ma­tigen over de gezaghebbendheid en de onafhankelijkheid van medede­lingen van de fabrikant en de ervaringsverhalen, gaat eveneens niet op. Nu geïntimeerde gemotiveerd de juistheid en eerlijkheid van de reclame heeft aangevochten als bedoeld in artikel 15 van de Ne­derlandse Reclame Code (NRC), dien­de de Com­missie te beoordelen of appellante de geclaimde werking van Green Coffee 800+ voldoende aan­ne­me­lijk heeft gemaakt. Deze toetsing dient plaats te vin­den op basis van de wederzijdse stel­lingen en de overgelegde stukken. De Commissie heeft dit niet miskend en heeft haar beoor­de­ling ook daartoe be­perkt, waarbij zij de uiting aldus heeft opgevat, dat Green Coffee 800+ wordt aan­ge­prezen als een af­slank(ondersteu­n)end middel. Nu tegen deze uitleg van de uiting geen grief is gericht, zal ook het College daarvan uit­gaan.

 

6. Deze uiting houdt, anders dan geïntimeerde stelt, niet in dat Green Coffee 800+ wordt aan­ge­prezen als een geneesmiddel in de zin van artikel 1 aanhef en onder b van de Genees­middelenwet. Wel is naar het oordeel van het College spra­ke van een ge­zond­heidsclaim in de zin van artikel 3 lid 1 Reclameco­de voor voe­dingsmid­de­len (RVV) in verbinding met ar­tikel 2 lid 5 van EG-verordening nr. 1924/ 2006 (hierna: de Claimsverordening).

 

7. De Commissie heeft uitsluitend beoor­deeld of de ge­wraak­te reclame-uiting mis­leidend is in de zin van de artikelen 7 en 8 NRC wegens het ge­bruik van de ge­wraak­te claim. Het geschil van partijen in be­roep is beperkt gebleven tot de vraag of de Commissie de uiting te­recht mis­lei­dend heeft geacht. Het College ziet in de stel­lingen van appellante in beroep geen aanleiding om te veronderstel­len dat appel­lante de claim tevens beoordeeld wenst te zien op grond van de Claimsverordening.

 

8. Het College onderschrijft het oordeel van de Commissie dat appellante de geclaim­de wer­king niet aannemelijk heeft gemaakt. De overgelegde stukken onder­bou­wen deze werking onvoldoende. Dit geldt ook voor het appellante over­gelegde artikel “The use of Green Coffee Extract as a Weight Loss supplement: A Syste­ma­tic Re­view and Meta-Analysis of Rando­mised Clinical Trials” van I. Onak­poya et al. Uit dit artikel volgt niet dat met een voldoende mate van stelligheid kan wor­den gezegd dat de enkele inname van “Green Coffee Extract” leidt tot gewichts­ver­lies, laat staan dat deze wer­king ook bestaat voor het aangepre­zen product Green Coffee 800+. Appellante heeft zich ter vergade­ring voorts beroepen op de werking van C16H18O9 (Cloroge­nic Acid), dat vol­gens appel­lante een van nature afslankend in­grediënt is. Niet met bewijsstukken toegelicht is echter waarop appellante deze stelling baseert.

 

9. De beweerdelijk goede ervaringen van gebruikers waarop appellante zich beroept, zijn niet verifieerbaar en kunnen om die reden niet tot het oordeel leiden dat appel­lante de geclaimde werking van Green Coffee 800+ voldoende aannemelijk heeft ge­maakt. Deze ervaringen kunnen ook niet worden beschouwd als empirisch onaf­han­kelijk onderzoek. Terecht is de Commissie aan die ervaringen voorbijge­gaan en heeft zij de bestreden uiting mis­leidend geacht zoals verwoord in de bestreden be­slissing, nu de werking van het Green Coffee 800+ niet aanne­melijk is ge­maakt. Hier­aan doet niet af dat appellante blijkbaar is uitgegaan van hetgeen de fabrikant van Green Coffee 800+ heeft mee­gedeeld. Het feit dat de uiting op haar website staat, impliceert dat appel­lante voor die uiting verantwoordelijk is, ook in­dien zij te goeder trouw op medede­lingen van de fabrikant en gebruikers is afgegaan.

 

10. Niet aannemelijk is overigens dat over het voorgaande anders zou moeten worden geoordeeld indien de uiting zou zijn getoetst aan de Claimsverordening, reeds omdat niet is ge­steld of geble­ken is dat voor (bepaalde ingrediënten of nutriënten van) Green Cof­fee 800+ (tijdig) een aan­vraag is inge­diend wegens een af­slank(ondersteu­n)end effect. Derhalve kan, voor zover aan de orde, niet worden aangenomen dat sprake is van ver­melding op de lijst die is bedoeld in artikel 13 lid 2 Claims­verordening res­pec­tievelijk artikel 13 lid 3 Claimsverordening.

 

11. De grieven treffen geen doel. Derhalve dient te worden beslist als volgt.

 

 

De beslissing

 

Het  College:

 

Bevestigt de beslis­sing van de Commissie dat de reclame-uiting in strijd met artikel 7 NRC is en beveelt appellante op die grond aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.

 

 

Stichting Reclame Code © 2009  |   Privacy Policy  |   Disclaimer
Home  |   Zoeken  |   English  |   RSS  |   Sitemap