a a a
 

Uitspraken

Alle uitspraken van de Reclame Code Commissie en het College van Beroep vanaf 2007 vindt u hier.

Dossiernr:

2007/06.0303

Datum:

29-08-2007

Uitspraak:

Aanbeveling

Product/dienst:

Motivatie:

Medium:

Omschrijving:

Het betreft de uitingen om mee te spelen aan een kansspel van Unibet en Zoomin.tv. op www.nu.nl.

De klacht

Nederlands Omroepproductie Bedrijf (NOB) Holding N.V. (hierna NOB) dan wel de Staat der Nederlanden, die 100% van de aandelen van NOB in handen heeft, verspreidt via internet reclame voor een illegaal product, te weten gokken zonder vergunning. Dit laatste is in strijd met de wet en derhalve met artikel 2 van de Nederlandse Reclame Code (NRC).

Zoom.in stelt reclame-ruimte beschikbaar voor illegale doeleinden. Hoewel zij daarvan op de hoogte is, onderneemt zij daartegen geen actie. Gelet hierop maakt zij reclame voor gokken zonder Nederlandse vergunning, althans is zij daaraan medeplichtig.

Unibet London Ltd. (hierna Unibet) maakt zich schuldig aan het maken van reclame voor gokken zonder vergunning en derhalve aan het maken van reclame in strijd met de wet.

Het verweer

NOB levert diensten op het gebied van audiovisuele facilitaire dienstverlening, zowel in de vorm van apparatuur als personeel. Zo levert zij infrastructuur-diensten aan Zoomin TV, opdat deze haar informatie via verschillende media kan verspreiden. Voor het leveren van infrastructuur-diensten wordt gebruik gemaakt van URLwww.nob.nl. Verweerster sub I heeft geen enkele bemoeienis met of betrokkenheid bij de samenstelling van de informatie. Zij maakt derhalve geen reclame voor Unibet. Klagers conclusie dat de activiteiten van Unibet illegaal zijn, is prematuur, aangezien van een veroordeling terzake geen sprake is.

Zoom.in stelt allereerst dat de klacht niet tegen haar is gericht. Zij kan ook niet als adverteerster worden aangemerkt. Zij is een videodienst die nieuwsvideo’s levert aan websites. Deze video’s worden met enige regelmaat voorafgegaan door reclameboodschappen, die afkomstig zijn van adverteerders die daarvoor bij haar ruimte inkopen. Zoom.in is niet verantwoordelijk voor de inhoud van die reclameboodschappen.
Voor zover nodig deelt Zoom.in mee dat Unibet een in Engeland gevestigde beursgenoteerde onderneming is die zich bezig houdt met het aanbieden van kansspelen via internet en beschikt over de noodzakelijke vergunningen. Dat geen Nederlandse vergunning is afgegeven, betekent niet dat Unibet in strijd met de Nederlandse Wet op de Kansspelen (WoK) haar diensten aanbiedt. De WoK is op dit punt onverenigbaar met het gemeenschapsrecht, meer in het bijzonder met artikel 49 van het EG-verdrag. Waar de Europese Commissie het Nederlandse systeem afkeurt, de rechtspraak een wisselend beeld laat zien en de Minister strengere maatregelen aankondigt zonder dat duidelijk is welke dat zijn en waar deze betrekking op hebben, dient de Commissie zich terughoudend op te stellen.

Unibet stelt primair dat de Commissie niet bevoegd is over de uiting te oordelen. Aangezien de klacht zich richt tegen een grensoverschrijdende reclame-uiting die afkomstig is van een in Engeland gevestigde organisatie, dient de Commissie de zaak te verwijzen naar the Advertising Standards Authority (ASA), de in Engeland gevestigde zelfreguleringsorganisatie.
Subsidiair stelt Unibet dat het verplicht stellen van een vergunning aan in andere lidstaten gevestigde vergunninghoudende aanbieders van kansspelen een beperking is in de zin van 49 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap.

Teneinde haar standpunt nader toe te kunnen lichten, verzoekt zij -voor het geval de Commissie zich, in weerwil van het door haar aangevoerde, bevoegd acht kennis te nemen van de klacht tegen haar- de Commissie een nieuwe datum voor behandeling van de zaak te bepalen.

De re- en dupliek

Klager en verweersters sub I en II handhaafden hun standpunt.

Mondelinge behandeling

Klager en verweerster sub II hebben hun standpunt nader toegelicht.
Klager legde daarbij pleitaantekeningen over.

Het oordeel van de Commissie (29 augustus 2006)

De Commissie heeft ten aanzien van de klacht tegen verweerster sub I het volgende overwogen.

NOB verleent audiovisuele facilitaire diensten, waaronder infrastructuur, voor het verspreiden van informatie, waaronder reclame. Zij maakt daarmee het maken van reclame via audiovisuele media technisch mogelijk, doch zij kan niet verantwoordelijk worden geacht voor de (inhoud van de) gewraakte reclame-uiting, voor de verspreiding waarvan gebruik wordt gemaakt van haar diensten.

De Commissie acht Zoom.in evenmin verantwoordelijk voor de inhoud van de gewraakte reclame-uiting. Haar bemoeienis beperkt zich tot het ter beschikking stellen van reclame-ruimte en kan niet geacht worden zich uit te strekken tot de wijze waarop reclame wordt gemaakt.

Met betrekking tot het primair door verweerster sub III tegen de klacht naar voren gebrachte verweer, overweegt de Commissie dat, nu de uiting in Nederland openbaar is gemaakt en daartegen door een Nederlandse consument is geklaagd, er geen sprake is van grensoverschrijdende reclame.
Zoom.in is een videonieuwsdienst die vanuit haar vestigingsplaats Amsterdam verschillende landen bedient. De uitgaven per land verschillen zowel naar taal als naar inhoud. De onderhavige uiting is geplaatst op de voor Nederland bestemde uitgave, zoals blijkt uit het gebruik van de Nederlandse taal en de onderwerpen die kunnen worden geopend (zoals “TBS inrichting Nederland” en “Gouda geeft gratis …”). Voorts is de uiting van verweerster sub III in de Nederlandse taal gesteld en is deze niet geplaatst in een medium dat verspreid wordt in een ander land dan waarin klager kennis neemt van de uiting (EASA Blue Book 4th edition, The EASA Cross-border complaints system).
De uitgave waarin verweerster sub III haar uiting heeft doen plaatsen, wordt verspreid in Nederland en dient derhalve te worden getoetst aan de in Nederland geldende regelingen, de Nederlandse Reclame Code daaronder begrepen. In een geval als dit moet verweerster sub III beschouwd worden als een in het buitenland gevestigde organisatie die haar product op de Nederlandse markt aanprijst in een medium dat zich richt op de Nederlandse markt en dat verspreid wordt in Nederland.
Gelet hierop acht de Commissie zich bevoegd de onderhavige uiting aan de Nederlandse Reclame Code (NRC) te toetsen. Het feit dat verweerster een in Engeland gevestigde onderneming is, betekent niet dat de Commissie niet bevoegd is over de uiting te oordelen.

De Commissie stelt Unibet, conform haar secundair gedane verzoek, in de gelegenheid haar standpunt nader schriftelijk toe te lichten binnen drie weken na dagtekening van deze uitspraak.
Vervolgens zal klager in de gelegenheid worden gesteld daarop te reageren.

De beslissing

Op grond van het vorenstaande beslist de Commissie als volgt:
– zij wijst de klacht af voor zover deze gericht is tegen NOB en Zoom.in,
– stelt Unibet in de gelegenheid haar standpunt binnen drie weken na dagtekening van deze uitspraak nader schriftelijk toe te lichten en
– houdt de beslissing voor het overige aan.

Het College van Beroep heeft de uitspraak van de Code Commissie v.w.b. NOB en Zoom.in op 30 november 2006 bevestigd.


Regeling:

artikel 2 NRC

Het verweer

Unibet handhaaft hetgeen door haar bij brief van 14 augustus 2006 reeds tegen de klacht naar voren is gebracht, te weten dat:
1. artikel 1 sub a en b van de Wet op de Kansspelen (WOK) in strijd is met artikel 49 EG-Verdrag en
2. de Europese Commissie Nederland hierop heeft aangesproken en dat deze procedure nog loopt.
Voorts verwijst verweerster naar de Memorie van Grieven in de procedure in hoger beroep tussen MrBookmaker.com Ltd en de Stichting de Nationale Sporttotalisator bij het Gerechtshof te Arnhem.
Unibet verzoekt primair de klacht af te wijzen en subsidiair deze aan te houden totdat in rechte is vastgesteld dat verweerster, die over een Engelse vergunning beschikt, een Nederlandse vergunning behoeft om haar kansspelen in Nederland aan te bieden.

De repliek

Klager handhaaft zijn bezwaar.

Mondelinge behandeling

Mr. Van Schaik lichtte het standpunt van verweerster nader toe en legde pleitaantekeningen over.

Het oordeel van de Commissie (17 april 2007)

Zoals de Commissie in haar uitspraak van 29 augustus 2006 overwoog, richt verweerster zich in de onderhavige uiting tot de Nederlandse consument, nu de uiting door middel van een Nederlands medium in een voor Nederland bestemde uitgave openbaar is gemaakt en in de Nederlandse taal is gesteld.

Klager stelt zich op het standpunt dat verweerster in strijd handelt met artikel 1 van de WOK nu zij niet beschikt over een vergunning als bedoeld in de WOK.
Ingevolge artikel 1 aanhef en onder a van de WOK is het verboden om gelegenheid te geven om mee te dingen naar prijzen of premies, indien de aanwijzing der winnaars geschiedt door enige kansbepaling waarop de deelnemers in het algemeen geen overwegende invloed kunnen uitoefenen, tenzij daarvoor ingevolge deze wet vergunning is verleend.
Unibet heeft niet betwist een kansspel als bedoeld in deze bepaling aan te bieden. Nu zij niet beschikt over een vergunning als bedoeld in eerdergenoemde bepaling is de uiting in strijd met de wet en derhalve met artikel 2 van de Nederlandse Reclame Code.

Unibet stelt zich op het standpunt dat artikel 1 van de Wok in strijd is met artikel 49 EG-Verdrag ingevolge welke bepaling het vrije dienstenverkeer tussen lidstaten niet mag worden belemmerd, uitzonderingen daargelaten.
Na de zitting, te weten op 14 maart 2007 heeft de Raad van State beslist op de hoger beroepen van de Minister van Justitie en de Minister van Economische zaken en de stichting “Nationale Stichting tot Exploitatie van Casinospelen in Nederland” in de zaak betreffende de door de “Compagnie Financière Régionale S.A.” gevraagde vergunning voor het organiseren van een speelcasino te Bergen op Zoom (uitspraak nr 200600283/1,LJN: BA 0670). Verweerster heeft op deze ontwikkeling nog niet kunnen reageren. De Commissie stelt haar daartoe alsnog in de gelegenheid. Verweerster kan desgewenst van de gelegenheid gebruik maken tevens commentaar te leveren op de brief van de Minister van Justitie van 12 juni 2006 (kenmerk 5429586/06/6) naar aanleiding van de ingebrekestelling van de Europese Commissie van 4 april 2006.

De beslissing

De Commissie stelt verweerster 14 dagen in de gelegenheid te reageren op bovenstaande stukken.

De reactie van verweerster

Unibet handhaaft haar standpunt en licht dit nader toe.
Unibet stelt daarbij in de eerste plaats dat van een gerechtvaardigde beperking van het in artikel 49 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap (EG) verankerde recht op het vrij verrichten van diensten binnen de Gemeenschap geen sprake is. Voorts betreft de uitspraak van de Raad van State de verenigbaarheid van artikel 27h lid 1 van de Wet op de Kansspelen (WoK) met artikel 49 EG en verschaft de uitspraak geen duidelijkheid over de verenigbaarheid van artikel 1 WoK met artikel 49 EG.

Het oordeel van de Commissie

Op grond van hetgeen door Unibet tegen de klacht naar voren is gebracht, valt niet uit te sluiten dat artikel 1 WoK in strijd zal blijken te zijn met artikel 49 EG.
Thans is het echter op grond van artikel 1, aanhef en onder a, van de WoK, bijzondere omstandigheden daargelaten, verboden om zonder vergunning gelegenheid te geven deel te nemen aan een kansspel. Nu Unibet ten tijde van het indienen van de klacht zonder vergunning via internet een kansspel aanbood aan Nederlandse ingezetenen, hen daarmee gelegenheid gevende direct aan dit kansspel deel te nemen, handelde zij in strijd met artikel 1 WoK en daarmee tevens in strijd met artikel 2 van de Nederlandse Reclame Code.

De beslissing

Op grond van het vorenstaande acht de Commissie de uiting in strijd met artikel 2 NRC en beveelt zij Unibet aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken

Opnieuw uitspraken zoeken

Op datum, dossiernummer, trefwoord of soort uitspraak of een combinatie van deze zoekopties.

*Verplicht in te vullen velden

Uitgebreid zoeken