a a a
 

Uitspraken

Alle uitspraken van de Reclame Code Commissie en het College van Beroep vanaf 2007 vindt u hier.

Dossiernr:

2008/01229

Datum:

28-01-2009

Uitspraak:

Aanbeveling

Product/dienst:

Overige

Motivatie:

Verspreiding

Medium:

Direct marketing (niet digitaal)

 De bestreden uiting

 

Het betreft geadresseerde reclame (een mailing d.d. 29 oktober 2008) voor het pro­duct ”Alles-in-1 Plus” van adverteerder. Met dit product kan men televisie kijken, bellen en internetten.

 

De klacht

 

Klager heeft in 2003 aan de rechtsvoorganger van adverteerder (@Home) meegedeeld dat hij geen geadresseerde reclame wenst te ontvangen. Adverteerder heeft aan klager bevestigd dat bestaande blokkeringen na de fusie zijn overgenomen. Desondanks ont­ving kla­ger de ge­wraakte mailing. Het feit dat hij geadresseerde reclame blijft ontvangen acht klager in strijd met artikel 14 Code Brievenbusreclame, huissampling en direct res­ponse advertising (CBR), alsmede in strijd met de artikelen 2 respectievelijk 5, 7 en 14.2 van de Nederlandse Reclame Code (NRC) nieuw. Voorts stelt klager dat adverteerder heeft gehandeld in strijd met artikel 8.3 NRC (nieuw), omdat er een compliance regeling is, alsmede in strijd met artikel 11.1 NRC (nieuw) nu in de brief niet het woord “recla­me” of “advertentie” staat. Verder heeft adverteerder gehandeld in strijd met artikel 8.2 NRC (nieuw), omdat in de mailing ten onrechte de suggestie wordt gewekt dat deze alle mo­ge­lijke extra’s opsomt. Dit is dus niet ondubbelzinnig. Ook de korting van 100 euro die onder­aan de brief staat, is dubbel­zinnig. Tot slot ontbreekt de geo­grafische plaats van adverteerder, zoals voor­geschreven in artikel 8.4 onder b NRC (nieuw) en artikel 2 CBR.

 

 Het verweer

Als gevolg van de fusie tussen Casema, Multikabel en @Home heeft er in 2008 een in­grijpende datamigratie plaatsgevonden. Hierbij zijn de gegevens van miljoenen klanten naar een nieuwe database verplaatst. Adverteerder sluit niet uit dat daarbij de registra-tie dat klager geen geadresseerde reclame wenst te ontvangen, is verloren gegaan.

De repliek

Klager verzoekt de uitspraak openbaar te maken door middel van een persbericht, als­ook te onderzoeken wel­ke gevolgen dit heeft voor de bestaande compliance regeling.

De dupliek

Adverteerder tracht alle problemen die zijn veroorzaakt door de fusie te verhel­pen.

Het oordeel van de Commissie

Vaststaat dat klager een mededeling als bedoeld in artikel 14 CBR heeft gedaan en dat adverteerder als gevolg daarvan geen geadresseerde reclame aan klager mag toe­zenden. Nu klager desondanks geadresseerde reclame van adverteerder heeft ontvan­gen, heeft adverteerder artikel 14 CBR overtreden. In zoverre treft de klacht doel. Klager heeft verzocht deze beslissing openbaar te maken. De Com­missie ziet daartoe op dit mo­ment onvoldoende aanleiding, nu zich de bijzondere situatie voor­doet dat blijkbaar als gevolg van een fusie de registratie dat klager geen geadres­seerde reclame wenst te ont­vangen nog niet in de gegevensbestanden van adverteerder stond.

 

De klacht met betrekking tot het geografische adres van adverteerder is gegrond. Ingevolge artikel 2 CBR kan adverteerder in een mailing niet volstaan met het noemen van een postbusnummer. Weliswaar wordt in de mailing ook verwezen naar de website van adverteerder, te we­ten www.ziggo.nl, maar adverteerder kan hier­mee niet volstaan, nog los van het feit dat niet is gesteld of geble­ken dat langs deze weg op eenvoudige wij­ze het geografi­sche adres van adverteerder kan worden gevonden. Adverteerder heeft blijkens dit alles tevens gehandeld in strijd met 8.4 aan­hef en onder b NRC (nieuw).

 

Klager acht het feit dat hij ondanks de blokkade geadresseerde reclame van adver­teerder ontvangt tevens in strijd met de door hem genoemde artikelen van de Neder­land­se Reclame Code en de bijzondere reclamecodes. De Commissie is echter van oordeel dat die verdere klachten geen doel treffen, omdat:

– een herhaalde schending van een bepaling van de Nederlandse Reclame Code door een adverteerder niet tot het

  oordeel kan leiden dat reeds daardoor sprake is van strijd met de goede smaak en het fatsoen, of dat daardoor het

  vertrouwen in de reclame wordt geschaad respectievelijk sprake is van misleidende of agressieve reclame,

– de Commissie niet oordeelt over de vraag of een compliance-regeling is geschonden,

– geen sprake is van strijd met artikel 11.1 NRC (nieuw), aangezien uit de brief duidelijk blijkt dat deze reclame bevat,

– de door klager aangevoerde feiten en omstandigheden niet tot het oordeel leiden dat sprake is van on­juiste, onduidelijke

  of dubbelzinnige informatie als bedoeld in artikel 8.2 Nederlandse Reclame Code, terwijl ook niet kan worden gezegd dat

  de gewraakte uitingen de gemiddelde consument ertoe kan brengen een besluit over een transactie te nemen, dat hij

  anders niet had genomen.

 

 De beslissing

 

Op grond van hetgeen onder 7.1 en 7.2 is overwogen, acht de Commissie de uiting in strijd met artikel 2 CBR, 14 CBR en 8.4 aanhef en onder b NRC (nieuw). Zij beveelt adverteerder aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.

De Commissie wijst de klacht voor het overige af.

 

 

Opnieuw uitspraken zoeken

Op datum, dossiernummer, trefwoord of soort uitspraak of een combinatie van deze zoekopties.

*Verplicht in te vullen velden

Uitgebreid zoeken