a a a
 

Reclamecode Voor Voedingsmiddelen (RVV) 2019

Reclamecode Voor Voedingsmiddelen (RVV) 2019

Inhoudsopgave

A. Algemeen
B. Bijzondere reclamecodes
C. Algemene aanbevelingen
D. Werkwijze Reclame Code Commissie en College van Beroep

Reclamecode Voor Voedingsmiddelen (RVV) 2019

I Algemene bepalingen

Toepassingsgebied
Deze Code is van toepassing op alle specifiek voor Nederland bestemde reclame-uitingen voor Voedingsmiddelen, ongeacht het gebruikte medium, en is dus ook van toepassing op reclame via online en social media (zoals influencer marketing).

Begripsbepalingen

a. Voedingsmiddel(en): alle industrieel bereide, veelal verpakte, eet- en drinkwaren, die zijn bestemd voor gebruik door de consument.

b. Gezondheidsclaims en voedingsclaims: claims zoals gedefinieerd in artikel 2 lid 5 resp. lid 4 van de EU Verordening 1924/2006  (hierna: de Claimsverordening).

c. Kinderen: personen van 12 jaar en jonger.

d. Portiegrootte: omvang van de portie in gewicht en/of volume.

e. Kinderidool: personen, als ook getekende- en/of animatiefiguren die bekend zijn door hun deelname aan speciaal op kinderen gerichte en/of speciaal voor kinderen ontwikkelde media, zoals televisieprogramma’s, films, online video’s, blogs, stripverhalen/-boeken en/of games. Getekende- en/of animatiefiguren die ontwikkeld zijn door of namens de adverteerder zélf vallen niet onder de definitie van kinderidool.

f. Point-of-Sale materiaal: Reclame-uitingen aanwezig op een verkooppunt.

Toelichting
Onder kinderidolen in de zin van deze code worden onder meer bij kinderen populaire ‘licensed media characters’ verstaan. Deze characters zijn ontleend aan bijvoorbeeld populaire tekenfilms of games en hebben geen historische relatie met het voedingsmiddel.
Dit in tegenstelling tot zogenaamde ‘Brand characters’ die zijn ontwikkeld door, of in opdracht van, de adverteerder en die geen afzonderlijke identiteit hebben buiten het bijbehorende product of merk. Dit soort ‘brand characters’ vallen niet onder de sub ‘e’ vermelde definitie van kinderidool.

 

II Reclame-uitingen

Algemeen

Artikel 1
In een reclame-uiting voor een Voedingsmiddel dienen mededelingen over smaak, portiegrootte en een eventuele bijdrage van het aangeprezen Voedingsmiddel aan een verantwoord voedingspatroon juist en volledig te zijn.

Artikel 2
Op een reclame-uiting voor een Voedingsmiddel zijn naast de bepalingen van deze code de bestaande wet- en regelgeving op het gebied van etikettering, voedingswaardeaanduidingen en voedings- en gezondheidsclaims van toepassing.

Artikel 3

Lid 1. Gezondheidsclaims

a. Gezondheidsclaims zijn uitsluitend toegestaan indien deze:

  • als goedgekeurde claim zijn vermeld in de bijlage bij EU Verordening 432/2012 met latere amendementen of
  • als goedgekeurde claim zijn vermeld in Commissie Verordeningen welke de toegelaten claims onder artikel 13 lid 5 en artikel 14 van de Claimsverordening bekrachtigen of
  • vallen onder een overgangsregeling op grond waarvan het gebruik voorlopig is toegestaan, overeenkomstig het in de toelichting bij sub b genoemde richtsnoerdocument.

Het is verboden gezondheidsclaims te gebruiken die door de Europese Commissie zijn afgewezen of die niet onder een overgangsregeling vallen.

Toelichting
Alle toegelaten en afgewezen claims worden vermeld in een communautair register waarvan melding wordt gemaakt in artikel 20 van de Claimsverordening. Dit register is uitsluitend beschikbaar in de Engels taal en is te vinden op: http://ec.europa.eu/food/safety/labelling_nutrition/claims/register/public/.

b.      In plaats van de bewoordingen waarmee de claim in de onder a. bedoelde verordeningen officieel als goedgekeurde claim is omschreven, mogen in reclame-uitingen ook andere bewoordingen worden gebruikt, mits deze voldoen aan de volgende twee eisen (cumulatief):

  • de bewoording reflecteert de aan de goedgekeurde gezondheidsclaim ten grondslag liggende gezondheidsrelatie
  • de bewoording voor de consument is begrijpelijk .

Toelichting
Ten behoeve van de beoordeling van de vraag of aan deze twee eisen is voldaan, heeft de Samenwerking Bewoording Gezondheidsclaims een toetsingskader ontwikkeld, bestaande uit een richtsnoerdocument en een lijst met voorbeeldbewoordingen. Het richtsnoerdocument  en de lijst met voorbeeldbewoordingen kunnen worden geraadpleegd via de digitale versie van deze code op reclamecode.nl/nrc

c. Onder de voorwaarden van artikel 10 lid 3 van de Claimsverordening zijn verwijzingen naar algemene, niet-specifieke voordelen van een voedingsstof of een levensmiddel voor de algemene gezondheid of voor het welzijn op het gebied van de gezondheid toegestaan. De bewuste verwijzing moet dan wel gepaard gaan met een specifieke gezondheidsclaim die is toegestaan bij een verordening als bedoeld onder a. van dit lid.

d. Voor gezondheidsclaims geldt dat alle relevante elementen en gegevens moeten kunnen worden verstrekt, inclusief de gebruiksvoorwaarden waaruit blijkt dat aan de Claimsverordening wordt voldaan. Voorts moet worden voldaan aan de nadere etiketteringsvoorschriften zoals vermeld in artikel 10 lid 2 van de Claimsverordening en de overige eisen van deze verordening.

Lid 2. Voedingsclaims
Voor voedingsclaims geldt dat voldaan moet worden aan de criteria die aan de gebezigde claim ten grondslag liggen, zoals neergelegd in de bijlage bij de Claimsverordening.

Artikel 4
Het is verboden om een Voedingsmiddel aan te prijzen door verwijzing naar een bepaalde eigenschap, die binnen de relevante groep van producten geen onderscheidend vermogen heeft, teneinde dat Voedingsmiddel door die verwijzing op misleidende wijze te onderscheiden van andere Voedingsmiddelen binnen deze groep producten.

Toelichting
Wel is toegestaan om een ALGEMEEN kenmerk aan te geven. Bijvoorbeeld: Product X is van nature vetarm. Daarmee wordt namelijk een gemeenschappelijk kenmerk aangegeven dat door alle producten in de categorie waar het over gaat wordt gedeeld. De toevoeging “van nature” is expliciet met dit doel opgenomen in de Claimsverordening.

Artikel 5
Wanneer in een reclame-uiting een Voedingsmiddel als onderdeel van een maaltijd wordt getoond, dient de getoonde maaltijd te voldoen aan de Richtlijnen Goede Voeding.

Toelichting
De Richtlijnen Goede Voeding zijn te vinden op https://www.gezondheidsraad.nl/nl/taak-werkwijze/werkterrein/gezonde-voeding/richtlijnen-goede-voeding-2015. Omdat de Richtlijnen Goede Voeding een totale voeding betreffen en niet uitsluitend individuele maaltijden, kan een maaltijd als volledig worden beschouwd als deze zowel een eiwitcomponent, een zetmeel component een portie groente en/of fruit bevat.

Artikel 6
Het tonen van overmatige consumptie van een Voedingsmiddel en het expliciet aansporen tot overmatige consumptie in een reclame-uiting is verboden. Ook mag dergelijk gedrag niet tot voorbeeld worden gesteld of goedgepraat. Gebruikelijke prijs- en volumeacties zijn geen expliciete aansporing tot overmatige consumptie.

Artikel 7
Een reclame-uiting voor een Voedingsmiddel met een lagere energetische waarde dan het oorspronkelijke Voedingsmiddel mag er niet toe aanzetten dat men daarvan meer gaat consumeren dan van het Voedingsmiddel met de oorspronkelijke, hogere, energetische waarde.

 

Specifieke bepalingen reclame gericht op kinderen

Artikel 8

Lid 1. Reclame voor Voedingsmiddelen gericht op kinderen tot met 12 jaar is niet toegestaan, tenzij het gaat om:

a. reclame voor Voedingsmiddelen die tot stand is gekomen in samenwerking met dan wel gesteund wordt door de overheid en/of een andere erkende autoriteit op het terrein van voeding, gezondheid en/of beweging;

b. verpakkingen en point-of-sale materiaal;

c. reclame gericht op kinderen van 7 tot met 12 jaar voor Voedingsmiddelen die voldoen aan de voedingskundige criteria.

Toelichting

Erkende autoriteit
Met een erkende autoriteit zoals genoemd in lid 1 onder b. worden enerzijds nationale erkende autoriteiten bedoeld zoals bijvoorbeeld de overheid zelf (bijv. VWS, EZ, SZW), het Voedingscentrum, het Nationaal Instituut voor Sport en Bewegen, NOCNSF, erkende patiëntenorganisaties zoals o.a. de Nederlandse Hartstichting, de Diabetes Vereniging Nederland en/of de Nederlandse Obesitas Vereniging en beroepsverenigingen in zorg en beweging zoals o.a. de Nederlandse Vereniging voor Diëtisten en het Nederlands Huisartsengenootschap, en anderzijds internationale en Europese autoriteiten zoals o.a. de Wereld Gezondheidsorganisatie en de Europese Commissie.

Voedingskundige criteria
De voedingskundige criteria die worden genoemd in lid 1 onder c. zijn opgenomen in de tabel met bijbehorende portiegroottelijst die geraadpleegd kan worden via de digitale versie van deze code op www.reclamecode.nl/nrc.  Op verzoek van de Stichting Reclame Code legt een adverteerder het volledige etiket over van het product waarop een klacht betrekking heeft.

 

Kinderidolen

Lid 2.

a. Kinderidolen die gericht zijn op kinderen tot en met 6 jaar mogen niet worden gebruikt in reclame. Dit verbod geldt ook voor verpakkingen en point-of-sale materiaal.

b. Kinderidolen die gericht zijn op kinderen van 7 tot en met 12 jaar mogen alleen worden gebruikt in reclame, en ook op verpakkingen en in point of sale materiaal, als het Voedingsmiddel voldoet aan de voedingskundige criteria. Indien het product niet aan de voedingskundige criteria voldoet mogen deze kinderidolen niet gebruikt worden in reclame en ook niet op verpakkingen en point of sale materiaal.

c. De verboden sub a en b gelden niet in de situatie dat sprake is van lid 1 sub a.

d. In reclame als bedoeld onder b, zal een kinderidool niet actief een Voedingsmiddel en/of daaraan gerelateerde premiums en diensten aanprijzen.

Toelichting
Zie voor de definitie van ‘kinderidool’ sub e van de Begripsbepalingen in deze code.

Om te kunnen bepalen op welke leeftijdsgroep een kinderidool is gericht, wordt rekening gehouden met de concrete omstandigheden van het geval. De bewijslast ligt bij de adverteerder, die zich daarbij kan baseren op de leeftijdsgrens die wordt aangegeven door de licentieverstrekker of de programma/filmmaker en/of ander deugdelijk en representatief bewijs.

Met ‘actief aanprijzen’ zoals genoemd onder c. wordt onder meer bedoeld dat een kinderidool kinderen rechtstreeks aanspoort om het Voedingsmiddel te kopen.

Lid 3. Voor zover reclame voor Voedingsmiddelen op basis van de in lid 1 onder a. t/m c. genoemde uitzonderingen mag zijn gericht op kinderen tot en met 12 jaar, gelden de volgende beperkingen:

Tv- en/of radioprogramma

a.Reclame voor een Voedingsmiddel dat geassocieerd wordt met een bepaald specifiek voor kinderen bestemd televisie- en/of radioprogramma mag niet getoond worden in reclameblokken tijdens en direct aansluitend op de uitzending van dat programma.

Status/populariteit

b. Er mag niet de indruk worden gewekt dat de consumptie van het aangeprezen Voedingsmiddel een kind meer status of populariteit onder leeftijdgenoten biedt dan de consumptie van een ander Voedingsmiddel.

 

Gericht op kinderen

Lid 4. Reclame voor Voedingsmiddelen wordt in elk geval beschouwd te zijn gericht op kinderen:

a. als deze wordt geuit in media welke zich volgens het algemeen in de markt geaccepteerde bereiksonderzoek specifiek richten op kinderen tot en met 12 jaar.

b. als deze wordt geuit in media die zich niet specifiek richten op kinderen tot en met 12 jaar maar het publiek waarvoor de reclame is bestemd zich volgens het algemeen in de markt geaccepteerde bereiksonderzoek voor minimaal 25% bestaat uit kinderen tot en met 12 jaar.

Toelichting
Anders dan bij print of televisie zijn er in geval van online media nog geen algemeen door de markt geaccepteerde bereikscijfers beschikbaar waarmee vastgesteld kan worden dat websites of delen daarvan, dan wel social media kanalen of andere online platforms, specifiek gericht zijn op kinderen tot en met 12 jaar, of dat het publiek waarvoor de reclame bestemd is voor 25% of meer bestaat uit kinderen tot en met 12 jaar. Om het gebruikersprofiel te kunnen bepalen kan aansluiting worden gezocht bij de volgende criteria (niet limitatief bedoeld):

  • Taalgebruik: wordt er gebruik gemaakt van een toon of woordkeuze die specifiek is gericht op kinderen?
  • Vormgeving en animatie: wordt er gebruik gemaakt van vormgeving, animatie, cartoons, fantasiebeelden of kleurplaten specifiek gericht op kinderen?
  • Games en speelse activiteiten: worden er spelletjes, speelgoed, knutseltips aangeboden die specifiek op kinderen zijn gericht?
  • Kinderidolen: wordt er gebruik gemaakt van bij kinderen populaire kinderidolen, zoals licensed media characters en zo ja, op welke leeftijdsdoelgroep zijn die kinderidolen dan gericht?

 

Enkele specifieke vormen van reclame-uitingen op scholen

Artikel 9
Het is verboden op verblijven en opvang (peuterspeelzalen, kinderdagverblijven, naschoolse opvang) voor Kinderen en op scholen voor primair onderwijs reclame te maken voor een Voedingsmiddel. Hiervan wordt uitgezonderd een voorlichtende reclamecampagne die plaats vindt met instemming van de overheid en/of een andere erkende autoriteit op het terrein van voeding, gezondheid en/of beweging.

Toelichting
Ter verduidelijking: sampling wordt als het maken van reclame beschouwd.

Artikel 10
Op scholen voor voortgezet onderwijs worden geen promotionele acties gehouden die uitsluitend tot doel hebben de leerlingen op dat moment aan te zetten tot overmatig gebruik van het aangeprezen Voedingsmiddel.

Artikel 11
Op scholen voor voortgezet onderwijs worden uitsluitend reguliere verpakkingseenheden van een Voedingsmiddel aangeprezen en te koop aangeboden, en niet de maximum, king size, etc. varianten.

Artikel 12
Ten aanzien van sponsoring is de meest recente versie van het convenant Scholen voor primair en voortgezet onderwijs en sponsoring van toepassing.

Toelichting
Het Convenant is te vinden op: http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/convenanten/2009/02/24/convenant-scholen-voor-primair-en-voortgezet-onderwijs-en-sponsoring.html.

 

Inwerkingtreding en evaluatie

Deze Code is in werking getreden op 2 juni 2005, gewijzigd per 1 februari 2010 en opnieuw gewijzigd per 1 januari 2015* en per 1 februari 2019*. Ten aanzien van lopende reclame-uitingen met betrekking tot artikel 8 zal een overgangstermijn gelden van maximaal 17 maanden en/of totdat bestaande mediajaarcontracten zijn verlopen. De code zal na 2 jaar worden geëvalueerd en waar nodig worden bijgesteld.

* De Consumentenbond onderschrijft de Bijzondere Reclamecode voor Voedingsmiddelen zoals ingegaan op 1 januari 2015 en op 1 februari 2019 niet. De CB is niet akkoord met de code op de volgende onderdelen: de invulling van de voedingskundige criteria, het (beperkt) uitsluiten van verpakkingen en POS materiaal en een te hoge publieksdrempel om te bepalen of een uiting gericht is op kinderen.

Een bijzondere reclamecode die door het bestuur van Stichting Reclame Code (SRC) wordt aangenomen zonder dat deze (volledig) wordt onderschreven door de Kolom Consument & Maatschappij van de SRC, heeft dezelfde gelding als de overige bijzondere reclamecodes.