a a a
 

Uitspraken

Alle uitspraken van de Reclame Code Commissie en het College van Beroep vanaf 2007 vindt u hier.

Dossiernr:

2011/01166

Datum:

14-02-2012

Uitspraak:

Aanbeveling

Product/dienst:

Overige

Motivatie:

Misl. Ontbrekende informatie

Medium:

Digitale marketing communicatie

Beslissing mbt klachtengeld

De procedure

Nadat namens klaagster (SRM) bezwaar was gemaakt tegen een reclame-uiting van ad­verteerder (Groupon), is aan klaagster gevraagd of klachtengeld wordt overgemaakt, onder verwijzing naar de klachtengeldregeling van de Stichting Reclame Code.

 

SRM deelt daarop mee dat de klacht is ingediend we­gens het maatschappelijke belang en dat zij weliswaar een B.V. is, maar toch als nut-beogen­de organisatie in de niet gesubsidieer­de sector dient te worden aan­ge­merk. De klacht is ingediend vanuit een “maatschap­pe­lijk getinte verontwaardiging” over de wijze waarop adverteerder reclame maakt. SRM is geen concurrent van Groupon en verzoekt om een kostenloze behandeling van de klacht.

 

De voorzitter van de Reclame Code Commissie heeft besloten de kwestie van het klachten-geld afzonderlijk te behandelen en daarop te beslissen.

 

De beoordeling

 

SRM heeft mee­gedeeld dat de klacht is ingediend wegens het maatschappelijk belang. Niet ge­steld of gebleken is echter dat het bewaken van dit belang tot de normale taak van SRM behoort. Naar de voorzitter op grond van de website van SRM begrijpt, exploiteert zij een onderne­ming die zich kennelijk op commerciële basis bezighoudt met het aanbieden van opleidingen op het gebied van Marke­ting, Interactieve Marketing, Marketingcommu­nicatie, Communicatie en Sales.

 

SRM kan op grond van het voorgaande niet worden aangemerkt als een organisatie als be­doeld in artikel 28 lid 3 aanhef en onder d van het Reglement van de Reclame Code Com­missie en het College van Beroep. Voorts gaat de voorzitter ervan uit dat de door SRM in­gediende klacht verband houdt met het door haar geëxploiteerde opleidingsinstituut, der­halve direct of indirect een commercieel doel dient. SRM is op grond van het voorgaande klachtengeld ver­schuldigd.

 

De beslissing van de voorzitter
 

 

Bepaalt dat SRM klachtengeld verschuldigd is. Het klachtengeld dient binnen veertien da­gen na dagtekening van deze beslissing in het bezit te zijn van de Stichting Reclame Code.

 

Beslissing inhoud

 

De bestreden reclame-uitingen

 

Het betreft de volgende fragmenten op de website http://works.groupon.nl:

 

  • Onder het kopje: “Heb je onze leden al ontmoet?” staan verschillende cirkeldiagrammen die – kennelijk – “Leeftijd”, “Opleiding”, “Burgerlijke staat”, “Geslacht”, “Beroep” en “Inkomen”van de ‘leden’ van adverteerder weergeven.

  • Onder het kopje: “Wat krijg je met Groupon wat je nergens anders krijgt” staat onder meer de tekst: “Ons jonge, gretige publiek ziet Groupon als een lifestyle-gids, wijzen op alle ‘hotspots’in hun eigen stad die ze daarvoor niet kende of nog nooit hadden geprobeerd! (…)”.

  • Onder “Wat bedrijven over Groupon zeggen” staat onder meer de tekst: “97% zouden Groupon weer gebruiken”.

De klacht

 

De klacht luidt, samengevat, als volgt.

 

De bewuste onderzoeksgegevens zijn in het geheel niet gebaseerd op onderzoek dat in Nederland is verricht. Uit in Nederland verricht marktonderzoek onder Groupon-gebruikers blijkt dat de samenstelling en de koopmotieven van de gebruikers in Nederland in belangrijke mate afwijken van de op de website genoemde gegevens.

 

Voorts is de stelling dat 97% van de ondernemers Groupon opnieuw zouden inzetten niet gebaseerd op onderzoek.

 

Klaagster is van oordeel dat aldus sprake is van misleidende reclame.

 

Het verweer

 

De klacht wordt gemotiveerd weersproken. Voor zover van belang voor de beslissing zal hierop in het oordeel nader worden ingegaan.

 

De mondelinge behandeling

 

De standpunten van klaagster en adverteerder worden door de genoemde aanwezigen mondeling nader toegelicht.

 

Het oordeel van de Commissie

 

Niet in geschil is dat de uitingen zijn gericht op Nederlandse bedrijven teneinde bij hen de mogelijkheid aan te prijzen reclame-uitingen te richten op de klanten van adverteerder. In verband daarmee wordt in de uitingen onder meer een gedetailleerd overzicht gegeven van dat klantenbestand, dat wil zeggen de klanten die door bedoelde bedrijven via adverteerder kunnen worden bereikt. Het betreft onder meer specifieke gegevens over de leeftijd, opleiding, beroep en inkomen, weergegeven in diverse cirkeldiagrammen. Voorts wordt in de uitingen verwezen naar meningen van klanten over adverteerder en de tevredenheid van bedrijven die inmiddels via adverteerder reclame hebben gemaakt. In de uitingen staat geen informatie over de wijze waarop bedoelde gegevens zijn verkregen en de nationaliteit van de klanten en bedoelde bedrijven.

 

Vaststaat dat voormelde gegevens specifiek betrekking hebben op het Amerikaanse klantenbestand van adverteerder. Dit blijkt niet uit de gewraakte uitingen. Door het ontbreken van die informatie zal het gemiddeld bedrijf waarop de uitingen zijn gericht in de veronderstelling verkeren dat het om gegevens gaat die betrekking hebben op Nederlandse klanten van adverteerder, althans dat het gaat om gegevens die relevant zijn om zich een goed geïnformeerd oordeel te kunnen vormen over de specifieke samenstelling van de doelgroep die via adverteerder kan worden bereikt. In verband met het laatste is van belang dat klager heeft gesteld dat uit in Nederland verricht marktonderzoek onder Groupon-gebruikers blijkt dat de samenstelling en koopmotieven van Nederlandse klanten belangrijk afwijken van de in de uitingen bedoelde gegevens. Adverteerder heeft dit niet weerlegd.

 

De Commissie acht het op grond van het laatste aannemelijk dat het ontbreken van informatie over de nationaliteit van het in de uitingen bedoelde klantenbestand de beslissing van het gemiddelde bedrijf over een transactie wezenlijk zal (kunnen) beïnvloeden en aldus effect zal (kunnen) hebben op het economische gedrag van dat bedrijf, en wel in deze zin dat bedrijven zullen besluiten advertenties te richten op klanten van adverteerder in de onjuiste veronderstelling dat zij daarmee een doelgroep bereiken die  is samengesteld als blijkt uit de uitingen. Daaruit volgt dat de informatie met betrekking tot het feit dat de gegevens in de uitingen specifiek betrekking hebben op de Amerikaanse markt, essentieel is in de zin van artikel 8.3 aanhef en onder c van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Door het ontbreken van die informatie is sprake van een omissie als bedoeld in dit artikel. Om die reden is de reclame misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC

 

De beslissing

 

Op grond van het voorgaande acht de Commissie de reclame-uitingen in strijd met het be­paal­de in artikel 7 NRC. Zij beveelt adverteerder aan om niet meer op een dergelijke wijze recla­me te maken.