a a a
 

Uitspraken

Alle uitspraken van de Reclame Code Commissie en het College van Beroep vanaf 2007 vindt u hier.

Dossiernr:

2015/00803

Datum:

17-12-2015

Uitspraak:

VT bevestigd (=Aanbeveling)

Product/dienst:

Uitzenden/ICT

Motivatie:

Uitnodiging tot aankoop

Medium:

Digitale marketing communicatie

 

De Reclame Code Commissie [17 december 2015]

Het bezwaar tegen de beslissing van de voorzitter

KPN heeft – samengevat weergegeven – aangevoerd dat zij zich houdt aan de geldende wet- en regelgeving, met name aan Richtlijn 2011/83/EU (geïmplementeerd in artikel 6:230g en verder Burgerlijk Wetboek) en aan Richtlijn 2005/29/EG (de Richtlijn Oneerlijke Handelspraktijken, geïmplementeerd in artikel 6:193b en verder Burgerlijk Wetboek). Ook houdt KPN zich aan de vereisten als omschreven in artikel 8.4 NRC. Uit artikel 7 van de Richtlijn Oneerlijke Handelspraktijken volgt – kort gezegd – dat sprake is van een misleidende omissie indien essentiële informatie is weggelaten die de gemiddelde consument nodig heeft om een geïnformeerd besluit over de transactie te nemen èn die de gemiddelde consument ertoe brengt of kan brengen een besluit over een transactie te nemen dat hij anders niet had genomen. In artikel 7 lid 4 van de Richtlijn Oneerlijke Handelspraktijken wordt een opsomming gegeven van die informatie die essentieel wordt geacht. KPN handelt niet in strijd met deze bepalingen. De reclame-uiting op haar website geeft alle (wettelijk vereiste) essentiële informatie. De gemiddelde consument wordt er niet toe gebracht een besluit over een transactie te nemen dat hij niet zou hebben genomen als de informatie zoals de RCC voorstelt (blijkens de beslissing van de voorzitter van 19 oktober 2015) zou zijn opgenomen. De consument wordt derhalve niet misleid.
KPN wijkt voorts niet af van de wijze van adverteren door andere bedrijven in de branche. Het betreft een gangbare wijze van communiceren in de markt.
Voor de gemiddelde consument is duidelijk dat de contractsduur minimaal 1 of 2 jaar is en dat hij daarna de overeenkomst maandelijks kan opzeggen. KPN heeft dit opgenomen in artikel 2.7 van haar algemene voorwaarden. Het is toegestaan verplichte informatie (dus ook de op grond van artikel 6:230 sub o Burgerlijk Wetboek verplichte informatie over de duur van de overeenkomst) in een gelaagde structuur aan te bieden. De contractsduur volgt in dit geval duidelijk uit de reclame-uiting en dit wordt nader uitgewerkt in de algemene voorwaarden. Daarin zijn bepalingen opgenomen over de opzegmogelijkheid, over hoe opgezegd moet worden en over wat er gebeurt als er niet wordt opgezegd. Een consument moet voor het afronden van zijn bestelling aanvinken dat hij akkoord is met de algemene voorwaarden.
Tot slot voert KPN aan dat in de beslissing van de voorzitter van de RCC voorbij wordt gegaan aan het belang van de consument dat hij er na de initiële contractsperiode niet abrupt mee geconfronteerd wordt dat hij niet meer telefonisch bereikbaar is of van het internet gebruik kan maken.

Het oordeel van de Commissie

1) Uitgangspunt bij de beoordeling door de Commissie is artikel 8.4 NRC. Hierin is opgenomen dat op duidelijke en begrijpelijke wijze de volgende essentiële informatie moet worden verstrekt:

(…)
m. de duur van de overeenkomst, voor zover van toepassing, of, wanneer de overeenkomst voor onbepaalde duur is of stilzwijgend vernieuwd wordt, de voorwaarden voor het opzeggen van de overeenkomst;
(…)

2) In de bestreden reclame-uiting ontbreekt de essentiële informatie dat de overeenkomst gedurende de minimumduur niet kan worden opgezegd, alsmede de informatie dat de overeenkomst na de minimumduur stilzwijgend wordt voortgezet. De Commissie acht de reclame-uiting dan ook in strijd met artikel 8.4 aanhef en onder m NRC.
Dat KPN de ontbrekende informatie in haar algemene voorwaarden heeft opgenomen, maakt het voorgaande niet anders. Artikel 8.4 van de NRC is gegrond op Richtlijn 2011/83/EU en in die richtlijn is opgenomen, zoals ook door de voorzitter overwogen, dat de consument de bedoelde informatie kan zien en lezen onmiddellijk voordat hij de bestelling plaatst, zonder de pagina die hij hiervoor gebruikt te moeten verlaten (zie hoofdstuk 5.2.1 pagina 37 onderaan Leidraad betreffende Richtlijn 2011/83/EU). In de genoemde richtlijn is niet de eis opgenomen dat de gemiddelde consument door het ontbreken van de informatie ertoe wordt gebracht (of kan worden gebracht) een besluit over een transactie te nemen dat hij anders niet had genomen. Dit maakt dat de Commissie eveneens voorbij dient te gaan aan het bezwaar van KPN dat het de gemiddelde consument duidelijk is dat de contractsduur minimaal 1 of 2 jaar is en dat hij daarna de overeenkomst maandelijks kan opzeggen.

3) Dat KPN niet afwijkt van de wijze van adverteren door andere bedrijven in de branche en dat het hier een gangbare wijze betreft van communiceren in de markt, maakt het oordeel van de Commissie niet anders. Dit bezwaar van KPN is reeds meegewogen in de beslissing van de voorzitter dat een termijn van drie maanden om de aanbeveling op te volgen redelijk voorkomt. Genoemde termijn geeft de branche de mogelijkheid de reclame-uitingen aan te passen.

4) Tot slot passeert de Commissie het bezwaar van KPN dat in de beslissing van de voorzitter geen rekening is gehouden met het belang van de consument dat hij na de initiële contractsperiode niet abrupt geconfronteerd wenst te worden met beëindiging van zijn abonnement. De beslissing betreft uitsluitend de informatie die dient te worden verstrekt, maar heeft verder geen consequenties voor de inhoud van de contractuele verplichtingen.
 

De beslissing

De Commissie bevestigt de beslissing van de voorzitter.

 

Beslissing van de Voorzitter waartegen KPN bezwaar maakte bij de voltallige Reclame Code Commissie:

De bestreden reclame-uiting

Het betreft de website www.kpn.com voor zover hierop een telefoon met abonnement wordt aangeboden, waarbij klager in het bijzonder verwijst naar de combinatie van een iPhone 6 en een internet/sms abonnement waarbij men onder “Looptijd” kan kiezen uit “1 jaar” of “2 jaar”. Op de desbetreffende pagina staat de totale prijs per maand en een eenmalig te betalen bedrag boven de knop “bestellen”.

 

De klacht

Er wordt geadverteerd met telefoonabonnementen voor 1 of 2 jaar. Het blijkt echter volgens de algemene voorwaarden in feite een contract voor onbepaalde tijd te zijn. De looptijd van 1 of 2 jaar is slechts een minimumduur. Klager acht dit misleidend. Indien men een overeenkomst voor 1 jaar sluit, mag men volgens hem erop vertrouwen dat de overeenkomst na dit jaar stopt in plaats van voor onbepaalde tijd te worden voortgezet. Ook andere telefoonproviders maken op dezelfde wijze als adverteerder misleidende reclame.

 

Het verweer

In de reclame-uiting wordt aan de klant een keuze gegeven om te kiezen tussen een looptijd van 1 of 2 jaar. Dit houdt in dat, mocht de klant dat wensen, hij na deze minimum-periode zijn abonnement kan beëindigen. In de algemene voorwaarden staat dat de overeenkomst voor de gekozen minimumduur wordt aangegaan. Na het verstrijken van deze termijn is de klant volledig vrij het contract op te zeggen. Indien dat niet gebeurt, wordt het contract na de initiële looptijd omgezet in een contract voor onbepaalde tijd. Dit is de gebruikelijke wijze van contracteren van mobiele abonnementen bij alle aanbieders. Ook buiten de telecombranche is dit een zeer gebruikelijke constructie. Het is voor klanten niet wenselijk dat het mobiele abonnement vanzelf stopt na de minimum looptijd. Op grond van het voorgaande is van misleidende reclame geen sprake. De gemiddelde consument wordt niet ertoe gebracht een besluit over de transactie te nemen dat hij anders niet zou hebben genomen

 

Het oordeel van de voorzitter

1)  De voorzitter begrijpt het standpunt van klager aldus, dat hij vindt dat adverteerder in de uiting informatie had dienen te geven over het feit dat de gekozen contractduur een minimumduur is en dat het contract daarna stilzwijgend wordt vernieuwd totdat het door opzegging eindigt. In verband met deze klacht komt in het bijzonder relevantie toe aan de bijzondere informatieverplichtingen die gelden bij een uitnodiging tot aankoop in verband met een overeenkomst op afstand. De uiting dient als een dergelijke uiting te worden beschouwd, nu deze een bestelknop bevat waarop men kan klikken na het maken van de keuze voor een telefoontoestel, abonnement en de looptijd van het abonnement, waarbij men een overzicht van de prijzen ziet. Op grond hiervan zijn de informatieverplichtingen als bedoeld in artikel 8.4 aanhef sub f tot en met n van de Nederlandse Reclame Code (NRC) van toepassing en dient op grond van de klacht in het bijzonder te worden getoetst of adverteerder heeft voldaan aan de in dit artikel sub m omschreven verplichting.

2)  Bij de looptijd kan men kiezen voor “1 jaar” of “2 jaar”. In de uiting staat verder geen informatie over de situatie die zal ontstaan nadat de overeengekomen termijn zal zijn verstreken. Indien men op de bestelknop klikt, ziet men, blijkens de door klager overgelegde nadere stukken, een bestelpagina waarop men zijn persoonlijke gegevens dient in te vullen, waarbij men ook een “Overzicht van je bestelling” ziet. Op deze pagina staat eveneens de gekozen duur van het contract zonder verdere toelichting. De voorzitter begrijpt dat men na het invullen van de gegevens een “samenvatting” van de bestelling ziet alvorens men dient te betalen. Niet gesteld of gebleken is dat bij die samenvatting nadere informatie in verband met de duur van het contract en over de opzegging wordt vermeld.

3)  Blijkens het voorgaande wordt men in het kader van de uitnodiging tot aankoop niet geïnformeerd over het feit dat de gekozen contractduur in feite een minimumtermijn is gedurende welke niet kan worden opgezegd, en dat na het verstrijken van deze periode het contract niet van rechtswege eindigt maar wordt omgezet in een overeenkomst voor onbepaalde tijd die doorloopt totdat deze door opzegging zal eindigen. Dat het, zoals adverteerder terecht stelt, voor klanten niet wenselijk is dat het mobiele abonnement vanzelf stopt na de minimum looptijd, neemt niet weg dat de consument naar het oordeel van de voorzitter wel moet worden geïnformeerd over het feit dat gedurende de gekozen contractperiode niet kan worden opgezegd en over de wijze waarop het daarna voor onbepaalde tijd voortgezette contract dient te worden opgezegd en welke termijn daarbij geldt. Nu dergelijke informatie ontbreekt, heeft adverteerder niet voldaan aan de informatieverplichtingen van artikel 8.4 aanhef en onder m NRC. Adverteerder had de hiervoor bedoelde informatie op duidelijke en begrijpelijke wijze in de onderhavige uiting, doch uiterlijk op de onder 2) bedoelde bestelpagina dienen te vermelden. In dit verband kon adverteerder niet volstaan met deze informatie enkel in haar algemene voorwaarden te noemen. Adverteerder had bedoelde informatie zo dienen te presenteren dat de consument deze kan zien en lezen onmiddellijk voordat hij de bestelling plaatst, zonder de pagina die hij hiervoor gebruikt te moeten verlaten (vgl. hoofdstuk 5.2.1 pagina 37 onderaan Leidraad betreffende Richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende consumentenrechten).

4)  De klacht is op grond van het voorgaande gegrond. In het kader van de hier bedoelde informatieverplichtingen geldt overigens, anders dan adverteerder veronderstelt, niet het vereiste dat het economische gedrag van de gemiddelde consument dient te (kunnen) zijn verstoord. Bedoelde informatieverplichtingen vinden immers hun grondslag in Richtlijn 2011/83/ EU van het Europees Parlement en de Raad, waarin niet een dergelijk vereiste is opgenomen. De voorzitter oordeelt op grond hiervan dat het niet vermelden van de vereiste informatie in strijd is met de uit die richtlijn voortvloeiende verplichtingen, in het onderhavige geval de verplichtingen als bedoeld in artikel 8.4 aanhef sub m NRC.

5)  Naar aanleiding van de mededeling van klager én adverteerder dat andere aanbieders van soortgelijke contracten op dezelfde wijze reclame maken, overweegt de voorzitter dat blijkbaar sprake is van de situatie dat binnen de desbetreffende branche een onjuiste opvatting bestaat omtrent de informatieverplichtingen die bij de hier bedoelde uitingen gelden. Dit kan niet afdoen aan het feit dat adverteerder dient te worden aanbevolen om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken. Teneinde evenwel adverteerder niet onnodig in een ongunstigere positie te brengen dan de andere aanbieders in de branche, zal de voorzitter een termijn bepalen waarbinnen adverteerder de aanbeveling dient op te volgen, waarbij een termijn van drie maanden de voorzitter redelijk voorkomt. De voorzitter zal bepalen dat de aanbeveling binnen deze termijn moet zijn opgevolgd. De voorzitter gaat ervan uit dat de branche door de Stichting Reclame Code over deze beslissing zal worden geïnformeerd en dat de branche naar aanleiding daarvan zijn reclame-uitingen zal aanpassen zodat deze alsnog zullen voldoen aan de thans geldende informatieverplichtingen.

6)  Derhalve wordt beslist als volgt.

 

De beslissing van de voorzitter

Op grond van hetgeen hiervoor is vermeld, acht de voorzitter de bestreden reclame-uiting in strijd met artikel 8.4 aanhef en onder m NRC. De voorzitter beveelt adverteerder aan om uiterlijk drie maanden na de datum van deze beslissing niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.

Opnieuw uitspraken zoeken

Op datum, dossiernummer, trefwoord of soort uitspraak of een combinatie van deze zoekopties.

*Verplicht in te vullen velden

Uitgebreid zoeken