a a a
 

Uitspraken

Alle uitspraken van de Reclame Code Commissie en het College van Beroep vanaf 2007 vindt u hier.

Status:

Dossiernr:

2021/00300

Datum:

16-12-2021

Uitspraak:

VT bevestigd (=Aanbeveling)

Product/dienst:

Vervoer

Motivatie:

Bijzondere Reclamecode

Medium:

Radio

De bestreden uiting

Het betreft een radiocommercial van Toyota, waarin door de voice-over het volgende wordt gezegd: “Lucht, het laat je leven, je kan niet zonder. Omdat we gaan voor een schonere lucht, werkt Toyota al generaties lang aan duurzame oplossingen, zoals de Toyota Corolla Hybrid. Alleen nog deze maand met upgrade naar Hybrid ter waarde van €2500,-. Ontdek meer op toyota.nl.”

 

De klacht

De klacht houdt in dat een auto met verbrandingsmotor (en dat heeft een hybride auto ook) per definitie zorgt voor uitstoot en dus niet voor een schone lucht kan zorgen. De claim “ga voor schone lucht” is volgens klager niet juist. In een reclame over een auto met verbrandingsmotor kan deze claim eigenlijk niet voorkomen. Dat kan in principe alleen bij uitstootvrije opties, zoals bijvoorbeeld een fiets. 

 

Het verweer

Volgens adverteerder stelt klager ten onrechte dat de gebruikte zin “ga voor schone lucht, ga voor Toyota hybride” zou zijn. De voice-over die wordt uitgesproken is als volgt: “omdat we gaan voor een schonere lucht werkt Toyota al generaties lang aan duurzame oplossingen, zoals de Toyota Corolla Hybrid”.

In de radiocommercial laat Toyota haar ambitie zien, waarbij de organisatie al lange tijd werkt aan duurzamere mobiliteitsproducten, waaronder waterstof elektrische auto’s of hybride elektrische auto’s. Dankzij de hybride modellen toont Toyota aan voorop te lopen als het gaat om het reduceren van CO2-uitstoot van auto’s. Toyota claimt niet dat dit de ‘meest duurzame’ oplossing is, omdat een volledig batterij elektrisch voertuig inderdaad duurzamer is dan een hybride elektrisch voertuig. Toyota claimt ook niet dat door het gebruik van een hybride elektrische auto een “schone lucht” ontstaat. In de radiocommercial is dan ook de tekst “we gaan voor een schonere lucht” opgenomen. Het is volgens adverteerder duidelijk dat wanneer er een vergelijking tussen duurzamere mobiliteitsproducten ten opzichte van auto’s met een traditionele verbrandingsmotor zou worden gemaakt, de eerste categorie voor een minder schone lucht zorgt. Traditionele verbrandingsmotoren veroorzaken immers meer CO2-uitstoot dan elektrisch hybride motoren.

Wanneer mensen de keuze maken om een waterstof elektrische auto of hybride elektrische auto te gebruiken, heeft dit tot gevolg dat de lucht schoner is dan wanneer deze mensen gebruik maken van een traditionele verbrandingsmotor, aldus adverteerder. Het is voor de gemiddelde consument duidelijk dat de claim van Toyota ziet op haar ambitie om meer duurzamere mobiliteitsproducten te ontwikkelen. Tot slot merkt Toyota op dat de betreffende reclame-uiting sinds 20 juni 2021 niet meer op de radio wordt uitgezonden.

 

Het oordeel van de voorzitter

De voorzitter heeft de klacht toegewezen en de reclame-uiting in strijd geacht met artikel 3 CVP, artikel 2 MRC en artikel 7 NRC. Zij heeft de toewijzing als volgt gemotiveerd.

In artikel 3 van de Code voor personenauto’s (CVP) staat onder meer: “In reclame-uitingen dient het gebruik van termen waarmee de auto wordt aangeprezen als een milieuvriendelijk product te worden vermeden. Kwalificaties die betrekking hebben op het bijdragen aan of bevorderen van een schoon milieu dienen nooit in hun absolute betekenis te worden gebruikt.”

De voorzitter acht in haar beslissing de bestreden uiting, vanwege het gebruik van de kwalificatie “gaan voor een schonere lucht” in relatie tot auto’s en in het bijzonder de aangeprezen auto van adverteerder, in strijd met artikel 3 CVP. Ingevolge deze bepaling dient het gebruik van termen waarmee de auto wordt aangeprezen als een milieuvriendelijk product, waartoe de claim ‘gaan voor een schonere lucht’ gerekend dient te worden, te worden vermeden.

Daarnaast acht de voorzitter de uiting onduidelijk voor de gemiddelde consument. De uiting wekt de indruk dat de auto’s van het merk Toyota voor schonere lucht zorgen, hetgeen de gemiddelde consument zal opvatten als een actieve verbetering van de luchtkwaliteit. Dat in feite wordt bedoeld dat de auto’s minder vervuilend zijn, blijkt niet uit de uiting en rechtvaardigt ook verder niet de claim “gaan voor een schonere lucht”. Hierdoor is sprake van misleiding als bedoeld in artikel 2 van de Milieu Reclame Code (MRC). Nu de gemiddelde consument er hierdoor bovendien toe kan worden gebracht een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet had genomen, is de uiting tevens misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

 

Het bezwaar tegen de beslissing van de voorzitter

Het bezwaar, zoals dit schriftelijk is ingediend en ter zitting mondeling is toegelicht, wordt als volgt samengevat.

Volgens adverteerder valt de kwalificatie “we gaan voor een schonere lucht” buiten de reikwijdte van artikel 3 CVP. Deze kwalificatie heeft immers geen betrekking op de auto’s van Toyota, maar op het bedrijf Toyota. De gemiddelde consument zal de zin “we gaan voor een schonere lucht” opvatten als een ambitie van Toyota om bij te dragen aan een schonere lucht, en niet als een kwalificatie waarmee een auto wordt aangeprezen.

Zelfs als de kwalificatie wordt gezien als aanprijzing voor een specifieke auto als een milieuvriendelijk product (waardoor de kwalificatie binnen de reikwijdte van de CVP zou vallen), dan nog is er volgens adverteerder geen sprake van strijd met artikel 3 CVP omdat de kwalificatie niet in zijn absolute betekenis (“schoon”) wordt gebruikt, maar wordt gesproken van “een schonere lucht”. Volgens adverteerder impliceren de woorden “Kwalificaties die betrekking hebben op het bijdragen aan of bevorderen van een schoon milieu dienen nooit in hun absolute betekenis te worden gebruikt” in artikel 3 CVP dat dergelijke kwalificaties in beginsel (wel) mogen worden gebruikt, omdat deze woorden anders betekenisloos zouden zijn.

Daarnaast strookt deze uitleg volgens adverteerder met het uitgangspunt van de CVP, zoals blijkt uit het bepaalde onder I CVP: “Het doel van deze Bijzondere Reclame Code is de reclame-uitingen af te stemmen op het overheidsbeleid inzake verkeersveiligheid, milieu en energiebesparing. Het beleid van de branche is er niet alleen op gericht auto’s op de markt te brengen die zo veilig, schoon en zuinig mogelijk zijn, maar evenzeer om een zo veilig, schoon en zuinig gebruik te bevorderen.” Het huidige overheidsbeleid inzake milieu blijkt volgens adverteerder onder meer uit de Leidraad duurzaamheidsclaims van de Autoriteit Consument en Markt (ACM). Dit beleid is er niet op gericht om het gebruik van kwalificaties of termen die betrekking hebben op-, bijdragen aan- of het bevorderen van een schoon milieu onmogelijk te maken, ook niet in relatie tot auto’s. Het beleid is er wel op gericht om misleidende milieuclaims te verbieden, maar dat sluit het gebruik van voornoemde kwalificaties niet uit. Volgens adverteerder is het gebruik van dergelijke termen en kwalificaties toegestaan, zolang de consument maar niet misleid wordt. Een andere opvatting is strijdig met het doel van de CVP.

Adverteerder betwist dat de gemiddelde consument de commercial zo zal begrijpen, dat de auto’s van Toyota de lucht actief verbeteren, zoals de voorzitter heeft geoordeeld. Een dergelijke actieve luchtverbeteringsfunctie zou revolutionair zijn; de gemiddelde consument zal niet snel verwachten dat sprake is van ‘actieve luchtverbetering’, als dat niet expliciet in de uiting wordt genoemd. Volgens adverteerder ligt het veel meer voor de hand dat de consument zal verwachten dat de Toyota Corolla Hybrid bijdraagt aan het verbeteren van de luchtkwaliteit, omdat deze auto minder uitstoot dan een vergelijkbare auto met een traditionele verbrandingsmotor. Adverteerder heeft documenten overgelegd die deze claim ondersteunen. Van een onduidelijke of onjuiste claim is volgens haar geen sprake.   

 

Het oordeel van de Commissie

1.

Het bezwaar van adverteer tegen de beslissing van de voorzitter richt zich -kort gezegd- op drie punten:

-de kwalificatie “we gaan voor een schonere lucht” valt buiten de reikwijdte van artikel 3 CVP,
– de kwalificatie wordt niet in zijn absolute betekenis (“schoon”) gebruikt,
– de gemiddelde consument zal door de uiting niet verwachten dat de auto’s van Toyota de lucht actief verbeteren.

2.

Voor wat betreft het eerste argument oordeelt de Commissie als volgt:  

In artikel 3 CVP staat: “In reclame-uitingen dient het gebruik van termen waarmee de auto wordt aangeprezen als een milieuvriendelijk product te worden vermeden. Kwalificaties die betrekking hebben op het bijdragen aan of bevorderen van een schoon milieu dienen nooit in hun absolute betekenis te worden gebruikt.”

3.

In de uiting wordt gezegd “omdat we gaan voor een schonere lucht, werkt Toyota al generaties lang aan duurzame oplossingen, zoals de Toyota Corolla Hybrid.” Daarmee wordt de Toyota Corolla Hybrid gepresenteerd als voorbeeld van één van de duurzame oplossingen van Toyota die voor ‘een schonere lucht’ zullen zorgen’. Op die manier wordt de Toyota Corolla Hybrid als een milieuvriendelijke auto aangeprezen, wat gelet op artikel 3 CVP dient te worden vermeden. Dat in de commercial gesproken wordt van ‘schonere’ in plaats van ‘schone’ lucht maakt voor de toepasbaarheid van artikel 3 CVP geen verschil, omdat met beide aanduidingen wordt gedoeld op producten die een positieve bijdrage aan het milieu leveren, oftewel milieuvriendelijk zijn.
 

4.

Daarnaast acht de Commissie de uiting onduidelijk voor de gemiddelde consument. De uiting wekt de indruk dat deze auto van het merk Toyota voor schonere lucht zorgt. Toyota heeft in dit verband onderzoeksresultaten overgelegd waaruit is af te leiden dat de Toyota Corolla Hybrid minder uitstoot dan andere auto’s met een traditionele verbrandingsmotor. Deze onderbouwing onderstreept hetgeen de voorzitter reeds overwoog: dat deze hybride auto ‘minder vervuilend’ is dan de auto’s waarmee is vergeleken. Uit het bezwaar en de daarbij aangeleverde onderzoeksresultaten is echter niet gebleken van een andere positieve bijdrage aan het milieu van deze hybride auto (waarmee dus ook op fossiele brandstof gereden kan worden en zodoende het milieu belast kan worden), zodat onduidelijk blijft wat de bijdrage van adverteerder is aan het handhaven en bevorderen van een schoon en veilig leefmilieu. Gelet op het voorgaande is de uiting in strijd met artikel 2 van de Milieu Reclame Code (MRC). Nu de gemiddelde consument er hierdoor bovendien toe kan worden gebracht een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet had genomen, is de uiting tevens misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

 

De beslissing

De Commissie bevestigt de beslissing van de voorzitter en acht de uiting in strijd met artikel 3 CVP, 2 MRC en artikel 7 NRC. Zij beveelt adverteerder aan niet meer op dergelijke wijze reclame te maken.

 

Hieronder volgt de uitspraak van de voorzitter d.d. 12 oktober 2021:

De bestreden uiting

Het betreft een radiocommercial van Toyota, waarin door de voice-over het volgende wordt gezegd:

“Lucht, het laat je leven, je kan niet zonder. Omdat we gaan voor een schonere lucht, werkt Toyota al generaties lang aan duurzame oplossingen, zoals de Toyota Corolla Hybrid. Alleen nog deze maand met upgrade naar Hybrid ter waarde van €2500,-. Ontdek meer op toyota.nl.”

 

De klacht

Een auto met verbrandingsmotor (en dat heeft een hybride auto ook) zorgt per definitie voor uitstoot en kan dus niet voor een schone lucht zorgen. De claim “ga voor schone lucht” is volgens klager niet juist. In een reclame over een auto met verbrandingsmotor kan deze claim eigenlijk niet voorkomen. Dat kan in principe enkel bij uitstootvrije opties, zoals bijvoorbeeld een fiets. 

 

Het verweer

Klager stelt volgens adverteerder ten onrechte dat de gebruikte zin “ga voor schone lucht ga voor Toyota hybride” zou zijn. De voice-over die wordt uitgesproken is als volgt: “omdat we gaan voor een schonere lucht werkt Toyota al generaties lang aan duurzame oplossingen, zoals de Toyota Corolla Hybrid”.

In de radiocommercial laat Toyota haar ambitie zien, waarbij de organisatie al lange tijd werkt aan duurzamere mobiliteitsproducten, waaronder waterstof elektrische auto’s of hybride elektrische auto’s. Dankzij de hybride modellen toont Toyota aan voorop te lopen als het gaat om het reduceren van CO2-uitstoot van auto’s. Toyota claimt niet dat dit de ‘meest duurzame’ oplossing is, omdat een volledig batterij elektrisch voertuig inderdaad duurzamer is dan een hybride elektrisch voertuig. Toyota claimt ook niet dat door het gebruik van een hybride elektrische auto een “schone lucht” ontstaat. In de radiocommercial is de tekst “we gaan voor een schonere lucht” opgenomen. Het is volgens adverteerder duidelijk dat wanneer er een vergelijking tussen duurzamere mobiliteitsproducten ten opzichte van auto’s met een traditionele verbrandingsmotor zou worden gemaakt, de eerste categorie voor een minder schone lucht zorgt. Traditionele verbrandingsmotoren veroorzaken immers meer CO2-uitstoot dan elektrisch hybride motoren.

Wanneer mensen de keuze maken om een waterstof elektrische auto of hybride elektrische auto te gebruiken, heeft dit tot gevolg dat de lucht schoner is dan wanneer deze mensen gebruik maken van een traditionele verbrandingsmotor, aldus adverteerder. Het is voor de gemiddelde consument duidelijk dat de claim van Toyota ziet op haar ambitie om meer duurzamere mobiliteitsproducten te ontwikkelen. Tot slot merkt Toyota op dat de betreffende reclame-uiting sinds 20 juni 2021 niet meer op de radio wordt uitgezonden.

 

Het oordeel van de voorzitter

1.    De klacht is gericht tegen een radiocommercial van Toyota. De voorzitter vat de klacht aldus op dat klager in het bijzonder bezwaar maakt tegen de mededeling “gaan voor een schonere lucht” (door klager abusievelijk verstaan als: “ga voor schone lucht”), nu dit volgens klager niet mogelijk is. De voorzitter overweegt als volgt.
 

2.    De voorzitter verwijst naar artikel 3 Code voor personenauto’s (CVP), waarin onder meer is bepaald:

“In reclame-uitingen dient het gebruik van termen waarmee de auto wordt aangeprezen als een milieuvriendelijk product te worden vermeden. Kwalificaties die betrekking hebben op het bijdragen aan of bevorderen van een schoon milieu dienen nooit in hun absolute betekenis te worden gebruikt.”

De voorzitter acht de bestreden uiting, vanwege het gebruik van de kwalificatie “gaan voor een schonere lucht” in relatie tot auto’s en in het bijzonder de aangeprezen auto van adverteerder, in strijd met artikel 3 CVP. Ingevolge deze bepaling dient het gebruik van termen waarmee de auto wordt aangeprezen als een milieuvriendelijk product, waartoe de claim ‘gaan voor een schonere lucht’ gerekend dient te worden, te worden vermeden.

3. Daarnaast acht de voorzitter de uiting onduidelijk voor de gemiddelde consument. De uiting wekt de indruk dat de auto’s van het merk Toyota voor schonere lucht zorgen, hetgeen de gemiddelde consument zal opvatten als een actieve verbetering van de luchtkwaliteit. Dat in feite wordt bedoeld dat de auto’s minder vervuilend zijn, blijkt niet uit de uiting en rechtvaardigt ook verder niet de claim “gaan voor een schonere lucht”. Hierdoor is sprake van misleiding als bedoeld in artikel 2 van de Milieu Reclame Code (MRC). Nu de gemiddelde consument er hierdoor bovendien toe kan worden gebracht een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet had genomen, is de uiting tevens misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

4.    De voorzitter beslist als volgt.

 

De beslissing

Op grond van het voorgaande acht de voorzitter de reclame-uiting in strijd met het bepaalde in artikel 3 CVP, artikel 2 MRC en artikel 7 NRC. De voorzitter beveelt adverteerder aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken
 

 

Opnieuw uitspraken zoeken

Op datum, dossiernummer, trefwoord of soort uitspraak of een combinatie van deze zoekopties.

*Verplicht in te vullen velden

Uitgebreid zoeken