a a a
 

Uitspraken

Alle uitspraken van de Reclame Code Commissie en het College van Beroep vanaf 2007 vindt u hier.

Dossiernr:

2008/08.0195

Datum:

29-10-2008

Uitspraak:

Afwijzing

Product/dienst:

Motivatie:

Medium:

Omschrijving:

Het betreft een telemarketinggesprek dat op 11 juli 2007 plaatsvond tussen klager en Pretium Telecom BV en een welkomstbrief.

De klacht

Klager bestrijdt dat tijdens het gesprek een overeenkomst met adverteerder is gesloten en dat hij heeft ingestemd met opzegging van zijn abonnement bij KPN. Klager stelt dat adverteerder zich voor KPN uitgaf. Klager benadrukt dat adverteerder de bandopname van het gesprek dient over te leggen.

De beslissing tot terzijdelegging

De voorzitter oordeelde dat het, gelet op eerdere uitspraken van de Commissie, niet in de verwachting ligt dat de Commissie de klacht zal toewijzen.

Het bezwaar tegen de terzijdelegging

Klager lichtte nader toe dat hij van mening is dat hij op misleidende wijze is benaderd waardoor onder valse voorwendselen een overeenkomst is gesloten. De getypte versie van het script van het telemarketinggesprek dat klager heeft ontvangen, herkent klager niet. Klager bestrijdt dat hem is medegedeeld dat het gesprek wordt opgenomen en dat een overeenkomst is gesloten. In werkelijkheid heeft klager twee keer gevraagd of adverteerder namens KPN belde, hetgeen werd bevestigd. Klagers naam is onjuist vermeld. Klager benadrukt nogmaals dat adverteerder de bandopname van het gesprek dient over te leggen.
Voorts vindt klager de welkomstbrief van adverteerder misleidend omdat daarin ten onrechte staat dat men bij adverteerder bespaart op abonnementskosten en men tegen bijzonder lage tarieven belt. Klager legt een kopie van de welkomstbrief over en een vergelijking van de tarieven tussen adverteerder en KPN.

Het verweer

Adverteerder gaat er van uit dat alleen de aanvullende klachten onderwerp van geschil zijn, omdat in de beslissing tot terzijdelegging staat dat de klacht geen aanleiding geeft tot behandeling.
Wat de abonnements- en beltarieven betreft, voert adverteerder gemotiveerd verweer.

De repliek

Klager constateert dat hij nog steeds de bandopname van het gesprek niet heeft ontvangen. Gelet hierop gaat klager ervan uit dat deze er niet is. De twee scrips die hij wel heeft ontvangen, zijn tijdens het bestreden gesprek niet gevolgd.

De mondelinge behandeling

De voorzitter deelde mee dat de Commissie de klacht beschouwt als zijnde gericht tegen het telemarketinggesprek en tegen de welkomstbrief.

Mr. Van der Steur voerde ten aanzien van de welkomstbrief gemotiveerd verweer.
Namens adverteerder wilde Mr. Van der Steur een geluidopname van het laatste deel van het telemarketinggesprek voor de Commissie afspelen om aan te tonen dat een overeenkomst tussen partijen tot stand is gekomen, maar de voorzitter liet dit niet toe, omdat adverteerder hiermee te laat komt. Klager heeft diverse malen zonder resultaat verzocht om een kopie van de geluidsopname en is er blijkens de repliek uiteindelijk van uit gegaan dat er geen opname is.

Het secretariaat van de Stichting Reclame Code heeft adverteerder c.q. de heer J.M.K. Nyks, op voorhand telefonisch verzocht om een kopie van de geluidopname te zenden maar deze zou niet bestaan. Nu klager voorts niet ter vergadering aanwezig is en dus niet op de geluidsopname kan reageren, wordt de geluidsopname niet toegelaten.

Desgevraagd bevestigde mr. Van der Steur dat het eerste inleidende deel van het gesprek niet is opgenomen. Adverteerder stelt zich terzake op het standpunt dat men in dat geval van het script dient uit te gaan.

Het oordeel van de Commissie (12 juni 2008)

De Commissie acht zich alleen bevoegd te oordelen over het telemarketinggesprek aangezien uitsluitend in dit gesprek met potentiële abonnees, door adverteerder reclame wordt gemaakt voor het bellen met Pretium Telecom.
De welkomstbrief is aan klager toegestuurd ter bevestiging van een in het telemarketinggesprek gesloten overeenkomst – hetgeen klager overigens bestrijdt – en deze brief heeft uitsluitend betrekking op deze tussen adverteerder en klager reeds tot stand gekomen overeenkomst en kan derhalve niet worden aangemerkt als een openbare aanprijzing.

Klager heeft gemotiveerd weersproken dat tijdens het bestreden telemarketinggesprek een overeenkomst met adverteerder is gesloten en dat klager heeft ingestemd met opzegging van zijn abonnement bij KPN. Klager heeft voorts gemotiveerd gesteld dat adverteerder desgevraagd meedeelde dat hij klager namens KPN het onderhavige abonnement aanbood. Adverteerder dient derhalve de juistheid resp. onjuistheid daarvan aan te tonen. Adverteerder heeft het gestelde niet c.q. onvoldoende weerlegd en heeft in het bijzonder nagelaten (tijdig) de geluidsopname van het telemarketinggesprek, die blijkens mededeling ter zitting van mr. Van der Steur kennelijk bestaat, over te leggen om zijn standpunt te onderbouwen. De Commissie verwerpt het standpunt van adverteerder dat aangenomen dient te worden dat het script door de telemarketing medewerker is gevolgd. Gelet op het voorgaande acht de Commissie aannemelijk dat klager behandeld is op de wijze zoals door hem uiteengezet.

Adverteerder heeft blijkens het voorgaande niet aan zijn verplichting als bedoeld in artikel 8.2 NRC (nieuw) voldaan. Meer specifiek moet het ervoor worden gehouden dat onjuiste dan wel geen duidelijke of dubbelzinnige informatie is verstrekt over de hoedanigheid van de adverteerder als bedoeld onder f van dat artikel en over de aard en gevolgen van het gesprek. Voorts is de Commissie van oordeel dat de gemiddelde consument hierdoor ertoe gebracht kan worden een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet zou hebben genomen. Om die reden is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC (nieuw).

De beslissing


Op grond van het voorgaande acht de Commissie het telemarketinggesprek in strijd met artikel 7 van de Nederlandse Reclame Code (nieuw). Zij beveelt adverteerder aan om niet meer op een dergelijke wijze een telemarketinggesprek te voeren.
Voor het overige wijst zij de klacht af.

De grieven

Pretium verzoekt het College de beslissing van de Commissie te vernietigen, omdat deze zowel wat betreft de wijze van totstandkoming als wat betreft de inhoud onaanvaardbaar is. De grieven kunnen als volgt worden samengevat.

Grief I.
Bij e-mail van 4 maart 2008 heeft geïntimeerde een klacht ingediend bij de Commissie, inhoudende samengevat dat Pretium zich tijdens het telemarketinggesprek op 10 juli 2007 heeft voorgedaan als KPN (hierna: “misleiding ter zake van de identiteit”).
Bij verder niet gedateerde brief van maart 2008 heeft de Commissie aan geïntimeerde meegedeeld deze klacht niet in behandeling te nemen, gelet op eerdere uitspraken van de Commissie. De Commissie heeft Pretium bij brief van 6 maart 2008 over deze beslissing geïnformeerd.
Bij brieven van 15 maart en 3 april 2008 heeft geïntimeerde nog meer klachten bij de Commissie ingediend. Zo zou Pretium ten onrechte stellen dat men altijd tegen de laagste kosten belt (hierna: “misleiding ter zake van de belkosten”), herkent geïntimeerde zich voorts niet in de transcriptie van het telemarketinggesprek en wenst hij ten slotte via de Commissie de bandopname van dit gesprek (hierna: “voice-log” en “bandopname”) te bemachtigen. Appellante legt de voice-log en de transcriptie over als producties 5 en 6.
Bij brief van 7 april 2008 heeft de Commissie geïntimeerde bericht dat uit zijn brieven van 15 maart en 3 april 2008 blijkt dat de klacht uitgebreider is dan de eerder ingediende klacht en dat deze klacht in behandeling is genomen. De Commissie heeft niet beslist dat de eerder ingediende klacht ten onrechte niet in behandeling is genomen en heeft Pretium niet in de gelegenheid gesteld om binnen 14 dagen bezwaar te maken tegen de (niet bestaande) toewijzing van het bezwaar van geïntimeerde tegen de terzijdelegging van de klacht. Appellante verwijst in dit verband naar pagina 11 van de brochure “De Nederlandse Reclame Code”.

Bij brief van 7 april 2008 heeft de Commissie Pretium verzocht te reageren op de klacht, neergelegd in de brieven van 15 maart en 3 april 2008.
Vervolgens heeft de gemachtigde van Pretium telefonisch en per mail contact gehad met de Commissie over onder meer het onderwerp en de omvang van de klacht.

Bij brief van 28 april 2008 heeft Pretium verweer gevoerd, waarna geïntimeerde bij brief van 4 mei 2008 heeft gerepliceerd. Bij brief van 6 mei 2008 is aan de gemachtigde van Pretium meegedeeld dat Pretium ter vergadering van 13 mei 2008 inhoudelijk op de repliek zou kunnen reageren.
Op 12 juni 2008 heeft de Commissie geoordeeld dat het door Pretium met geïntimeerde gevoerde telemarketinggesprek misleidend is zoals bedoeld in artikel 8.2 onder f NRC (nieuw). Volgens de Commissie “(..) moet het ervoor worden gehouden dat onjuiste dan wel geen duidelijke of dubbelzinnige informatie is verstrekt over de hoedanigheid van de adverteerder (..)”.
Appellante merkt ter zijde op dat de Commissie het gesprek ten onrechte heeft getoetst aan de nieuwe NRC, nu deze slechts geldt voor uitingen van na 12 december 2007.

Pretium is er bij het opstellen van het verweerschrift en de voorbereiding van de vergadering vanuit gegaan dat de Commissie de klacht betreffende “misleiding ter zake van de identiteit” niet zou behandelen. Pretium is hier gelet op de gevoerde correspondentie en de voor de Commissie geldende procedureregels terecht vanuit gegaan. Door voornoemde klacht toch te behandelen, heeft de Commissie gehandeld in strijd met haar eigen procedureregels.

Daarnaast heeft de Commissie gehandeld in strijd met fundamentele procedureregels door de bandopname -toen ter vergadering duidelijk werd dat zij de klacht over misleiding wel wilde behandelen- niet te willen beluisteren. De overwegingen hiertoe van de Commissie zijn onbegrijpelijk.
Ten eerste verkeerde Pretium in het gerechtvaardigde vertrouwen dat de klacht betreffende “misleiding ter zake van de identiteit” niet zou worden behandeld. Ten tweede is Pretium c.q. de heer Nyks niets bekend omtrent een verzoek van de Commissie tot toezending van de voicelog. Ten derde had de Commissie het bewijsaanbod van Pretium moeten aanvaarden, ongeacht de afwezigheid van geïntimeerde. Ten vierde heeft de Commissie Pretium bij brief van 6 mei 2008 juist bericht dat zij ter vergadering nog inhoudelijk kan reageren op de repliek.

Pretium concludeert dat
– de Commissie in strijd heeft gehandeld met haar eigen procedurevoorschriften en
– de procedure in strijd is met artikel 6 EVRM, omdat
a. de Commissie Pretium onjuist heeft voorgelicht over de klacht die zou worden behandeld;
b. Pretium niet in de gelegenheid is gesteld bezwaar te maken tegen de behandeling van die klacht en
c. De Commissie Pretium geweigerd heeft het beschikbare tegenbewijs te leveren.

Grief II.
De Commissie heeft ten onrechte geoordeeld dat het telemarketinggesprek misleidend en daardoor oneerlijk is in de zin van artikel 7 NRC (nieuw).
Anders dan de Commissie heeft overwogen, heeft Pretium wel degelijk duidelijkheid geboden ten aanzien van de in artikel 8.2 sub f genoemde elementen. Uit de voice-log en de transcriptie daarvan blijkt ondubbelzinnig dat geïntimeerde een overeenkomst is aangegaan met Pretium. Uit het door Pretium gehanteerde script en de voice-log van het gesprek met geïntimeerde blijkt dat de naam Pretium Telecom driemaal wordt genoemd en dat de naam KPN niet wordt genoemd. De voice-log en het script voldoen ook aan de door de OPTA geformuleerde voorwaarden. Nu het script volgens de voice-log volledig is gevolgd, moet worden aangenomen dat ook overigens het script volledig door Pretium is gevolgd.
Uit de voice-log en het script volgt dat ook ten aanzien van geïntimeerde van misleiding ter zake van de identiteit geen sprake is. Voorts is op de bandopname duidelijk te horen dat geïntimeerde akkoord gaat met:
– het aangaan van het jaarabonnement Pretium Basis;
– het automatisch bellen met Pretium Telecom en
– automatische incasso van de abonnements- en gesprekskosten.

Het antwoord in appel

Geïntimeerde heeft de grieven gemotiveerd weersproken.
Hij heeft onder meer het volgende opgemerkt.

De brief van 3 april 2008 bevat slechts een nadere toelichting op de e-mail van 4 maart 2008, dit naar aanleiding van de mededeling van de Commissie bij brief van “maart 2008” dat zij alleen gemotiveerde klachten behandelt. Van een nieuwe klacht is geen sprake.

In punt 9 van het beroepschrift wordt gesproken over een telemarketinggesprek tussen Pretium en geïntimeerde, gevoerd op 10 augustus 2007. Echter, geïntimeerde heeft op die datum geen gesprek gevoerd met Pretium.

De geluidsband is niet overeenkomstig de werkelijkheid; geïntimeerde is niet benaderd door een mevrouw, maar door een man, zich uitgevend voor medewerker van KPN. Met betrekking tot de voice-log merkt geïntimeerde nog dat hij het te volgen script niet herkent. Voorts wijst hij erop dat Pretium voorbij gaat aan de voorwaarden waaraan een voice-log dient te voldoen, wat betreft identificatieplicht en informatieplicht.

De repliek

Pretium heeft haar standpunt nader toegelicht.

Zij heeft onder meer het volgende meegedeeld.

Waar in het beroepschrift wordt gesproken over een telemarketinggesprek op 10 augustus 2007, is sprake van een duidelijke verschrijving. Elders in het beroepschrift en de bijlagen is de juiste datum genoemd, te weten 10 juli 2007.

De bij het beroepschrift overgelegde bandopname is een integrale onbewerkte kopie van de originele voice-log van het met geïntimeerde gevoerde gesprek. Dit blijkt ook uit de bij de repliek overgelegde verklaring van het telemarketingbureau dat het gesprek heeft gevoerd.

De dupliek

Geïntimeerde heeft zijn standpunt nader toegelicht.

De mondelinge behandeling

Het standpunt van Pretium is mondeling toegelicht.

Het oordeel van het College

Ten aanzien van de verschillende grieven overweegt het College het volgende.

Ad I.
Blijkens de als productie 2 bij het beroepschrift overgelegde brief aan geïntimeerde, gedateerd “maart 2008”, heeft de voorzitter van de Commissie de beslissing genomen om de klacht betreffende een telemarketinggesprek, neergelegd in de e-mail van geïntimeerde van 4 maart 2008 niet in behandeling te nemen, omdat deze -kort gezegd- soortgelijk is aan twee eerdere klachten die door de Commissie zijn afgewezen. Deze afgewezen klachten luidden -voor zover van belang- dat in een door Pretium gevoerd telemarketinggesprek ten onrechte de indruk werd gewekt dat het gesprek door KPN werd gevoerd.
Blijkens de als productie 3 bij het beroepschrift overgelegde brief van 6 maart 2008 heeft de Commissie Pretium van de beslissing van de voorzitter op de hoogte gebracht.

Bij brieven van 15 maart en 3 april 2008 (productie 4 bij het beroepschrift) heeft geïntimeerde zich wederom tot de Commissie gewend. In deze brieven stelt geïntimeerde het gevoel te hebben dat hij nog niet overtuigend is geweest en vergelijkt hij de gesprekstarieven van KPN en Pretium. Voorts haalt hij een welkomstbrief van Pretium aan, en wel een deel betreffende de tarieven van Pretium en stelt hij onder meer dat hij tweemaal heeft gevraagd of er namens KPN werd gebeld en dat werd bevestigd dat dit het geval was.
Bij brief van 7 april 2008 heeft de Commissie onder meer aan geïntimeerde meegedeeld:
“In antwoord op uw brieven van 15 maart en 3 april jl. deel ik u mee dat uw klacht in behandeling is genomen.
“Uw bezwaar, neergelegd in uw brieven van 15 maart en 3 april jl. gaat verder dan uw eerder ingediende klacht die niet in behandeling is genomen.
Nu uw klacht uitgebreider is betreft het geen dan wel niet uitsluitend een appel van een beslissing van de voorzitter, zodat u geen klachtengeld verschuldigd bent”.

Een kopie van deze brief is aan Pretium gezonden en in de begeleidende brief is onder meer vermeld:
“Wij ontvingen een klacht, gericht tegen een van u afkomstige reclame; een kopie van de tot op heden met klager gevoerde correspondentie treft u hierbij aan.
Klager gaat ervan uit dat deze wijze van adverteren in strijd is met de Nederlandse Reclame Code.
De Commissie ziet gaarne binnen 14 dagen na dagtekening van deze brief uw schriftelijke opmerkingen ten aanzien van de klacht tegemoet”.

Naar aanleiding van laatstgenoemde brief heeft mr. A. van der Steur, gemachtigde van Pretium, per e-mail van 15 april 2008 aan de Commissie voorgesteld overleg te plegen over het al dan niet vervolgen van de procedure. Zij heeft daartoe aangevoerd dat de brieven van 15 maart en 3 april 2008 primair zien op mededelingen in de welkomstbrief, dat de Commissie eerder, in dossier 07.0362, heeft beslist dat de welkomstbrief geen reclame-uiting is en dat nu geïntimeerde geen aanvullende –door de Commissie te beoordelen- klachten heeft geuit tegen het telemarketinggesprek, het niet in de verwachting ligt dat de Commissie een inhoudelijk oordeel zal geven.
In antwoord hierop heeft de Commissie bij e-mail van 18 april 2008 aan mr. Van der Steur -voor zover van belang- meegedeeld:
“De (naam geïntimeerde) heeft in zijn brief van 15 maart jl. ook bezwaar gemaakt tegen -kort gezegd- de prijsvermelding en de Commissie heeft ten aanzien daarvan, in dossier 07.0362, een aanbeveling gedaan. Hoewel klager in dit verband verwijst naar de welkomstbrief en niet naar de inhoud van het telemarketinggesprek, heeft de Commissie besloten de klacht toch in behandeling te nemen”.

In haar verweerschrift van 28 april 2008 is mr. Van der Steur er vervolgens vanuit gegaan dat het onderwerp van het geschil alleen de in de welkomstbrief staande tekst ten aanzien van de tarieven was.

Blijkens onderdeel 8 van de beslissing van de Commissie (“De mondelinge behandeling”):
– heeft de voorzitter van de Commissie ter vergadering meegedeeld dat de Commissie de klacht
beschouwt als zijnde gericht tegen het telemarketinggesprek en de welkomstbrief;
– heeft mr. Van der Steur ter vergadering ten aanzien van de welkomstbrief gemotiveerd verweer
gevoerd en
– is het mr. Van der Steur niet toegestaan om ter vergadering een geluidopname te laten horen van
het laatste deel van het telemarketinggesprek, ter onderbouwing van het standpunt van Pretium
dat tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen.

Naar het oordeel van het College valt uit de door partijen en de namens de Commissie vóór haar vergadering gevoerde correspondentie niet voldoende duidelijk op te maken waartegen Pretium zich diende te verweren. Niet voldoende duidelijk is gemaakt dat de Commissie zich ook zou buigen over het telemarketinggesprek en in het bijzonder over de klacht dat in dat gesprek ten onrechte de indruk zou worden gewekt dat het gesprek door KPN werd gevoerd. Het had op de weg gelegen van de Commssie deze duidelijkheid te scheppen omdat eerder aan partijen was meegedeeld dat de voorzitter van de Commissie deze klacht niet in behandeling had genomen en door geïntimeerde op dit punt om overleg is verzocht. Daar komt bij dat , toen ter vergadering werd aangegeven dat de Commissie ook een inhoudelijk oordeel over het telemarketinggesprek zou geven, aan de gemachtigde van Pretium ter vergadering niet is toestaan een geluidopname van het telemarketinggesprek te laten horen, ter onderbouwing van het standpunt van Pretium met betrekking tot het telemarketinggesprek. Ook hierdoor is Pretium in haar verdediging geschaad. De door de Commissie daartoe gegeven motivering is ontoereikend nu geïntimeerde, die tevoren te kennen had gegeven niet ter vergadering aanwezig te zijn, geacht kan worden daarmee afstand te hebben gedaan van zijn recht op wederhoor en de Commissie voorts de zaak had kunnen aanhouden.

Reeds om het bovenstaande kan de beslissing van de Commissie niet in stand blijven. Het College zal de zaak terugverwijzen naar de Commissie, teneinde de klacht, zoals die is neergelegd in de e-mail van klager van 4 maart 2008 en in zijn brieven van 15 maart en 3 april 2008, ten volle door de Commissie te laten behandelen, een en ander voor zover de klacht is gericht tegen een reclame-uiting in de zin van artikel 1 van de – in dezen toepasselijke – Nederlandse Reclame Code.

Ad II.
Gelet op het bovenstaande kan deze grief onbesproken blijven.

Tenslotte wijst het College nog op het volgende.
In haar beroepschrift stelt Pretium dat zij niet in de gelegenheid is gesteld om “binnen 14 dagen bezwaar te maken tegen de (niet bestaande) toewijzing van het bezwaar van geïntimeerde tegen de terzijdelegging van de klacht” en in dit verband verwijst zij naar pagina 11 van de brochure “De Nederlandse Reclame Code”. Kennelijk verwijst Pretium naar het gestelde in het hoofdstuk “9. Bezwaar tegen terzijdelegging en voorzitterstoewijzing”. In dit hoofdstuk wordt onder meer gewezen op de mogelijkheid voor een adverteerder om binnen 14 dagen bij de Commissie bezwaar te maken tegen een zogenaamde voorzitterstoewijzing. Echter, in dit geval is er geen sprake van een voorzitterstoewijzing.

De beslissing


Het College verwijst de zaak terug naar de Commissie.

Code Commissie:

De verdere beoordeling

Het College van Beroep heeft bij beslissing van 29 augustus 2008 de zaak naar de Commissie terugverwezen “teneinde de klacht, zoals die is neergelegd in de e-mail van klager van 4 maart 2008 en in zijn brieven van 15 maart en 3 april 2008, ten volle door de Commissie te laten behandelen, een en ander voor zover de klacht is gericht tegen een reclame-uiting in de zin van artikel 1 (…) Nederlandse Reclame Code.

De Commissie merkt in verband met het laatste op dat zij in de beslissing van 12 juni 2008 reeds heeft overwogen dat zij zich uitsluitend bevoegd acht te oordelen over het telemarketinggesprek, nu alleen dat gesprek als een reclame-uiting is aan te merken. De Commissie ziet geen aanleiding om op dit standpunt terug te komen. Op grond daarvan zal in deze beslissing uitsluitend nog worden ingegaan op het met klager gevoerde telemarketinggesprek en hetgeen klager specifiek ten aanzien van dat gesprek heeft aangevoerd, te weten dat adverteerder hem tegen zijn wil een nieuwe overeenkomst heeft laten sluiten door op misleidende wijze voor te wenden dat het telemarketinggesprek werd gevoerd namens KNP.

Voor zover klager bij zijn brief van 1 september 2008 nieuwe feiten en omstandigheden naar voren heeft gebracht, bevatten deze niet een nieuwe of gewijzigde klacht. Het gaat in plaats daarvan om een nadere onderbouwing van de stelling dat tussen partijen geen geldige overeenkomst tot stand is gekomen. Klager voert in dat verband aan dat adverteerder niet heeft gehandeld overeenkomstig de sinds 5 juli 2007 aangescherpte maatregelen van OPTA, op grond waarvan sprake moet zijn van een duidelijke en vastgelegde wilsuiting, waarbij dient te blijken dat de consument een contract
aangaat met een nieuwe aanbieder en toestemming geeft om namens hem het contract met de oude aanbieder op te zeggen. Voorts is volgens klager van belang dat de Geschillencommissie Telecommunicatie heeft beslist dat het voorgaande tot gevolg heeft dat geen geldige overeenkomst tussen partijen tot stand is gekomen. Adverteerder stelt primair dat hetgeen klager bij zijn brief van 1 september 2008 heeft aangevoerd niet relevant is voor de beoordeling van de klacht.

Dit primaire verweer treft doel. De door klager bij brief van 1 september 2008 aangevoerde feiten en omstandigheden hebben immers specifiek betrekking op de juridische vraag of er een rechtsgeldige overeenkomst tussen partijen bestaat, maar bevatten geen onderbouwing van zijn stelling dat adverteerder heeft voorgewend dat het telemarketinggesprek namens KPN werd gevoerd. Nu uitsluitend deze laatste kwestie ter beoordeling staat, laat de Commissie hetgeen klager bij zijn laatste brief heeft aangevoerd verder buiten beschouwing. Aangaande het telemarketinggesprek is het volgende van belang.

Ter vergadering van 30 september 2008 is de geluidsopname van het met klager gevoerde telemarketinggesprek afgespeeld. Klager stelt dat deze geluidsopname is gemanipuleerd, hetgeen volgens hem blijkt uit het feit dat op de geluidsopname een vrouwelijke in plaats van een mannelijke telemarketeer is te horen, terwijl er voorts onduidelijke achtergrondgeluiden zijn en er een groot verschil is in de geluidssterkte van beide personen. Adverteerder heeft daartegenover gemotiveerd gesteld dat de opname authentiek is. De Commissie kan niet vaststellen aan wiens zijde het gelijk in deze kwestie is. Aanwijzingen voor de juistheid van een van beide standpunten ontbreken. Een dergelijke aanwijzing kan ook niet worden gevonden in hetgeen aan de orde was tijdens de uitzending van Tros Radar op 29 september 2008, waarin werd ingegaan op de handelwijze van een bepaald bedrijf dat namens adverteerder de telemarketinggesprekken voerde. Adverteerder heeft gesteld dat de negatieve berichten in die uitzending een ander bedrijf betroffen dan het bedrijf dat het telemarketinggesprek met klager heeft gevoerd. Klager is niet ter zitting verschenen om ten overstaan van de Commissie op de nadere stellingen van adverteerder te reageren. Op grond van dit alles is de door klager gestelde manipulatie niet komen vast te staan. De Commissie gaat om die reden ervan uit dat de voicelog de authentieke vastlegging is van het met klager gevoerde telemarketinggesprek.

Niet is komen vast te staan dat de telemarketeer zich heeft voorgedaan als een telemarketeer van KPN. Klager stelt weliswaar dat dit het geval is, maar elke feitelijke onderbouwing van die stelling, die zou impliceren dat van het script is afgeweken, ontbreekt. Bij het beluisteren van het opgenomen gesprek is overigens gebleken dat de telemarketeer in zoverre het script heeft gevolgd. Het script van het niet opgenomen gedeelte van het gesprek luidt onder meer als volgt:

U spreekt met [naam agent] van Pretium Telecom. (…)
U kunt zowel bellen met Pretium Telecom als het abonnement afsluiten voor uw vaste telefoon, door nieuwe regels van OPTA, de telecom toezichthouder.
Hierdoor heeft u het gemak van één telefoonrekening. En u bespaart een vast bedrag per maand. Want het Pretium Telecom abonnement is goedkoper dan het vergelijkbare abonnement bij KPN. Pretium Telecom is bovendien de enige in de markt met een unieke garantie die u de laagste telefoonrekening per maand garandeert.
Als u niet de laagste telefoonrekening heeft, betaalt Pretium u dubbel het verschil uit (…)
Ons Pretium Basis abonnement kost slechts
€ 16,45 per maand om plaats van € 18,16 van Belbasis van KPN. (…) Zal ik u voor het Pretium Basis abonnement aanmelden?

De marketeer dient zich ingevolge het script bekend te maken als een “agent” van Pretium Telecom. Daarmee is naar het oordeel van de Commissie voor de consument voldoende duidelijk dat het gesprek wordt gevoerd namens adverteerder. Ook uit de verdere inhoud van het script blijkt dat het gesprek namens adverteerder wordt gevoerd. Voor zover in het script wordt verwezen naar KPN, kan niet worden gezegd dat dit op een zodanige wijze gebeurt dat de gemiddelde consument adverteerder met KPN zal vereenzelvigen. Integendeel, er wordt in het script juist een tegenstelling gemaakt tussen het product van adverteerder en KPN. Aldus wordt in het script een voldoende duidelijk onderscheid gemaakt tussen adverteerder en KPN respectievelijk de door hen beide aangeboden diensten.

Nu niet is komen vast te staan dat de desbetreffende telemarketeer in dit geval van het script is afgeweken, moet het ervoor worden gehouden dat klager voldoende is geïnformeerd over het feit dat het telemarketinggesprek in opdracht van adverteerder plaatsvond. Voorts is in het gesprek voldoende duidelijk gemaakt dat daarbij geen aanbod namens KPN wordt gedaan maar namens een andere telecomaanbieder, te weten adverteerder. Blijkens het door adverteerder overgelegde transcript van het met klager gevoerde telefoongesprek is klager er mee akkoord gegaan dat hij met adverteerder (Pretium Telecom) zou gaan bellen. De klacht wordt derhalve, in tegenstelling tot hetgeen eerder is beslist, alsnog afgewezen. De Commissie kan klager niet in de kosten van de procedure veroordelen.

De beslissing

De Commissie wijst de klacht alsnog af.

Opnieuw uitspraken zoeken

Op datum, dossiernummer, trefwoord of soort uitspraak of een combinatie van deze zoekopties.

*Verplicht in te vullen velden

Uitgebreid zoeken